Het leger in Sri Lanka dringt de Tamil Tijgers verder in het nauw. Aan de hand van dat leger mogen journalisten soms veroverd gebied bezoeken.
Alleen het geschreeuw van meeuwen en de verre dreunen van artillerievuur klinken nog in Mullaittivu, een paar dagen nadat de rebellen van de Tamil Tijgers uit de noordoostelijke kustplaats zijn vertrokken. De enige tekenen van leven zijn verder het handjevol militairen dat op straat patrouilleert en foto’s van elkaar neemt. Hier en daar scharrelt een verdwaalde koe of zwerfhond.
In een gebouw dat voorheen het hoofdkwartier van de rebellen lijkt te zijn, is alleen nog een aantal kalenders aan de wand te vinden met de beeltenis van de leider van de Tamil Tijgers, Velupillai Prabhakaran. Al het meubilair en zelfs de gloeilampen zijn weggehaald.
Het is voor het eerst dat de regering van Sri Lanka journalisten toestemming geeft om onder begeleiding van het leger Mullaittivu te bezoeken, de laatste stad die de Tamil Tijgers nog onder controle hadden.
Zondag viel de kustplaats in handen van het regeringsleger, na een wekenlange strijd. Op de weg naar Mullaittivu wijst een kolonel op een van de grote aarden wallen die de rebellen hebben opgeworpen om de stad te beschermen tegen een invasie. „Dit was de eerste en hij kostte ons een week vechten. We hebben hem op 27 december veroverd.”
In de periode dat het leger dichterbij kwam, hebben de rebellen alle inwoners met zich meegenomen op de aftocht richting het noorden van Sri Lanka. Vervolgens hebben ze de stad ontdaan van alles wat van pas zou kunnen komen.
De Tamil Tijgers, die sinds 1983 vechten voor een onafhankelijke tamilstaat in het noorden van Sri Lanka, hebben nu nog een stuk oerwoud van zo’n 300 vierkante kilometer in handen. Mensenrechtenorganisaties en diplomaten maken zich grote zorgen over de veiligheid van de naar schatting 250.000 burgers in dit gebied die klem zitten tussen het leger en de Tamil Tijgers.
Het regeringsleger verklaarde vorige week een klein deel van het overgebleven rebellengebied tot ’veilige zone’. Vervolgens riep het burgers op zich naar het gebied te begeven, waar ze beschermd zouden worden. Maar sindsdien zou de zone diverse malen beschoten zijn door datzelfde leger, en zochten honderden mensen hun toevlucht tot plaatselijke ziekenhuizen, zo vertelde een gezondheidswerker die anoniem wilde blijven uit angst voor repercussies. Volgens hem kwamen de schoten uit de richting van waar het regeringsleger zat. Het leger ontkent dat het in de zone heeft geschoten. Volgens een woordvoerder zouden alleen rebellen in burgerkleding zijn gedood.
Het neutrale Internationale Rode Kruis (ICRC) stelde gisteren dat er de afgelopen weken zeker 300 burgers zijn gedood in het strijdgebied. Volgens het ICRC zijn verscheidene ziekenhuizen, ambulances en medici geraakt door artillerievuur. Er is ’een grote humanitaire crisis’ in de maak in het noordoosten, zei Jacques de Maio, hoofd van het ICRC in Zuid-Azië. Hij riep de strijdende partijen op zich aan de internationale oorlogsregels te houden en de burgers een veilige doorgang te verlenen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.