Een nieuw medicijn moet eerst een paar jaar bewijzen dat het echt werkt, vindt de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg.
Een adviesorgaan van minister Klink wil dat nieuwe geneesmiddelen bij patiënten eerst hun effectiviteit aantonen voordat de vergoeding definitief wordt. De hoogte van de vergoeding kan dan afhankelijk worden gesteld van de prestaties van het medicijn. Dit schrijft de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) aan minister Klink (Volksgezondheid).
Het adviesorgaan pleit er ook voor om de farmaceutische industrie weg te houden van de na- en bijscholing van huisartsen en medisch specialisten.
De RVZ maakt zich zorgen over de hoge kosten van nieuwe middelen, die nauwelijks meerwaarde bieden boven al bestaande medicijnen. Vaak zijn dit zogenoemde me too’s, pillen die vrijwel identiek zijn aan al bestaande. Zo probeert iedere farmaceut een graantje mee te pikken op de lucratieve geneesmiddelenmarkt. De overheid en de zorgverzekeraars hebben tot dusver onvoldoende weerstand kunnen bieden aan dit marktmechanisme, aldus de raad in een lijvig rapport dat gisteren aan Klink werd aangeboden.
De raad zou het liefst zien dat nieuwe middelen tijdelijk op de markt worden toegelaten om vast te kunnen stellen of een medicijn bij grotere groepen patiënten wel werkt. Voorafgaand aan de registratie van een nieuw middel moeten fabrikanten studies doen naar veiligheid en werkzaamheid, maar die worden gedaan met zorgvuldig geselecteerde, doorgaans jonge en gezonde proefpersonen. Patiënten die het middel later gaan slikken hebben vaak meerdere aandoeningen en reageren daardoor soms anders op nieuwe middelen. Een voorwaardelijke registratie is echter niet mogelijk in de EU. Daarom pleit de RVZ voor voorwaardelijke vergoeding.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.