*

 

Onze voorganger had kaken als een notenkraker

redactie wetenschap − 04/02/09, 00:00

Wat moest je als Australopithecus van 3 miljoen jaar geleden als alle fruit van de bomen verdwenen was. Je toevlucht zoeken tot zaden en pitten misschien. Schedelscans en berekening van hun kauwkracht doen vermoeden dat ze er de kaken voor hadden. Toch vind je op hun achterste kiezen geen sporen die op het vermalen van harde pitten wijzen, terwijl daar toch de meeste kracht zit. Zaten ze buiten het fruitseizoen alle dagen aan de pap?

De scans verraden dat de kaak vooral dik was rond de premolaren, het stel kiezen na de hoektand. Daar zouden wij nooit een walnoot tussen doen, maar antropologen opperen in de PNAS dat de Australopitheci dat wel deden. Ter hoogte van die kiezen kun je wijder sperren, wat ruimte biedt voor flinke noten, tot vijf centimeter. Collega’s reageren sceptisch, noten waren een onzekere voedingsbron. Maar het zou kunnen: ten bewijze gaan de antropologen nu op zoek naar kraaksporen op de premolaren.

Noem je koeien Truus en Nel, en zij geven meer melk. Zou het? Wetenschappers bevestigen het: boeren die gevoelens in hun koeien ontwaren, ze intelligentie toeschrijven, geven hun dieren meer aandacht. Die persoonlijke benadering vraagt tevens om een naam voor elke koe. Beloning: 3,3 procent extra melk.

Onderzoekers van de universiteit van Newcastle turfden de inzichten van 516 veehouders: beïnvloedde hun houding de handelbaarheid van het vee, waarom waren koeien bij de ene boer angstiger dan bij de andere, wie kon al zijn dieren uit elkaar houden? Menigeen onderkende de kalmerende invloed van hand en stem. Dat sussen zou leiden tot minder stresshormonen, en hogere productie van melk of vlees. Klopte dat? De houding van de boeren werd afgezet tegen de melkcijfers van de nationale registratiedienst: en jawel, boeren die hun koeien koesterden, vooral nadat ze kalf af waren, konden per melkperiode gemiddeld 258 liter extra noteren. Beste scores gingen naar de stallen met allemaal ’meiden van naam’.

In de natuur gebeuren dingen die eigenlijk niet kunnen, zoals het eten van gif. Maar de hoornhagedis weet hoe het moet. Dit draakachtige beestje is gek op oogstmieren. Maar die zijn erg agressief, steken tot en met, én zijn zwaar giftig. Toch vreet de hagedis ze bij tientallen. Nog vreemder: het reptiel bijt de mier niet eens dood maar stuurt de dodelijke lekkernij direct, ongekauwd, de slokdarm in.

Biologen begrepen dit niet, maar met een snelle camera is de strategie van de hagedis vastgelegd. De mieren in zijn maag blijken volkomen roerloos, verpakt in een slijmbed. Op weg van tong naar maag staan honderden cellen klaar met een pot smeer die de giftige gast geheel bedekken met een laag smurrie. Zo bereikt de mier in levende lijve de maag, maar ze kan haar gif onderweg niet kwijt. Een unieke oplossing, schrijven de biologen.

mailIcon print |