Ouders beseffen soms niet hoe hun eigen gedrag kan leiden tot probleemgedrag bij kinderen.
Hè hè eindelijk! Probleemjongeren mogen weer jongeren met problemen zijn. Dat is de verheugende conclusie na het lezen van het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (Trouw, 27 januari), over kansen voor ’overbelaste jongeren’.
Wat ging het de afgelopen jaren vaak over ’probleemjongeren’. Gek, want we praten toch ook niet over probleemvaders, probleemmoeders, probleemopa’s en probleemoma’s? Het gaat gewoon om mensen met problemen, die aandacht en soms begeleiding nodig hebben, zeker in het geval van jongeren.
Als je het etiket ’probleemjongeren’ weghaalt, en op zoek gaat naar de werkelijke oorzaak van probleemgedrag van jongeren, blijkt ’overbelasting’ een belangrijke factor. Wie de moeite neemt zich te verdiepen in het levensverhaal van individuele jongeren, vindt altijd een logische, geldige oorzaak.
Voorzitter Pieter Winsemius van de WRR-commissie verwoordde het zelf in de onderbouwing van zijn advies aan de regering: „Probleemjongeren zijn ’overbelaste jongeren’, ze hebben zoveel problemen dat ze er alleen niet uitkomen. Teveel probleemjongeren bij elkaar in de klas steken elkaar aan met probleemgedrag. Dat moet doorbroken worden. Daarom moeten scholen afspraken met elkaar gaan maken over de verdeling van probleemleerlingen.”
Is er naast deze oplossing nog een andere oplossing voorhanden? Ja! Scholen zouden ’kwaliteitszorg voor alle leerlingen’ moeten invoeren, en daarbij nieuwe vormen van samenwerking moeten zoeken met leerlingen én ouders, zodra er signalen zijn van probleemgedrag. Die samenwerking moet al beginnen op de eerste schooldag.
Wat scholen nodig hebben is een ’coachende’ aanpak, waarbij de leerling leert hoe hij of zij zelf kan bijdragen aan de oplossing van zijn of haar probleemgedrag. Heel belangrijk daarbij is dat volwassenen zich bewust willen zijn van hun voorbeeldfunctie.
Ik heb de laatste twaalf jaar als alleenstaande moeder van vier kinderen, inmiddels tieners, aan den lijve ondervonden dat mijn eigen probleemgedrag direct van invloed was op het gedrag van mijn kinderen. Hoe je als ouder stress en andere emoties afreageert op de kinderen, hoe oneerlijke communicatie (wel beloven, niet doen, etcetera) een rol speelt –het had directe invloed op het ontstaan van problemen en probleemgedrag bij mijn kinderen.
Toen ik eenmaal helder en duidelijk zag dat ik zelf medeverantwoordelijk was voor het ontstaan van dat probleemgedrag, ben ik op zoek gegaan naar effectieve, praktische oplossingen (van mijn eigen problemen). Tot mijn grote verbazing ontdekte ik dat het probleemgedrag van mijn kinderen daardoor in de meeste gevallen spontaan oploste!
Juist door uit mijn onmacht, mijn slachtofferrol, te stappen en mezelf te ontwikkelen in het omgaan met emoties, communicatie en het maken van eigen keuzes,konden de kinderen zich ook beter ontwikkelen.
Van nature is het heel eenvoudig: kinderen ontwikkelen zich vooral door afkijken en nadoen. Goed voorbeeld doet goed volgen, een slecht voorbeeld ook. De oplossing van probleemgedrag ligt vaak in uiten en verwerken van emoties, open en eerlijk met elkaar communiceren en wederzijds respect. Maar dat hebben we als opvoeders van vandaag niet allemaal met de paplepel ingegoten gekregen.
Het is daarom de hoogste tijd om enerzijds als ouders onze voorbeeldfunctie op te poetsen. En anderzijds te beginnen met onderzoek naar vragen als: Waarom doet ons kind/onze jeugd wat zij doet? Wat doen wij voor? Wat heeft ons kind/onze jeugd nodig van ons? Hoe kunnen we jongeren begeleiden op weg naar hún toekomst?
Natuurlijk, het is van groot belang om te discussiëren over de noodzaak om ’jongeren met problemen’ te spreiden over scholen (zoals de WRR adviseert). Of om te praten over het belang van ’kwaliteitszorg voor alle leerlingen’. Maar ouders kunnen nu vast iets doen, zelf. Vandaag kunnen zij bij zichzelf beginnen en bijdragen aan betere kansen voor jongeren, door een andere kijk op jongeren met problemen en door samen aan de slag te gaan. Een stevige oppoetsbeurt kan ouders helpen, net zoals het mij hielp.
Scholen en ouders kunnen elkaar aanvullen en versterken waar nodig in de begeleiding van kinderen en jongeren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.