*

 

Leren kiezen

Eveline Brandt − 31/01/09, 00:00

Waar staan jongeren in hun ontwikkeling als ze 16, 17 of 18 jaar zijn, en al belangrijke (studie)keuzes moeten maken? Zijn ze daar eigenlijk wel aan toe? Lang niet altijd, zegt ontwikkelingspsycholoog Michiel Westenberg. ’We zetten ze veel te snel voor het blok.’

Het kan behoorlijk verwarrend zijn. Voor je staat een adolescent van 17 met een lang lichaam, een zware stem en baardgroei, die zich volwassen gedraagt en dat in lichamelijk opzicht ook ís. Maar zijn brein, en dat zie je niet, is ondertussen nog drastisch in verbouwing.

De psychosociale groei van adolescenten gaat gemiddeld veel trager dan hun lichamelijke ontwikkeling, zegt de Leidse ontwikkelingspsycholoog prof. Michiel Westenberg.

Zelfkennis en zelfinzicht, inzicht in andere mensen en in relaties: de hersendelen die daarbij betrokken zijn, ontwikkelen zich vaak nog tot het 21ste, 23ste, of zelfs 25ste levensjaar. Daarbij zijn er grote verschillen tussen individuen, en tussen jongens en meisjes. Maar gemiddeld zijn adolescenten pas tussen hun 17de en 21ste in staat om een begin van een antwoord te formuleren op de identiteitsvraag: wie ben ik, en wat kan ik?

,,We weten dit al langer”, zegt Westenberg. ,,Maar sinds een paar jaar krijgen we hier ook steeds meer bewijzen voor uit hersenonderzoek.” Nog lang na de puberteit blijken hersendelen zich te ontwikkelen, vooral die delen die van belang zijn voor cognitieve en psychosociale vaardigheden. Dit geldt ook voor de verbindingen tussen verschillende hersendelen.

Ouders kunnen de psychosociale ontwikkeling wel een handje helpen, door het gedrag van pubers te ’spiegelen’. Door hen bijvoorbeeld regelmatig te vragen: hoe voel je je; wat denk je hiervan; zou je dit een volgende keer weer zo doen? ,,Identiteitsontwikkeling komt niet zomaar uit de lucht, of uit de hersenen vallen”, zegt Westenberg. ,,De omgeving is daarbij ook van belang. Adolescenten die voor een studiekeuze staan, moeten zich afvragen: wat vind ik leuk, wat zou ik goed kunnen – en daartoe kunnen ze zeker uitgedaagd worden. Maar voor identiteitsontwikkeling heb je ook ervaring nodig. Je moet dingen kunnen uitproberen. Tegenwoordig vinden we het normaal dat kinderen ervaring opdoen met verschillende geliefdes voor ze tot een serieuze partnerkeuze komen. Gek genoeg vinden we dat voor studiekeuze niet nodig.”

Daarom is uw stelling, dat de moderne studiekeuze vaak een soort ’blind date’ is?

,,Ja, want een praatje op een voorlichtingsdag of op zo’n grote opleidingenmarkt is veel te algemeen en abstract. Adolescenten kunnen zich bij zo’n opleiding nog niks voorstellen, én ze zijn zelf nog in ontwikkeling. Een dodelijke combinatie, want ze worden wel gedwongen om een keuze te maken. Op basis van onvoldoende informatie over zichzelf als subject –wie ben ik en wat kan ik– en onvoldoende informatie over het object waarvoor ze kiezen.”

Op Youtube is een filmpje hierover te zien waarin een studente vertelt dat ze op haar 17de de verkeerde studiekeuze heeft gemaakt. Zij zegt, daarop terugkijkend: ’Je bent nog niet echt jezelf. Je moet nog groeien als persoon.’

,,Zo is het precies. Dat meisje kreeg het advies om naar de politie-academie te gaan. Daar had ze grote twijfels over, maar ze is toch het eerste jaar gaan doen. Dat is belangrijk, want zo kon ze er zelf achterkomen dat dit niet bij haar paste. Dat wéét je niet als je 17 bent! Dat moet je ervaren. Zo bezien bestaat de ’verkeerde’ studiekeuze niet. Het gevaar is alleen dat de omgeving druk gaat uitoefenen om zo’n opleiding toch af te maken. Dat is wat op dit moment helaas gebeurt: de regering wil niet dat studenten switchen; dat kost te veel tijd en geld. De opleidingen willen het niet en ouders ook niet, want je krijgt maar een paar jaar studiefinanciering. Bovendien ziet iedereen het als een vorm van falen, terwijl het eigenlijk het opdoen van ervaring is.

Ik vind het goed dat jongeren een keuze moeten maken; dat dwingt ze om over zichzelf na te denken. Wat ik slecht vind, is de absoluutheid van die keuze, die nota bene voor de toekomst heel bepalend kan zijn. Hebben jongeren eenmaal, na die blind date, een opleiding gekozen, dan worden ze door het bindend studieadvies en het systeem van studiefinanciering gedwongen om meteen veertig studiepunten te halen en vooral niet meer over hun keus na te denken.”

Er wordt u soms verweten dat u terug wilt naar de vrijblijvendheid: lekker lang experimenteren en ’jezelf ontdekken’.

,,Nee, want wat mij betreft mogen jongeren in de studie zelf best wat zwaarder onder druk gezet worden om te presteren. Nu doen universiteiten en hoge scholen van alles om studenten door dat eerste jaar heen te helpen, omdat ze zo gefixeerd zijn op rendement. Maar we moeten juist eisen stellen, zelfs hogere eisen, en ze hard laten werken. Pas als ze echt hun best moeten doen, kunnen jongeren ontdekken of een opleiding bij ze past. Niet alleen qua persoonlijkheid, maar ook qua talent: ben ik hier wel geschikt voor.”

En als ze ontdekken dat ze er niet geschikt voor zijn?

,,Dan moeten ze niet vastgehouden worden in dat ene traject. Ze moeten meer snuffelruimte krijgen, wat makkelijk te organiseren zou zijn. Bijna elke studierichting heeft nu al vrije studiepunten, maar die worden allemaal in het derde of vierde studiejaar gestopt. Dat is de wereld op z’n kop. Als je die vrije ruimte naar het eerste jaar haalt, geef je studenten meer keuzemogelijkheden, kunnen ze meer experimenteren, en kunnen ze in dat eerste jaar toch voldoende punten halen om niet te veel vertraging op te lopen.

Ik pleit voor meer flexibiliteit in ons hele onderwijssysteem, dus óók op de middelbare school. Want ook daar zwemt een leerling, zodra die een schooltype of een profiel heeft moeten kiezen, in een soort fuik zonder uitgang. Dat vind ik erg. We moeten jongeren in staat stellen met vallen en opstaan, net als bij leren lopen, een goede richting te vinden. Nu worden ze veel te snel voor het blok gezet.”

We leggen dit probleem vaak bij de jongeren zelf: ’Ze kunnen weer iets niet’.

,,Ja, daar kan ik zo kwaad om worden. We moeten het omkeren, want hoe kunnen we in vredesnaam van ze verwachten dat ze feilloos de ’juiste’ keuze kunnen maken? Hoe kun je uit een mooie folder of na een open dag beslissen wat goed bij jou past, als je daar nog niet de rijpheid en ervaring voor hebt?

Gelukkig zie ik veel jongeren wel degelijk op zoek gaan. Ook al heeft de maatschappij een soort gesloten systeem voor ze gemaakt, zij laten zich daardoor vaak niet van de wijs brengen. Dat bewijst voor mij hun kracht. Helaas zullen er ook jongeren zijn die zich onder druk laten zetten en door blijven hannesen. Maar anderen durven toch te stoppen met een opleiding als die niet bevalt. Er zijn ook jongeren die er een jaar tussenuit gaan omdat ze het nog niet weten. Zij denken: ik ga een jaar reizen of werken, want ik durf nog geen keuze te maken. Zo krijgen zij de kans om zichzelf wat beter te leren kennen en los te komen van de dwang van school, van ouders, van systemen. Dat is heel verstandig. Jongeren beseffen vaak veel beter dan wij dat ze tijd nodig hebben en ervaring moeten opdoen.”

mailIcon print |