*

 

Vertragen kan wel, tegenhouden niet

Hanne Obbink − 28/01/09, 00:00

Gemeenten zijn zelden enthousiast over de komst van van nieuwe – islamitische – scholen. Maar de vrijheid van onderwijs verplicht hen eraan mee te werken.

Het Nederlandse onderwijsstelsel is niet erg toegankelijk voor nieuwkomers, bleek afgelopen zaterdag in Trouw. Islamitische en ook evangelische scholen hebben grote moeite zich een plek te verwerven. Landelijke regels werpen hoge drempels op en ook gemeenten zijn vaak niet toeschietelijk als nieuwe scholen zich melden.

Islamitische schoolbesturen hebben het gevoel dat de weerstand bij gemeenten tegen hen duidelijk groter is dan de onwil jegens evangelische scholen. Hebben zij reden voor dat verongelijkte gevoel? Of hebben gemeenten steekhoudende argumenten voor hun weinig toeschietelijke houding?

Een deel van de weerstand treft islamitische en evangelische scholen gelijkelijk. Nieuwe scholen worden door gemeenten en ook door gevestigde scholen zelden met open armen ontvangen, en dat valt te begrijpen. Zo’n school betekent concurrentie voor bestaande scholen, de gemeente is verplicht een schoolgebouw te zoeken en dat is niet alleen een hoop gedoe, het kost ook geld. Daar komt bij dat gemeentebestuurders niet altijd begrip kunnen opbrengen voor de behoefte aan evangelisch of islamitisch onderwijs. Zijn de bestaande, algemeen toegankelijke scholen niet goed genoeg voor moslims en evangelicalen?

Maar als het om islamitisch onderwijs gaat, komen er meestal nog een paar tegenwerpingen bij. Want, wordt nogal eens gezegd, islamitische scholen zijn meestal van slechte kwaliteit en ze zijn niet bevorderlijk voor de integratie.

Vergeleken met de gemiddelde basisschool scoren islamitische scholen inderdaad vaak slecht, blijkt uit gegevens van de onderwijsinspectie. Maar, werpen de betrokken schoolbesturen tegen, die vergelijking is oneerlijk, want onze scholen hebben veel meer achterstandsleerlingen dan een gemiddelde school. Dat klopt, maar ook vergeleken met andere bijna volledig ’zwarte’ scholen doen islamitische scholen het niet best.

Juist om het ontstaan van nieuwe achterstandsscholen te voorkomen, heeft voormalig onderwijsminister Van der Hoeven overwogen om een extra drempel voor nieuwe scholen op te werpen. Die zouden niet mogen starten, als ze naar verwachting meer dan 80 procent achterstandsleerlingen trekken. Huidige staatssecretaris Dijksma heeft dat plan ingetrokken – onuitvoerbaar, oordeelt zij. Dat is goed nieuws voor het islamitisch onderwijs; die extra drempel zou het stichten van nieuwe islamitische scholen feitelijk onmogelijk maken. Maar de zorgen over de kwaliteit van achterstandsscholen zijn daarmee niet verdwenen.

En hoe zit het met de integratie? Met het onderwijs zelf is in dit opzicht niets mis: volgens de inspectie is dat aan islamitische scholen meestal voldoende gericht op de Nederlandse samenleving. Maar helpt die gerichtheid op Nederland wel als moslimkinderen op school alleen met andere moslimkinderen omgaan? Deskundigen durven zich er niet over uit te spreken. Onderzoek daarnaar is er niet, zeggen zij, meningen zijn er des te meer.

Maar strikt genomen doen al deze argumenten er niet toe – of van een nieuwe school nu kwaliteit te verwachten valt of niet, en of die nu wel of niet zal bijdragen aan de integratie. Als de initiatiefnemers kunnen aantonen dat een nieuwe school genoeg leerlingen zal trekken, is een gemeente wettelijk verplicht om mee te werken. Sommige gemeentes slagen er wel in de komst van een school te vertragen, maar tegenhouden kan niet. Zo is in Nederland nu eenmaal de vrijheid van onderwijs geregeld.

mailIcon print |