De internationale handel loopt sterk terug, een wereldhandelsakkoord blijft uit. De WTO ontpopt zich als bestrijder van protectionisme.
De exporterende bedrijven klagen steen en been over hun kansen om hun producten op de wereldmarkt te slijten. Als ze al exportkredieten kunnen krijgen, lopen ze op tegen steeds hogere premies voor exportkredietverzekeringen. De handel stokt. Met een van de belangrijkste pijlers van de welvaart gaat het niet goed. Dat is geen typisch Nederlandse klacht, maar een mondiale.
Nog maar een maand geleden dacht de topman van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), Pascal Lamy, eindelijk progressie te kunnen boeken in de zogeheten Doha-handelsronde. Die ronde – vernoemd naar de hoofdstad van Katar en begonnen in 2001 – heeft nog niets opgeleverd.
In december dacht Lamy de partijen, met de Verenigde Staten en India voorop, voldoende te hebben gemasseerd om tot een akkoord te komen. Het waren de laatste dagen van de Republikeinse president Bush. En met Republikeinen is het makkelijker zaken doen dan met de van huis uit meer protectionistische Democraten, moet Lamy hebben gedacht.
Zijn inschattingen blijken fout te zijn geweest. De G20, de groep van twintig landen die geacht werd het economisch raamwerk van de wereld te vormen, had geroepen dat liberalisering van de handel een van de antwoorden moest zijn op de snel verslechterende economische situatie. De zeven rijkste landen van de wereld, de G7, lieten een vergelijkbaar geluid horen. Maar het bleef bij geluid. Lamy kan sindsdien niets anders doen dan waarschuwen voor de gevaren van protectionisme.
Het lijkt erop dat Lamy de agenda aan het bijstellen is. In toespraken heeft hij het niet meer over de Doha-ronde. Hij begint zich te beperken tot het op gang houden van de huidige handelsstromen en richt zich niet meer op het op gang brengen van nieuwe.
Volgens Lamy stokt de handelsfinanciering. In maart hoopt hij met alle grote partijen – landen, maar ook banken en kredietverzekeraars– een top te houden over het overeind houden van de handel. In haar pogingen protectionisme tegen te gaan, voert de WTO tevens de informatieverstrekking op.
De trends in de handel worden veel vaker gepubliceerd. Binnenkort wordt de eerste publicatie verwacht. De inhoud zal niet bijster goed zijn. De grootste spelers – de opkomende ontwikkelingslanden als China en Brazilië en olielanden als Rusland en Nigeria – zien hun exporten snel verminderen. Dan gaat het om grondstoffen en olie, maar ook om textiel en landbouwproducten. Ook het toerisme naar ontwikkelingslanden stagneert, waardoor de instroom van buitenlandse deviezen opdroogt. Het zijn allemaal landen die hun opkomst danken aan externe factoren en niet aan de kracht van hun binnenlandse economie.
De handelsbetrekkingen dreigen ook te verslechteren. En het zijn niet de minsten die hun handelsconflicten aan de WTO voorleggen. China heeft bij de WTO geklaagd over Amerikaanse maatregelen die de invoer van stalen pijpen en banden naar de VS aan banden leggen. Vorig jaar al klaagde China over de maatregelen van de VS om geprepareerd papier te weren. Omgekeerd hebben de VS inmiddels gelijk gekregen bij de WTO in een zaak tegen China over schending van intellectuele eigendomsrechten en illegale namaak.
Maar die dossiers zijn minuscuul in vergelijking met een klacht die de VS nog altijd dreigen te formuleren tegen China. Dat land wordt er van beticht de waarde van ’s lands munt, de yuan, bewust laag te houden om concurrentievoordeel te genieten. De regering-Obama heeft al laten weten elke optie open te houden om China in deze zaak aan te pakken.
In het verleden was overleg aan de orde van de dag, Nu wint klagen bij de WTO aan populariteit.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.