Het kost de staat waarschijnlijk geen cent, sterker nog: Financiën beweert dat we er met zijn allen vermoedelijk rijker van worden. En ING is verlost van het gif uit een pakket risicovolle Amerikaanse hypotheken, zodat de bank er weer een stuk florissanter voorstaat.
Zo bezien heeft minister Bos een uitstekende deal gesloten om ING te redden. Waarbij de minister beaamt dat garanties in de huidige turbulente financiële markt niet te geven zijn. Komen de Amerikaanse huizenbezitters hun hypotheekverplichtingen niet na, dan draagt de Nederlandse overheid daarvoor het leeuwendeel van het risico.
Zover hoeft het helemaal niet te komen. En het moet gezegd, deze jongste reddingsoperatie is een staaltje van boekhoudkundig vernuft. Bos heeft bovendien een tegenprestatie geëist van ING: de bank verplicht zich ertoe 25 miljard aan leningen te gaan verstrekken, om zo de vastgelopen kredietmarkt weer vlot te trekken.
Of deze nieuwe aanpak wel gaat werken, moet blijken. Eerdere strategieën getuigden eveneens van grote logica: de ’onvermijdelijke’ nationalisatie van Fortis en ABN Amro, de garantieregeling om het interbancaire geldverkeer te stimuleren. Beide maatregelen waren niet afdoende. Hetzelfde geldt voor de eerdere rechtstreekse kapitaalinjectie van 10 miljard euro voor ING. Ditmaal is een intrigerende vraag waarom Bos geld denkt te gaan verdienen met hetzelfde pakket hypotheken dat volgens beleggers in potentie dodelijk is voor ING.
Ook is zeker niet gezegd dat de 25 miljard die ING aan leningen moet gaan verstrekken, op korte termijn veel oplevert. Volgens het bedrijfsleven zijn banken veel te terughoudend geworden met het verstrekken van leningen. Maar het valt ook anders te verwoorden: banken zetten de kredietlijn niet zomaar meer open. Ze maken vooraf betere risico-inschattingen. Dat betekent dat krediet schaarser en duurder wordt, en dat zal het bedrijfsleven merken. Maar dat bankiers beter op hun tellen passen, is op zichzelf een logische les uit deze crisis. Minister Bos zal van ING vast niet verlangen dat de bank zich opnieuw grote financiële risico’s op de hals haalt.
Maar met pogingen om de kredietverlening een impuls te geven, is de samenleving dus niet automatisch geholpen. Om dat wel voor elkaar te krijgen, zal het kabinet de reële economie verder op weg moeten helpen. Niet via directe staatssteun aan het bedrijfsleven, maar wel door verantwoorde investeringen in innovatie en infrastructuur voortvarend naar voren te halen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.