opinie Hoe het parlementaire- en maatschappelijke debat over de crisisvoorstellen ook afloopt, één ding staat nu al vast: de kritiek en de aandacht zal zich vooral richten op een enigszins nerveuze PvdA, die zich de toorn van de FNV en de SP op de hals heeft gehaald.
Of op de ChristenUnie wier inbreng onherkenbaar is gebleven. Maar voor het CDA zal andermaal de rol zijn weggelegd van de partij die het zich veroorloven kan het gekrakeel tamelijk onbewogen gade te slaan.
Dat het zo zou aflopen stond eigenlijk dit weekeinde al vast toen het CDA op zijn congres welbewust de pose aannam van de partij die de crisis zal bezweren. Oud-premier Lubbers verscheen er (allerminst toevallig) naast Balkenende en samen riepen zij het beeld op dat het de partij ook dit keer zal lukken het land door deze crisis te loodsen, zoals Lubbers dat gedaan had in de jaren tachtig. En net als toen legde men er de nadruk op dat er geen goedkope oplossingen bestaan. De crisis mag niet op de pof worden bezworen en evenmin mogen de lasten eenzijdig worden afgewenteld op komende generaties.
Dat is op zichzelf natuurlijk verstandige taal. Maar het eigenaardige is dat Wouter Bos precies hetzelfde beweert. Het verschil is alleen dat hij wel zwaar onder vuur komt te liggen en Balkenende en/of het CDA niet. Ra, ra, hoe kan dat? Een verschil in achterban misschien? Het zou kunnen. Op CDA-congressen heerst al sinds jaar en dag de rust van het kerkhof. CDA-jongeren mogen daar hun rituele nummertje onrust zaaien. Maar daar moet het ook bij blijven. Aan het eind van de dag moet blijken dat men als één man achter de leiding staat. Het christen-democratisch Appèl is vooral een christen-democratisch Applaus.
Maar welbeschouwd is ook dat geen verschil meer met de PvdA. Ook daar hebben de ooit zo legendarische congressen zich ontwikkeld tot applausmachines. Zo debatteerde een week eerder de PvdA wel uitvoerig over een reeds lang achterhaalde integratienota, maar vertrouwde men de afhandeling van de crisis volledig toe aan het duo Hamer/Bos. Geen resoluties over koopkrachtgaranties voor de minima, geen woord over de pensioenleeftijd, of het handhaven van ontwikkelingshulp. Niets van dat alles.
Het verschil zal dus uit iets anders moeten worden verklaard. Persoonlijk hou ik het erop dat het CDA over een geheimzinnig Archimedespunt beschikt, op grond waarvan kiezers telkens het CDA het voordeel van de twijfel gunnen. Dat gebeurde in 2002 toen velen in de ban geraakten van Pim Fortuyn en ’Paars’ zwaar onder vuur kwam te liggen. Het CDA was toen zo ’verstandig’ tamelijk onopgemerkt met deze beweging mee te liften, zonder er overigens te dicht bij in de buurt te komen. En met succes. Zoals de partij in de jaren daarna ook met succes meeliftte op de neoliberale koers van de VVD – tot de laatste verkiezingsuitslag de partij dwong tot samenwerking met de PvdA.
Die coalitie leek aanvankelijk moeizaam uit de verf te komen, tot het CDA in het licht van deze crisis opnieuw zijn Archimedespunt ontdekte, de kunst dus om tamelijk onopgemerkt een draai te maken en vanuit die nieuwe positie te roepen dat anderen moeten bewegen, naar hen toe, naar het Archimedespunt.
Het is razend knap, het CDA als de onbewogen beweger van de Nederlandse politiek. Maar bedenk wel dat er achter dit vaderlijk vermaan berekenend machtsdenken schuil gaat. Zo herinnerde CDA-partijvoorzitter Peter van Heeswijk zaterdag in de Volkskrant de PvdA er fijntjes aan dat deze partij zich vooral niet teveel moet verbeelden. Zijn partij, zei hij, sluit geen enkele coalitie uit, ook niet met de partij van Wilders. Ook al zal er dan nog wel ’bewogen moeten worden’.
En die kunst verstaat het CDA als geen ander: ongemerkt te kunnen bewegen en zo te boek staan als de onbewogen beweger van de Nederlandse politiek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.