*

 

Bouwen voor Bouwkunde

Henny de Lange − 25/03/09, 00:00

De nieuwbouwideeën voor de afgebrande bouwfaculteit in Delft tonen een kentering. Het wordt in geen geval een megalomaan bouwwerk.

  • (Trouw)
  • (Trouw)
  • De drie eerste-prijswinnaars. Op de bovenste foto het plan van Laura Alvarez, die de noodhuisvesting van de bouwfaculteit combineert met nieuwbouw. Linksonder het kassencomplex van Marc Bringer. Rechtsonder het ontwerp van Gijs Raggers die de Rotterdamse Lijnbaan wil kopiëren op de campus van de TU Delft. (Trouw)

Als een ’archifenix’ moet de vorig jaar afgebrande faculteit Bouwkunde van de TU Delft uit de as herrijzen. Maar afgaand op de ontwerpen van de winnaars van een internationale ideeënprijsvraag wordt het in geen geval een megalomaan bouwwerk of zo’n ouderwetse icoon waarbij alle aandacht uitgaat naar de buitenkant.

Wat het wel gaat worden, valt niet te zeggen, omdat de architect via een Europese aanbesteding wordt gekozen. Maar alles wijst er volgens rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol op dat er een kentering gaande is in het denken over architectuur en het bouwkundeonderwijs. Het gaat niet meer alleen om de uiterlijke vorm waar de laatste tijd de nadruk op lag. Begrippen als duurzaamheid, hergebruik en aandacht voor een goede inpassing in de omgeving krijgen een zwaarder accent. En dat heeft ongetwijfeld ook met de crisis te maken.

Dat er wereldwijd belangstelling zou bestaan onder architecten voor het ontwerp van de nieuwbouw voor de internationaal hoog aangeschreven Delftse bouwfaculteit, lag voor de hand. Maar dat er 466 reacties zouden komen op de ideeënprijsvraag die de TU Delft had uitgeschreven, had niemand verwacht, zegt Van der Pol. Zij is voorzitter van de internationale jury die de inzendingen heeft beoordeeld. Het niveau van de inzendingen was zeer hoog. „Er zaten nauwelijks one-liners of losse flodders bij.”

De meeste deelnemers houden vast aan de oude locatie van Bouwkunde, met soms een duidelijke verwijzing naar het afgebrande gebouw, een ontwerp van Van den Broek uit 1961. De Belgische architecten Tom Haelvoet en Eveline Hanssens kregen een eervolle vermelding voor hun ontwerp Post Ignem (Na het vuur), waarin de achtergelaten afdruk van de afgebrande faculteit is opgenomen als een open (ontmoetings)ruimte.

Te veel dramatiek, oordeelde de jury aanvankelijk. Maar bij nadere bestudering bleek het toch een slim ontwerp, waarin de geschiedenis is geïntegreerd zonder in de valkuil van nostalgie te vallen.

Andere deelnemers laten de oude locatie los en komen met een nieuwe plek op de campus, waarbij de bouwfaculteit kan uitgroeien tot een bindende factor voor de TU. Ook kiest een aantal inzenders voor het hergebruik van leegstaande gebouwen, waarbij ook de huidige (nood)huisvesting van de bouwfaculteit aan de Julianalaan een optie is.

De Amsterdamse architect Laura Alvarez heeft dat bijvoorbeeld gedaan in haar ontwerp Amalgam, dat ze volgens de jury zo goed heeft uitgewerkt dat het haar de (gedeelde) eerste prijs oplevert. De jury wees uiteindelijk drie eerste-prijswinnaars aan. De andere twee zijn Marc Bringer uit Parijs met het ontwerp Green-Housed Culture, en de Rotterdamse architect Gijs Raggers (A world without objects). Raggers grijpt terug naar het verleden door het ontwerp dat architect Van den Broek in 1952 maakte voor de Rotterdamse Lijnbaan, de eerste autovrije winkelpromenade ter wereld, te ’kopiëren’ aan de Mekelweg.

De jury jubelt over de ruimtelijke uitwerking van het idee om de 500 meter lange, 50 meter brede en vijf meter hoge Lijnbaan te implementeren op de campus van de TU Delft, maar heeft er ook stevige discussies over gevoerd. Van der Pol: „De gedachte om bij het kijken naar de toekomst terug te grijpen op een architectuurklassieker uit het verleden leverde een prachtig debat op. Want kan dat wel, een replica toepassen? Als jury kwamen we tot de conclusie dat terugkijken goed is, maar dat daar wel iets nieuws uit moet komen.”

Een soortgelijk ’kantelmoment’ in het denken over de architectuur bespeurt de jury ook in het ontwerp van Bringer voor een kassencomplex. Dat is niet alleen een typisch Nederlandse oplossing, met het Westland om de hoek. Met flexibel in te delen ruimtes met veel groen, opgebouwd uit eenvoudige elementen, kan ook snel ingehaakt worden op veranderingen in het bouwkundeonderwijs.

Hoewel de keuze van de architect losstaat van de ideeënprijsvraag, hoopt Van der Pol dat elementen uit de winnende inzendingen worden opgenomen in het eisenprogramma voor het definitieve ontwerp.

Opvallend vindt ze dat in alle inzendingen uitgegaan wordt van een fysiek gebouw. „Kennelijk is de gedachte van digitaal lesgeven toch niet kansrijk. Men blijft behoefte houden aan een plek waar men samenkomt om kennis op te doen en uit te wisselen en samen te studeren en te werken. Het gebouw heeft niet aan kracht ingeboet.”

De rijksbouwmeester was niet alleen verrast door het hoge niveau van de ideeën. Het doet haar ook goed dat er zoveel jonge architecten en ook studenten hebben meegedaan, uit binnen- en buitenland. „Die grote belangstelling zegt iets over de positie die de Delftse bouwfaculteit internationaal inneemt. Het grote aantal jonge deelnemers bewijst bovendien dat we onszelf ongelofelijk te kort doen als we talentvolle jonge architecten die als gevolg van de crisis nu nauwelijks nog aan de bak komen, geen kans geven. Als rijksbouwmeester zal ik nog harder gaan lobbyen om voor elkaar te krijgen dat jonge architecten bij de Europese aanbestedingen meer kansen krijgen.”

Vroeger zou de opdracht voor het ontwerp van de nieuwe bouwkundefaculteit waarschijnlijk automatisch naar de rijksbouwmeester zijn gegaan? Met andere woorden: jeuken haar handen niet om zelf mee te dingen? Lachend: „Nee, deze rijksbouwmeester heeft al genoeg mooie gebouwen mogen ontwerpen.”

mailIcon print |