Nederland is in Europa koploper geworden in het opsluiten van probleemjongeren. Niet alleen zitten hier vierduizend jongeren vast in jeugdgevangenissen zonder veroordeeld te zijn (vanwege wachtlijsten bij jeugdzorg). Ook gebeurt het steeds vaker dat 14- of 15-jarige kinderen in een politiecel verdwijnen na kleine vergrijpen. Achter een zware metalen deur mogen ze, zonder ouders, de uitkomst van het politieonderzoek afwachten.
Het opsluiten van twee jongens van 13 en 14 jaar in Weesp, die telefonisch een school bedreigden, past in deze zorgwekkende trend. De jongens zaten een week achter de tralies voor een daad waarmee ze grote onrust veroorzaakten, maar waarvan zij –gezien hun leeftijd– de reikwijdte toch echt niet konden overzien. Nota bene hun eigen ouders leverden hen direct na ontdekking bij de politie af.
Het verblijf in een cel is voor een kind een zeer ingrijpende ervaring. Een politiecel is niet op kinderen ingericht. Er is geen begeleiding, de deur zit op slot. Zelfs als het verblijf maar één dag duurt, is duidelijk dat dit voor een kind zeer intimiderend is. Daar weegt het belang van het politieonderzoek zelden tegen op. Dat onderzoek kan ook plaatsvinden, terwijl het kind thuis of op een opvangadres is. Erger nog is dat het voorarrest zélf al een straf is, en meestal zwaarder dan de rechter uiteindelijk oplegt.
De balans is zoek als dit zware middel steeds meer routinematig wordt ingezet. Het VN-Kinderrechtenverdrag, door Nederland ondertekend, spreekt verstandige taal: in het jeugdstrafrecht moet de pedagogische aanpak voorop staan, en daarin hoort het zich radicaal te onderscheiden van het volwassenenstrafrecht. Niet voor niets heeft de wetgever ooit een grens getrokken bij 18 jaar: tot die leeftijd verdient een jongere allereerst hulp. Zo moet het blijven.
Wat verbaast, is de selectieve verontwaardiging. Op de gebeurtenissen in Weesp is gereageerd alsof het een incident betreft. Vooral vanuit de politiek bleef het stil, daar waar in spiegelbeeldige situaties de emoties hoog oplopen. Zie het grote tumult, ook in de Kamer, toen vorig jaar een rechter besloot om een 16-jarige jongen na doodslag volgens het gewone jeugdstrafrecht te vervolgen. Laat er dan nu ook een flink debat losbarsten.
Minister Rouvoet van jeugd en gezin was onlangs nog bij de VN om te rapporteren hoe Nederland het VN-kinderrechtenverdrag naleeft. Hij mag alsnog vertellen wat hij daar beloofd heeft, vooral over het vastzetten van kinderen in voorarrest.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.