*

 

Auto-industrie VS snijdt en bedelt

Han Koch − 19/02/09, 00:00

De Amerikaanse auto-industrie kraakt in haar voegen. Merken zijn onverkoopbaar, steunplannen kunnen rekenen op scepsis en nationalisatie zoals bij banken is ondenkbaar.

  • Bij een internationale autobeurs in Detroit, begin januari, wordt de Buick LaCrosse gepresenteerd. Buick is een dochter van General Motors. (AFP)

De Zweedse overheid heeft geen behoefte om eigenaar te worden van de autofabriek van Saab. Saabs moeder, het Amerikaanse General Motors (GM), heeft het zorgenkind te koop aangeboden, anders dreigt op korte termijn een faillissement. De impasse rond Saab is illustratief voor de situatie waarin de Amerikaanse auto-industrie verkeert.

Saab staat niet alleen. Hummer en Saturn, ook van GM, dreigen snel te bezwijken. De productie van Saturn wordt in 2011 gestaakt als zich geen koper meldt. Voor Hummer, dat een tijd te koop staat, dreigt al over enkele maanden eenzelfde scenario.

GM, en in het kielzog de kleinere collega Chrysler, tracht via meerdere wegen het hoofd boven water te houden. Er wordt druk gesneden in het personeelsbestand. Zo gaan bij GM wereldwijd 47.000 van de 244.000 banen weg; bij Chrysler 3000. De automobielfabrikanten uit het noorden van de VS – GM, Chrysler en Ford – zoeken voorts naar extra concurrentiekracht ten opzichte van de Honda- en Toyota-fabrieken in het zuiden. Met UAW, de Amerikaanse vakvereniging voor de automobielindustrie, wordt druk onderhandeld over een bevriezing van de loonkosten en een verlaging van de uitkeringen bij verlies van een baan.

Met die kostenreducties zijn de noodlijdende concerns er nog lang niet. In Europa wordt onderhandeld met regeringen over steun aan de Europese GM-dochters, zoals Opel in Duitsland, Saab in Zweden en Vauxhall in Engeland. De overheden wijzen de partnerschappen die worden aangeboden, feitelijk verkapt aandeelhouderschap, af. Bij banken willen zij nog wel overgaan tot nationalisatie; autofabrikanten kunnen daar niet op rekenen. De Zweedse overheid liet gisteren luid en duidelijk weten geen ondernemer te willen worden. De Duitse regering was iets voorzichtiger. Er kan, overigens net als in Zweden, op steun in de vorm van zachte leningen gerekend worden. Maar verder moet GM de eigen broek ophouden.

Duitsland heeft overigens geen spijkerhard oordeel gegeven over GM’s overlevingsplannen. Er wordt gewacht tot GM de Amerikaanse overheid meer details over de herstructurering geeft. Die details horen bij de steunaanvraag die GM heeft ingediend. GM heeft dringend 16,6 miljard dollar nodig, bovenop de 13,4 miljard die Washington eerder al als lening gaf. Chrysler vraagt nu 5 miljard dollar; eerder was al 4 miljard van de overheid geleend.

Wat de regering Obama gaat doen is onduidelijk. Eind deze week komt het financieel-economisch team bijeen om de situatie te beoordelen. Het is een tussenstand, de finale balans over de Amerikaanse auto-industrie wordt pas eind maart opgemaakt.

De druk op de regering Obama wordt sterk opgevoerd. Chrysler en GM hebben Washington voorgerekend dat het steunpakket – samen 21,6 miljard dollar – nog altijd goedkoper is dan een scenario waarin de concerns failliet gaan. Dat zou de belastingbetalers 110 miljard kosten. Anders gezegd: Mocht Chrysler omvallen dan verdwijnen er 40.000 banen bij Chrysler en 140.000 bij 3300 dealers, en hebben 31 miljoen bezitters van een Chrysler-auto geen garantie en service meer op hun auto.

mailIcon print |