*

 

Stagnerende export leidt tot groeiende werkloosheid China

Janne Chaudron − 04/02/09, 00:00

De Europese economieën krimpen. China daarentegen groeit met zo’n 7 procent. Toch betekent die ’matige’ groei een harde klap voor de economie van het land.

Grote aantallen Chinezen staan deze dagen in de rij bij banenbeurzen in onder meer Peking en Shanghai. Banenbeurzen zijn een terugkerend fenomeen in China. In het verleden waren ze bedoeld om miljoenen plattelandarbeiders warm te maken voor een fabrieksbaan in de stad. Maar nu de export naar het Westen ernstig stagneert, trekken de banenbeurzen voornamelijk werkloze plattelanders die al lang in de stad werken. Zhang Yuancheng, een boer die aan het werk ging als elektricien in de stad, is één van de twintig miljoen migrantenarbeiders die zijn baan verloor door de economische crisis. „Ik ben expres zo vroeg mogelijk afgereisd naar Shanghai, in de hoop een baan te vinden, maar ik heb er een hard hoofd in”, zegt Zhang tegen financieel persbureau Bloomberg.

De banenbeurzen openden dit jaar midden in de Chinese vakantieperiode al hun deuren. Dat is eerder dan andere jaren om sociale onrust onder de snel oplopende groep werkloze arbeidsmigranten te voorkomen. Maandag werd bekend dat de Chinese werkloosheid is opgelopen tot 26 miljoen mensen. Van de 130 miljoen arbeidsmigranten die afgelopen jaren het platteland voor de stad verruilden, zijn twintig miljoen gedwongen terug te keren naar het platteland.

China wordt hard getroffen door de economische crisis. In het vierde kwartaal groeide de Chinese economie met een ’matige’ 6,8 procent, in het derde kwartaal kwam die nog uit op 9 procent. Over heel 2007 kende de Chinese economie een spectaculaire groei van 13 procent. Het IMF berekende vorige week dat over heel 2009 de Chinese economie met 6,7 procent groeit. Ook andere opkomende landen krijgen harde klappen vanwege de economische crisis. Het IMF voorspelt voor dit jaar een groei van 3,3 procent voor de nieuwe economieën.

In vergelijking met westerse landen, waarvan de meeste met een recessie kampen of er tegenaan zitten, steken de groeicijfers van China goed af. Maar schijn bedriegt. „Opkomende markten hinken ver achter”, verduidelijkt internationaal econoom Steven Brakman, verbonden aan de Universiteit van Groningen. „Als je uitgaat van een laag groeiniveau, zoals in opkomende markten, dan heb je relatief een hoog percentage economische groei nodig om andere landen bij te houden. Een simpel – fictief – voorbeeld: stel dat een opkomende economie per jaar 1 auto produceert. Het volgende jaar maakt het land 2 auto’s, een groei van 100 procent. Dat is een hoog percentage, maar in werkelijkheid een minimale groei.”

Eén van de belangrijkste redenen dat een land als China het afgelopen jaar zo hard kon groeien, is volgens de internationaal econoom het enorme arbeidspotentieel waarover het land beschikt. Landen die zich hebben omgevormd van een rurale tot industriële economie zoals China, hebben het voordeel dat ze genoeg handen én kapitaal hadden om de industrialisatie op gang te brengen. Dat was zeker tot een paar maanden geleden een groot voordeel. Westerse landen importeerden tegen lage prijzen producten, onder meer vanwege lage arbeidskosten, uit opkomende economieën. Maar nu westerse landen kampen met een recessie, stagneert de export.

Door deze ontwikkeling verliezen miljoenen arbeidsmigranten hun baan. Een economische groei van 6,7 procent is niet genoeg om de vele plattelanders die hun geluk in de stad zoeken, aan het werk te houden. Ook speelt de bevolkingsomvang van China een rol bij de mate van economische groei. Het land telt 1,3 miljard inwoners. Terwijl dat inwonertal vanwege de eenkind-politiek de komende jaren niet veel zal toenemen, heeft China wel hoge economische groeicijfers nodig om het welvaartsniveau op pijl te houden en de snelle vergrijzing het hoofd te bieden.

mailIcon print |