Waarom zweeg het Vaticaan in gesprek met de lefèbvristen over hun antisemitisme ? Volgens Peter Nissen zou verzoening dan niet bereikt zijn.
Niet over de Joden praten. Is dat het motto geweest tijdens de acht jaar dat het Vaticaan met de lefèbvristen sprak om de verzoening voor te bereiden?
Hoe anders is het te verklaren dat paus Benedictus als kardinaal Ratzinger sinds 2001 aan die gesprekken deelnam, en toch is overvallen door de commotie over het antisemitisme in die kring?
Op 29 augustus 2005 ontving Benedictus de leider van de priesterbroederschap Pius X, bisschop Fellay, in zijn zomerverblijf te Castelgandolfo. Het gesprek ging, volgens een verslag op de website van de broederschap, over anticonceptie, over de Gaypride en over foute missen. Geen woord over Joden. Homo’s, condooms en tafelgebeden benamen het zicht op het echte probleem: het antisemitisme van de navolgers van wijlen Marcel Lefèbvre.
„Met veel van de opvattingen van Lefèbvre heeft paus Benedictus zeker affiniteit”, zegt de katholieke hoogleraar Peter Nissen, verbonden aan de universiteit van Tilburg. „Bijvoorbeeld als het gaat om moreel verval, daar horen dan onderwerpen bij als anticonceptie en homoseksualiteit, en ook over de liturgie en zelfs wat betreft de interreligieuze dialoog. Maar wat de verhouding tot de Joodse gemeenschap betreft is er geen enkele overeenstemming. De huidige paus schreef als kardinaal Ratzinger in 1997 een boek waarin hij prioriteit geeft aan de dialoog met het Jodendom. Daarover is geen twijfel,” aldus Nissen.
Evenmin is er twijfel dat kardinaal Ratzinger sinds 2001 aanwezig is geweest bij gesprekken die de verzoening met de omstreden priesterbroederschap Pius X moesten voorbereiden. Ook de Colombiaanse kardinaal Hoyos was daarbij, die zeer conservatief is, maar wel het Tweede Vaticaans concilie erkent.
Kardinaal Hoyos slaapt, weet Peter Nissen, in het sterfbed van paus Pius XII. „Niet uit zuinigheid, denk ik, maar uit piëteit.” De houding van paus Pius XII tegenover Joden is omstreden.
Hoe kan het dat acht jaar lang niet over de Joden is gepraat? Het onderwerp ter sprake brengen zou een verzoening onmogelijk maken, denkt Nissen. Voor Rome was het bestaan van een schisma, een afscheiding van een katholieke groepering, onverdraaglijk. Het opheffen van de excommunicatie van de priesterbroederschap was Rome veel waard.
Dat blijkt alleen al uit het feit dat de lefèbvristen geen enkele concessie hoefden te doen bij de verzoening, en het Vaticaan maar liefst twee. Rome moest de Tridentijnse mis weer goedkeuren zonder voorwaarden en de excommunicatie van de vier priesters van de broederschap moest opgeheven worden. De broederschap hoefde niets te doen, zelfs geen fouten te erkennen.
De onderhandelaar van de lefèbvristen heeft zijn werk goed gedaan, zou je kunnen zeggen. Wat zou Rome geëist kunnen hebben? Nissen: „Dat de lefèbvristen Vaticanum II erkenden. Ik denk trouwens niet dat ze dat gedaan zouden hebben.”
Zó graag wilde het Vaticaan de eenheid herstellen, dat het maar niet ter sprake heeft gebracht wat een ernstig punt van verschil is: de verhouding tot het Jodendom. Nissen: „Ik geloof wel dat de drijfveer van paus Benedictus is geweest het herstel van de eenheid, maar hij is daar nogal selectief in. Alleen met traditionalisten wil hij eenheid, met anderen niet, zoals bijvoorbeeld de oud-katholieken. De paus laat hiermee zien dat hij een traditioneel, anti-modern profiel heeft.”
De paus heeft te weinig afstand genomen van de antisemitische opvattingen van de priesterbroederschap, vindt Nissen, en dat veroorzaakt onzekerheid onder de Joodse gemeenschap en schaamte onder katholieken. Het zou een teken van krachtig en waardig leiderschap zijn, meent Nissen, wanneer paus Benedictus erkende dat er iets is fout gegaan. „Er is geen sprake van onfeilbaarheid, dat is niet aan de orde. De paus moet publiekelijk afstand nemen van Williamson, en zijn naam noemen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.