*

 

Waarom is een eufemisme zo slecht?

Sebastien Valkenberg − 29/01/09, 00:00

De afgelopen jaren heeft een forse taalverruwing plaatsgevonden, zowel in het publieke debat als op straat. Die valt moeilijk te ontkennen, daarvoor zijn de voorbeelden te talrijk.

Toch is enige nuancering op zijn plaats. Want tegenover deze verbale driestheid bestaat een hardnekkige neiging tot eufemistisch taalgebruik – vooral in Amsterdam, lijkt het vaak.

Dat bleek vorige week maar weer toen burgemeester Cohen aankondigde dat Vrankrijk zijn deuren moet sluiten. Stug wordt ernaar verwezen als een ’kraakcafĆ©’. Met deze woordkeuze wordt het sfeertje opgeroepen van: af en toe een band die optreedt, lekker stevig discussiĆ«ren met een biertje erbij.

Dat dit niet helemaal strookt met de werkelijkheid, als ik mezelf een understatement toesta, dringt nu langzaam door. Een vrijstaat is een accuratere omschrijving voor de situatie in de Spuistraat, waar, ’het recht van de sterkste tot volle wasdom kon komen’, om het hoofdredactioneel commentaar van Trouw van vorige week aan te halen.

De werkelijkheid heeft zich hier behoorlijk losgezongen van onze taalconventies. Of maak ik me schuldig aan de uitvergroting van een enkel incident? Ik wou dat het waar was, maar daarvoor zijn de voorbeelden te talrijk.

Wat te denken van de jaarlijkse kerstboomverbranding in Amsterdam-Noord. Gezellig, een knapperend vuurtje, waaromheen de buurt zich verzamelt – wat is daar mis mee? Laat dat verkleinwoord maar weg. Pallets worden tot drie hoog opgestapeld en er wil nog wel eens een auto op het vuur belanden. En dan heb ik het nog niet eens over de o zo noodzakelijke aanwezigheid van de ME.

Laatste voorbeeld: de Walletjes. De rosse buurt. Tja, als je het zo stelt, hebben we hier te maken met een stukje Oudhollandse folklore. Nog net geen erfgoed voor de lijsten van de Unesco. Natuurlijk is het een beetje stout wat daar gebeurt. Maar ja, maakt dat Amsterdam niet tot die unieke stad die zij is?

Als iemand een ansicht van Anton Pieck wil oproepen, is dat zijn goed recht. Maar het wordt potsierlijk wanneer men zich zo keert tegen de plannen van de gemeente om de hoerenbuurt aan te pakken. Tegen de vertrutting van de stad, heet het dan. Alsof inmiddels niet allang is aangetoond dat de buurt het werkterrein is van vrouwenhandelaren en zware criminelen.

Nu zijn eufemismen doorgaans handige hulpstukken om het een beetje leefbaar te houden. Op straat, tijdens feestjes, op de werkvloer: veel situaties zijn helemaal niet gebaat bij een maximum aan waarheid. Liever vijl je er dan de scherpe kantjes vanaf.

Ik betwijfel echter of de casuïstiek hierboven een vorm van etiquette is. Wellicht dat bestuurders sommige situaties bewust onschuldiger voorstellen dan ze daadwerkelijk zijn. Dat er sprake is van newspeak om de angel uit gevoelige dossiers te halen. Zie Vrankrijk. Eerder ben ik geneigd te denken dat de oorzaak dieper ligt en we nog moeten wennen aan het nieuwe Nederland. Met een politieke en een religieuze moord in een paar jaar tijd hebben de afgelopen jaren in het teken van ontnuchtering gestaan. We blijken een heel gewoon land te zijn dat te kampen heeft met problemen zoals andere landen.

Ooit, in de jaren zeventig, woonden we in een lief land, dat zich niets van de geschiedenis hoefde aan te trekken. Tenminste, als je de terugblikken op die tijd mag geloven.

Zou het kunnen dat onze huidige taalpraktijk nog sporen bevat van de lieve taal van toen? Het lijkt erop dat ze de snelheid waarmee Nederland is getransformeerd niet heeft kunnen bijbenen en ongewild eufemistisch is geworden.

Als Wilders spreekt over een tsunami van moslims, wordt er opgeroepen tot nuchterheid. Ben ik voor. Maar diezelfde remedie kan ook worden gebruikt voor een andere kwaal, namelijk al te verbloemend taalgebruik.

mailIcon print |