amsterdam –- Het heeft geen zin om de verkoop van delen van Fortis aan de Nederlandse staat opnieuw ter discussie te stellen. Maar de overname van delen aan de Belgische overheid moet wel deels worden teruggeschroefd.
Dat concluderen vier experts in een onderzoek in opdracht van de Belgische rechtbank van koophandel. Die kwam boze aandeelhouders tegemoet die zich gepasseerd voelden toen de Nederlandse, Belgische en Luxemburgse overheid Fortis in oktober vorig jaar deels nationaliseerden en verkochten.
Volgens de experts was de overname van de Nederlandse bank- en verzekeringsactiviteiten en het deel van ABN Amro dat Fortis toekwam noodzakelijk om het financiële systeem te redden. Bovendien ontbrak het aan commerciële partijen die het bedrijf hadden kunnen kopen en gebeurde de overname tegen ’redelijke’ voorwaarden.
Een kwart van het Belgische bankbedrijf zou echter wél terug moeten naar de uitgeklede, nog beursgenoteerde holding, vinden de experts. De Belgische overheid verkocht namelijk 75 procent van het bankbedrijf en het gehele Belgische verzekeringsbedrijf aan de Franse bank BNP Paribas. De holding hield een kwart van het bankbedrijf over, maar zou op de bancaire markt aanzienlijk sterker staan als BNP Paribas een kwart zou teruggeven.
Aandeelhouders reageerden tevreden op de conclusies, hoewel het onderzoek geen grond biedt voor hun stelling dat Nederland met 16,8 miljard euro te weinig betaalde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.