Rond de eeuwwisseling werd ’het eind van de ironie’ afgekondigd. Bijna tien jaar later, met Barack Obama in het Witte Huis, verlangen we naar onvervalste helden. Waar moet een held aan voldoen?
De Amerikaanse president Barack Obama plaatst zichzelf zonder enige reserve in de lijn van grote historische figuren zoals Washington en Lincoln. Hij schaamt zich er niet voor, en hij wordt er evenmin op aangevallen.
Volgens Ger Groot tekent dit onze behoefte aan ’morele helden’. „Tot voor kort hielden we ons het liefst bezig met het ironiseren en het deconstrueren van helden. We toonden de achterkant van het heldendom, alles wat ook maar het aanschijn had ’hoog en edel’ te zijn, moest neergehaald, ontmaskerd en geridiculiseerd. Dat is voorbij.
We spreken onze bewondering uit en spiegelen ons aan ’helden van de geest’, zoals Calvijn. Grote historische figuren zoals hij en zelfs heiligen – ’helden des geloofs’ – staan weer volop in de belangstelling.”
De hang naar helden past volgens Groot bij ’onze staat van morele herbewapening’. „Die is al langer aan de gang, maar de economische crisis werkt er zeker niet remmend op. Al in het jaar 2000 kondigde de Amerikaanse schrijver Dave Eggers ’het einde van de ironie’ af. Nu ontvouwt zich de apotheose van die tendens: de terugkeer van het heldendom.”
Bart Jan Spruyt beaamt deze observatie. „Ook in Nederland hebben we behoefte aan het overwinnen van de verdeeldheid die heerst sinds de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Het harde, vileine, boosaardige debat over de Nederlandse identiteit en over de vermeende islamisering. Er is behoefte aan een nieuwe charismatische politicus, een groot talent, een virtuoos. Hij moet in staat zijn om in glasheldere taal tegenstellingen te overbruggen en een nieuw idee van Nederland te formuleren.
Veel Nederlanders hebben zoiets bij Fortuyn ervaren. Bij Obama gebeurt het opnieuw. Maar bij ons keert intussen de middelmatigheid terug in de politiek. Het opportunisme bovendien, en als gevolg daarvan mogelijk het cynisme. Terwijl we daar juist klaar mee zijn: mensen hebben genoeg van de ’Maarten van Rossem-benadering’: ’het deugt niet, het kan niet, het zal nooit wat worden’.”
Waar moet een held eigenlijk aan voldoen? Groot: „Een held doet uitzonderlijke, prijzenswaardige dingen, res gestae, heldendaden. Bij Homerus en in andere mythische vertellingen gaat het er niet zozeer om wie de held is, maar om wat hij doet.”
Spruyt: „Dat zou Obama in zijn oren mogen knopen.”
Groot: „Inderdaad, zij het dat die daden meestal gewelddadig van aard waren. Simson, Hercules, Ajax, allemaal krachtpatsers. Odysseus, held van de tweede generatie, is een van de eersten die niet uitblinkt in kracht, maar in slimheid. Toch is hij beslist geen morele held. Hij gebruikt zijn intellect om anderen te bedriegen.
Onder invloed van het christendom wordt de held vervolgens een naar binnen gekeerd persoon. Heiligen gaan een soort heldenrol vervullen. Antonius (vierde eeuw na Christus) verslaat bijvoorbeeld als een held de demonen die hem belagen. In de Middeleeuwen duiken nog wel wat ouderwetse mannetjesputters op, bijvoorbeeld in de diepste lagen van de Arthur-sage. Maar ook daarin is vanaf de twaalfde, dertiende eeuw een grotere verfijning zichtbaar. De helden krijgen betere omgangsvormen, ten aanzien van de dames en zo.
Een belangrijk nieuw element van het heldendom was de zelfbeheersing. Een van de beproevingen van de held in de hoofse literatuur is dat hij zijn aanbedene – van wie hij welhaast de slaaf is geworden – wel mag zien, maar niet mag aanraken.
Gaandeweg wordt het heldendom steeds moreler, en dat mondt uit in de ’ridder zonder vrees of blaam’. Obama lijkt waarschijnlijk het meest op dit laatste type. Hij is iemand die op een volstrekt geïdealiseerde wijze het goede belichaamt. Momenteel is er geen ondeugd op hem van toepassing. Hij is in alle opzichten de voortreffelijkheid in persoon, heilige en held ineen. Een bovenmenselijk perspectief.”
Spruyt: „Dat klopt en dat is een zeer zorgelijk en onwenselijk gegeven. De adorerende verdwazing die nog steeds rond de persoon van Obama hangt, hoort niet thuis in de politieke arena. Het is geen probleem als mensen een muzikant of sporter adoreren, maar als een politicus verafgood wordt, is dat riskant en beangstigend.
Obama heeft zijn heldendom te danken aan zijn kleurloosheid, zoals meer populaire helden. Hij is een man zonder identiteit en karakter; hij is niet zwart en niet wit, niet christelijk en niet niet-christelijk. Hij is een leeg vel papier en hij sprak tot nu toe uitsluitend in poëtische taal over hoop en verandering, zodat bijna iedereen dat blad met de meest uiteenlopende verwachtingen vol kon tekenen. Maar een nieuwe president kan onmogelijk de economische crisis, de conflicten in het Midden-Oosten én het klimaatvraagstuk oplossen. Dat suggereert hij wel en dat is vragen om ellende en teleurstelling.”
De invulling van ’heldendom’ kan soms per regio verschillen. Premier Erdogan van Turkije werd vorige week als een held onthaald in zijn eigen land, nadat hij op een conferentie in Davos de Israëlische president Peres een uitbrander had gegeven over Gaza.
Groot: „In de ogen van zijn aanhangers was Erdogan een held omdat hij als David tegen Goliath was opgestaan, de gangbare manier waarop de Arabische wereld de verhouding tussen Israël en zijn buurlanden omschrijft. Ten aanzien van het bijbelse verhaal is dat een merkwaardige omkering van zaken.”
Spruyt: „Erdogan wist: als ik in deze setting mijn tegenstander verbaal tuchtig en daarna boos wegloop, maak ik me heel populair bij een groot deel van mijn bevolking en in de Arabische wereld. Terwijl echt heldendom het tegendeel is van populisme: vastberaden de moeilijke, lange weg gaan in plaats van snel en makkelijk scoren.”
Groot: „Iemand die bereid is om te praten met de vijand – dat is in hedendaagse termen pas echt heldhaftig. De moderne held moet ook altijd zichzelf overwinnen.
Ofwel de angst voor het feit dat de ander sterker is, ofwel: hij moet zijn eigen superieure fysieke kracht overwinnen door die niet in te zetten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.