Niet eerder in deze eeuw was de rol van Nederlandse voetbalclubs in Europa in dit stadium al uitgespeeld. De sportieve essentie van de boodschap van ex-PSV-trainer Hiddink is veronachtzaamd.
Nu ook de laatste Nederlandse vertegenwoordiger in het Europese voetbal zich heeft moeten terugtrekken, kan een zorgwekkende balans worden opgemaakt. De uitschakeling van Ajax mocht zuur aanvoelen, donderdagavond in de verlenging van de achtste finale tegen het krachtiger Olympique Marseille, nuchter beschouwd paste ze in het structureel aandoende beeld dat de nationale clubs in essentiële facetten vroeg of laat tekortschieten.
Niet eerder in deze eeuw was de rol van Nederland in de internationale clubtoernooien in dit stadium al uitgespeeld, maar dat op zich hoeft nog geen reden te zijn om de alarmbel te luiden. In de tegenwoordige verhoudingen mag voor clubs uit kleinschalige voetballanden plaatsing voor de kwartfinales van het Uefa Cuptoernooi als norm gelden. Het kan, nadat PSV en AZ daaraan in de achterliggende jaren hebben voldaan, een keer voorkomen dat die niet wordt gehaald. Zorgelijker is het dat de Nederlandse inbreng zienderogen aan volwaardigheid inboet.
Feyenoord en Heerenveen zetten zichzelf te kijk met louter nederlagen in de groepsfase van het Uefa Cuptoernooi. NEC en FC Twente, bij de laatste 32 uiteindelijk, kon weinig kwalijk worden genomen, al bleek de laatste subtopploeg niet rijp genoeg om het voordeel van een uitzege bij Olympique Marseille (0-1) uit te buiten.
Maar volwaardigheid mag bovenal worden gevraagd van topclubs en vooral daaraan ontbrak het PSV in de Champions League, en toch ook Ajax in het Europese B-toernooi. Ajax mocht zich donderdag en ook al eerder beklagen over blessures en schorsingen. Maar het resterende team van grotendeels lichtgewichten weerspiegelde óók de onverminderd eenzijdige cultuur in Amsterdam – vierenhalf jaar nadat het letterlijk kleine Ajax was weggeblazen door Bayern München (4-0), op een avond die nog altijd symbolisch mag heten voor het hardnekkige beleid in de Arena.
In Voetbal International zegt Hiddink deze week dat hij bij PSV graag een rol als de in Engeland lang dienende managers Ferguson en Wenger had willen vervullen. Als bondscoach van Rusland en veredelde parttimer bij Chelsea is Hiddink onderhand gevoelsmatig te groot voor Nederland, en voor bedenkingen bij de almacht van een persoonlijkheid als hij (die er in Eindhoven enkele jaren geleden waren) is zeker iets te zeggen. Het zal er bij PSV in elk geval voorlopig niet van komen, maar in de huidige situatie roept zo’n uitspraak van Hiddink wel mijmeringen op.
Hiddink formeerde halverwege dit decennium in Brabant de laatste werkelijk volwaardige, op internationale wetten toegesneden Nederlandse ploeg. Het zou niet reëel zijn om daarvan nog een exacte kopie te verlangen. Groot was bij het destijds hoogwaardige PSV ook de inbreng van Cocu, in zijn laatste jaren een voor Nederlandse begrippen zeldzaam invloedrijke speler. Daarnaast konden PSV en Hiddink tal van weerbare spelers aan zich binden dankzij een netwerk met troebele trekjes, waarmee de huidige clubleiding op moreel verdedigbare gronden heeft gebroken.
Maar daarnaast is, óók in Amsterdam, de sportieve essentie van de boodschap van Hiddink veronachtzaamd. Hij benadrukt het belang van stevigheid in een voetbalploeg. PSV’s niveau van enige jaren geleden mag dan de norm niet meer zijn, maar Ronald Koeman bewees als Hiddinks opvolger dat met diens kerngedachten nog een acceptabel peil kan worden bereikt. Met een al minder PSV reikte Koeman tot de kwartfinale van de Champions League, nadat hij het in 2003 met een jong en toch al internationaal gemodelleerd Ajax tot dat stadium had gebracht.
Elementen van dat relatief volwassen voetbal worden nu node gemist. PSV gleed dit seizoen af met weinig standvastige aankopen. Bij Ajax overheerst in de geest van zijn trainer Van Basten onverminderd het primaat van de al dan niet renderende techniek. Van de (ook weer kleine) gewezen PSV-reserve Aissati wordt nu in Amsterdam het heil verwacht. Typerend was donderdag de aanvoerdersband om de arm van Suarez, de veelgeprezen aanvaller die zijn ploeg niettemin niet voor het eerst tekort deed door, nu het er echt om spande, cruciale kansen te missen.
Met begrip voor de financiële beperkingen mag over de hele lijn toch een volwaardiger bijdrage worden verwacht dan in het voor Nederland nu al afgesloten internationale seizoen. De aanstaande kampioen AZ is vanwege het gemis van Europees voetbal in dit opzicht nog een blinde vlek, maar ook in dit geval zijn twijfels over de weerbaarheid straks in Europa niet te onderdrukken. In het algemeen mag bij een ongewijzigd scoutingsbeleid, waarin versteviging niet de hoogste prioriteit lijkt te hebben, worden gevreesd dat de kloof met de rijke top (en de subtop) door sportieve aspecten nog zal worden vergroot.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.