De bonus voor bankiers is voor de belastingbetaler vooral een malus op het herstel van de wereldeconomie. Dat moet anders. Lang leve de bonus nieuwe stijl.
Hij maakt een goede kans om hét symbool te worden van de huidige economische crisis. Terwijl de bonus ooit bedoeld was om gedrag in de juiste richting te duwen, blijkt de financiële prikkel vooral te hebben geleid tot het nemen van onverantwoorde risico’s, met de mondiale crisis als gevolg.
De echte discussie over de bonus, over nut en noodzaak, wordt nog lang niet gevoerd overigens. Sinds in september zakenbank Lehman Brothers omviel en de crisis zich in volle omvang aandiende, is er vooral gedebatteerd op basis van emotie.
Voorbeelden daarvan zijn er in overvloed. Zo reageerde de Amerikaanse president Barack Obama furieus op plannen van instellingen die door de Amerikaanse overheid zijn gered, om toch bonussen uit te betalen. Zijn boosheid wordt breed gedeeld in het Congres. Democraat noch Republikein onttrekt zich aan de rap ontluikende volkswoede.
Edward Liddy, topman van de verzekeraar AIG, werd opgeroepen te voorkomen dat zijn personeel toch aan een bonus wordt geholpen. Liddy op zijn beurt, riep zijn medewerkers die al geld hebben ontvangen, op om in ieder geval de helft te terug te storten. Doen ze dat niet, dan heeft het Congres een wet paraat om via een belastingheffing (van 90 procent) de feitelijke uitbetaling grotendeels ongedaan te maken. (Die wet werd gisteren aangenomen)
Het bonusdebat in Nederland heeft bij lange na niet de heftigheid die de discussie in de VS kenmerkt. Ja, er wordt wel nagedacht over inbreken in contracten en het schrappen of matigen van bonussen. En ja, ook de Nederlandse regering heeft aangegeven dat uitbetalen van bonussen in het huidige tijdsgewricht – waarin van iedereen offers worden gevraagd – zeer gevoelig ligt.
Maar het crisisgevoel in Nederland is vermoedelijk nog onvoldoende ontwikkeld voor Amerikaanse emoties. Gevoelens over een onrechtvaardige behandeling spelen daar een grote rol.
Zo is het in de VS voor de werknemers in de automobielindustrie moeilijk te verteren dat hun banen alleen behouden kunnen blijven, en hun werkgevers alleen overeind blijven als zij loon inleveren en de cao’s worden opgebroken. En dat terwijl in Wall Street belastinggeld wordt benut voor bonussen voor werknemers van banken en verzekeraars.
Het wordt al helemaal onverteerbaar als de bankiers zich beroepen op hun contracten, zoals zakenbank Merril Lynch deze week deed. De bank, inmiddels in handen van Bank of America, weigerde bovendien de namen te geven van tweehonderd hooggeplaatste bonus-ontvangers. Die weigering stoelt op de redenering dat het hier gaat om concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens. Het gerechtshof van New York haalde een streep door die weigering.
Het op straat gooien van namen, rugnummers en hoogte van bonussen, zal in de VS ook andere problemen genereren. Toplieden van banken en verzekeraars hebben al laten weten dat hun personeelsleden bedreigingen zullen ontvangen, als uitlekt wie een vorstelijke bonus heeft opgestreken.
Is, tegen deze achtergrond, de bonus verleden tijd? Gek genoeg zou je juist in een periode van grote ellende denken dat bovengemiddelde prestaties worden verwacht en dus een bonus voor bovengemiddeld presteren op zijn plaats is. Wie de bonus in tact wil houden en niet in oude fouten wil vervallen, moet het doel van de bonus herdefiniëren.
Werd de bonus voorheen vooral gegeven voor omzetstijgingen of oplopende winsten, de nieuwe bonus kan gekoppeld worden aan de nieuwe eisen van een duurzame economie.
De eerste tekenen van een ’bonus nieuwe stijl’ zijn er al. Zo heeft Akzo Nobel laten weten de helft van de langetermijnbeloning voor het bestuur, als de aandeelhouders daarmee instemmen, te koppelen aan de prestaties op het gebied van duurzaamheid. Maatgevend daarvoor is de positie op de zogeheten Dow Jones Sustainability Index. In deze visie is duurzaamheid het oogmerk van de bonus. Vooralsnog is Akzo Nobel een witte raaf in bonusland.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.