*

 

Politiebewaking voor een beeld van een dode hond

Seije Slager − 20/03/09, 00:00

Het nieuws van vandaag heeft zijn voorgangers in de geschiedenis. Dierenactivisme is al meer dan een eeuw oud. In 1907 waren er in Londen massale rellen om een hond.

  • (Trouw)

Een schitterende, oogverblindend verlichte zaal, zo zag de negentiende-eeuwse Franse dokter Claude Bernard de biologie, de ’wetenschap van het leven’, voor zich. Maar om die te bereiken, moest je eerst door een lange, macabere keuken. Gevuld met proefdieren.

En dus experimenteerde Bernard er lustig op los. Ook toen wekte dat weerstand op, van mensen die vonden dat de natuur sommige kennis niet voor niets voor zichzelf hield. Als je die door marteling moest ontfutselen, dan was het waarschijnlijk verboden kennis.

Afgelopen weekeinde meldde een Britse informant aan het NOS-journaal dat Nederland het internationale centrum voor dierenactivisme was geworden. De betrouwbaarheid van deze bron werd in twijfel getrokken. Maar doordat activisten in datzelfde weekeinde 2500 nertsen loslieten in Stavenisse, stond het onderwerp toch weer op de agenda.

Het loslaten van dieren gebeurt grofweg sinds de jaren zeventig. Maar al sinds de negentiende eeuw infiltreren activisten in laboratoria om misstanden te ontdekken.

Destijds waren het vaak dames uit de hogere middenklasse die zich het lot aantrokken van de dieren. Volgens historica Amanda Kluveld, in haar onlangs verschenen Mensendier, heeft dat iets te maken met het feit dat vrouwen destijds weggehouden werden bij de ’echte politiek’. Dieren werden daarentegen als iets huiselijks gezien, en daar mochten vrouwen natuurlijk wel over praten, graag zelfs. Zo politiseerde het debat over dieren steeds meer.

Het waren dan ook twee Zweedse studentes van gegoede komaf, die in 1903 de gebeurtenissen in gang zetten die zouden leiden tot de ’Brown Dog Riots’, die Londen eind 1907 in hun greep hielden. Het was de eerste gewelddadige episode uit de geschiedenis van het dierenactivisme. Met dien verstande dat het toen vooral de voorstanders van vivisectie waren, die met geweld hun gelijk probeerden te halen. Met minachting sprak men destijds over de dronken medicijnenstudenten die rellend de pleinen van de hoofdstad onveilig maakten. „Dit bewijst de totale degeneratie van de jonge dokters”, zei een oudere collega in de krant. „Het Angelsaksische ras loopt op zijn laatste benen”, voegde hij er nog mismoedig aan toe.

Al deze maatschappelijke onrust draaide om een standbeeld van een naamloze, bruine hond, die in 1903 de dood had gevonden bij een medisch experiment. De twee Zweedse studentes zaten erbij. Wat de hoogleraar die het experiment uitvoerde niet wist, was dat ze eigenlijk undercover activistes waren. Ze beschreven wat ze zagen: dat het dier al eens eerder voor een experiment was gebruikt, wat tegen de wet was. Dat hij een half uur lang zonder verdoving, met opengesneden keel, spartelde, voordat hij uit zijn lijden werd verlost. En dat de studenten er lacherig over deden.

De hoogleraar spande een proces aan wegens smaad. De twee dames werd niet eens zozeer kwalijk genomen dat ze wat overgevoelig hadden gereageerd op het getoonde, maar hun mannelijke uitgever had beter moeten weten: hij werd veroordeeld tot een boete.

Niet iedereen was het daarmee eens. De Britse pers berichtte naar aanleiding van de zaak inmiddels uitgebreid over de gruwelen waar dieren in ’s lands laboratoria aan onderworpen werden. Het duurde dan ook niet lang voor er geld werd ingezameld voor een standbeeld van de onfortuinlijke bruine hond. Het Londense district Battersea wilde het beeld wel plaatsen.

Studenten van de bewuste universiteit voelden zich door de stenen hond, en door de tekst op de bijbehorende plaquette, in hun goede naam aangetast. Ze trokken in 1907 meermalen op naar het beeld en bewerkten het met hamers. Het culmineerde in een demonstratie van duizend boze studenten, die op Trafalgar Square slaags raakten met de politie en met dierenactivisten, die gezelschap kregen van arbeiders en feministen. De vechtpartijen duurden ongeveer een week, en het bleef nog een paar jaar onrustig rondom het beeld. Dat had inmiddels 24 uur per dag politiebewaking gekregen, wat Battersea 700 pond per jaar kostte.

In 1910 vond de gemeenteraad het welletjes en liet de hond weghalen. In 1985 zetten dierenliefhebbers een nieuw standbeeld neer voor de bruine hond. Sindsdien is het daar rustig gebleven.

mailIcon print |