*

 

’Perfecte mens’ is gevaarlijke onzin

Leo P. ten Kate − 19/02/09, 00:00

Het beeld van een toekomst waarin ivf standaard is en ouders hun kind ’uitzoeken’ staat ver van de realiteit.

  • Een onderzoeker op de IVF-afdeling van het academisch ziekenhuis Maastricht (azM) is bezig met apparatuur voor embryoselectie. (LEX VAN LIESHOUT)

Onder de titel ’wie is er bang voor de perfecte mens?’ voorspelt Marcel Zuijderland, op de Podiumpagina van Trouw van vorige week, een toekomst waarin ivf standaard is, en ouders met een genetisch ingenieur bespreken wat voor een kind ze willen en hoeveel het ze gaat kosten.

In het tijdschrift In de Marge heeft Bert Musschenga onlangs onder de titel ’Betere mensen maken?’ een vergelijkbaar betoog gehouden. Musschenga is net als Zuijderland filosoof. Beide wijsgeren etaleren in hun artikelen zoveel gebrek aan realiteitszin en kritisch denken, dat we er beter aan doen eerst maar eens betere filosofen te maken, voordat we ons op het maken van betere mensen richten.

Normale menselijke eigenschappen worden bepaald door een samenspel van genen en omgevingsfactoren, zoals (op)voeding en oefening. Wie denkt alleen door selectie of verandering van genen betere mensen te maken, kan rekenen op ernstige teleurstellingen.

Bij elke menselijke eigenschap zijn een groot aantal genen betrokken. Wil je ’betere mensen’ maken, dan moet je zorgen dat al die genen, of althans de meerderheid daarvan, een gunstige vorm vertonen. Ivf gevolgd door embryoselectie is volstrekt ontoereikend voor dat doel. Je hebt er veel te veel embryo’s voor nodig om er één met een gunstige genetische constellatie te krijgen.

Daarbij komt dat beide wijsgeren Zuijderland en Musschenga met te veel gemak over de problemen van ivf voor de ouders heen stappen. Zowel de lichamelijke als psychische problemen kunnen groot zijn. De gedachte dat dergelijke problemen in de toekomst overwonnen zullen worden, straalt een positivisme uit dat niet van deze tijd is.

Een kenmerk van menselijke eigenschappen is dat zij van persoon tot persoon aanzienlijk kunnen variëren. Dat zou erop kunnen wijzen dat deze eigenschappen en de betrokken genen verder niet van belang zijn, maar het zou ook veroorzaakt kunnen worden door het feit dat de betrokken genen ook nog andere functies hebben, en dat het resultaat een soort evenwichtsituatie is tussen voordelen in de ene richting en voordelen in de andere.

Voordat je ingrijpt of selecteert in genen die betrokken zijn bij menselijke eigenschappen moet je wel zeker weten dat je geen ongewenste bijeffecten veroorzaakt. Zolang je dat niet weet is ’betere mensen maken’ wellicht levensgevaarlijk. En het is zeer de vraag of we ooit met zekerheid kunnen zeggen dat een bepaalde ingreep geen kwaad kan.

Als alle mensen betere kinderen willen hebben, zullen hun wensen waarschijnlijk erg op elkaar gaan lijken: ze willen slimmere, mooiere, sterkere versies van henzelf. Uit de biologie weten we dat inteelt een soort geen goed doet. Bij inteelt verdwijnt ook een groot deel van de variabiliteit. Dat maakt een soort vatbaar voor nieuwe infecties, en verlaagt de weerstand tegen andere ongunstige omstandigheden. ’Betere mensen maken’ is dus een aanslag op de overlevingskansen van de mensheid.

De gedacht dat de voorgestelde technologie straks voor iedereen beschikbaar zal zijn, is gespeend van elke realiteitszin. Nu al zijn er gigantische ongelijkheden in deze wereld. Deze zullen op deze wijze alleen maar vergroot worden. We gaan dan echt toe naar een scenario dat Aldous Huxley al in 1932 in zijn boek ’Brave new world’ beschreef. In die wereld worden mensen gefabriceerd die alleen geschikt zijn voor bepaalde doelen, bijvoorbeeld alpha-plus intellectuelen voor het bestuurlijke werk en ypsilons die geen verstand nodig hebben voor het vuile werk.

Ik maak me kortom niet alleen zorgen over de kwaliteit van onze filosofen, maar vooral over de gevaren die schuilen in mensverbetering op grote schaal. Een verbod op dit soort enhancement lijkt mij op zijn plaats.

mailIcon print |