*

 

Witte werkster is teken van emancipatie

Laura van Baars − 19/02/09, 00:00

In Zweden is de werkster witgewassen. De huishoudelijke hulp wordt als een belangrijk emancipatiemiddel gezien en is aftrekbaar van de belastingen. Dit in tegenstelling tot Nederland, waar zwartwerken de norm is.

  • De Zweedse premier Fredrik Reinfeldt is graag huisman en ziet het schoonmaken, mits begeleid van de juiste muziek, bijna als een dans. (FOTO BJÿRN LINDAHL, SUNSHINE)

Fredrik Reinfeldt, premier van Zweden, schaamt zich niet voor zijn rol als huisman. Reinfeldt is getrouwd met een politica en is vader van drie kinderen. Onlangs poseerde hij met de stofzuiger voor lifestylemagazine Wendela.

Hij beschrijft hoe hij, voor hij aan de slag gaat, een legerbroek met veel zakken aantrekt waarin hij al zijn schoonmaakwerktuigen stopt: borstels, zwabbers en dweilen die hij maakt van oude overhemden. Hij houdt van milieuvriendelijke, zachte zeep. En als hij de juiste muziek opzet, voelt het schoonmaken volgens hem bijna als een dans. Hij begint bij de keuken en de badkamer. Reinfeldt polijst kranen en boent de wc. Hij vindt een ’ritme’ in het schoonmaken. Als hij troep wil weggooien, rijdt de premier daarmee naar de milieustraat. Die ervaart hij als ’een groot geluk’. En dit ritueel herhaalt zich iedere week.

Of Reinfeldt echt zo’n huisman is, blijft de vraag. Volgens Monica Lindstedt, oprichtster van het eerste en grootste Zweedse bedrijf voor huishoudelijk werk Hemfrid, was Reinfeldt jarenlang klant. Hij besteedde het schoonmaakwerk dus uit. Maar Lindstedt ziet er geen kwaad in dat Reinfeldt zich als huisman presenteert. „Veel mannen en vrouwen proberen het huishouden te verdelen. Dat doen ze vaak liever dan een werkster inhuren. Dat is helemaal niet vreemd.”

Ook bij de minister van seksegelijkheid in Reinfeldts kabinet, Nyamko Sabuni, gaat het er thuis op die manier aan toe. Zij is moeder van twee kinderen en had graag hulp in de huishouding gehad. Maar haar man weigerde pertinent. Een werkster inhuren voelde voor hem als misbruik. „Goed, maar dan komt het schoonmaken wel op jou neer, zei ik hem”, vertelt Sabuni. En haar man, die bij een reisbureau werkt en kortere dagen maakt dan de minister, accepteerde dat.

„Een werkster inhuren stuitte tot voor kort op enorme morele bezwaren”, zegt Lindstedt, een van de belangrijkste zakenvrouwen van Zweden. Lindstedt was in 1991 oprichtster van de gratis krant Metro. Zij zocht, toen Metro een succes werd, weer een nieuwe onderneming en besloot in de huishoudelijk hulp te gaan. „Ik wist dat we het tij moesten keren”, vertelt Lindstedt. „Mannen en vrouwen werken hier beiden vaak fulltime. De vrije tijd die ze hebben, willen ze met de kinderen doorbrengen en niet met het huishouden. Er moest een markt voor schoonmaakbedrijven zijn.”

Maar Zweden doen het schoonmaakwerk liever zelf dan dat ze het uitbesteden aan een zwart betaalde werkster. „De weerzin tegen wat gezien wordt als uitbuiting van vrouwen is groter dan in Nederland”, zegt Ina Brouwer, voorzitter van de brancheorganisatie MO-groep Kinderopvang, voormalig GroenLinks-politica en auteur van een in de zomer te verschijnen boek over vrouwenparticipatie in Zweden. „Al sinds de jaren dertig komen ze in Zweden consequent op voor vrouwenrechten. Zweden zijn daarin principieel en rechtlijnig. Respect voor vrouwen komt in de hele samenleving tot uitdrukking, tot aan het huishouden toe.”

Maar ondanks het goede voorbeeld van Fredrik Reinfeldt, schort het in de praktijk nog wel aan de gelijke verdeling tussen man en vrouw in de huishouding, ondervond onderneemster Lindstedt, eveneens moeder van vier kinderen. „Mijn man en ik zijn intellectueel gelijkwaardig, maar in het huishouden zeker niet. Ik deed altijd alles.”

Na de oprichting van Hemfrid in 1996 begon zij een lobby voor belastingreductie op huishoudelijke hulp. Een van haar argumenten was dat vrouwen zo een betere kans op de arbeidsmarkt konden krijgen. Het kabinet van Reinfeldt stemde twee jaar geleden mee met de reductie in.

In de praktijk betekent dit dat een schoonmaakster nu niet meer 33 euro per uur kost, maar 16,50 euro. Een deel van dat geld gaat naar het schoonmaakbedrijf. De werkster zelf houdt minimaal 9,80 euro over. Sociale premies worden voor haar betaald door de 2000 schoonmaakbedrijven die sinds de belastingverlaging zijn opgericht. „Wij hebben van een zwarte markt een witte kunnen maken”, zegt Lindstedt.

„In Nederland is dat niet gelukt”, zegt Ina Brouwer. „Maar wij hebben ook een andere samenleving. Er is meer deeltijdwerk, veel meer onbetaalde arbeid. Huishoudelijk werk is hier vooral in het zwarte circuit georganiseerd. En bovendien minder problematisch dan in Zweden, waar bijna 80 procent van de vrouwen fulltime werkt.”

Een ander verschil is ook dat Zweden meer discipline kennen en hun principes verder doorvoeren. „Bij ons was de witte-werksterregeling een Melkertbaan. Deze was bedoeld om langdurig werklozen en vrouwen aan het werk te krijgen. Maar de regeling was niet grondig genoeg en is nooit goed uitgewerkt. Dat zou de goed georganiseerde Zweden niet overkomen zijn. De witte werkster bleef in Nederland duurder dan de zwarte. Er werd daarom nauwelijks gebruik van gemaakt.”

De regeling hield in 2007 op te bestaan. Met de afschaffing van de gesubsidieerde witte werkster, werd de zwarte markt voor werksters in Nederland volledig geaccepteerd. De Raad voor Werk en Inkomen (RWI) deed in 2006 nog voorstellen om huishoudelijke hulp te legaliseren, maar deze werden afgeschoten door het toenmalige kabinet. Een van de plannen leek sterk op het Zweedse model: werksters zouden in dienst komen van schoonmaakbedrijven, die sociale premies voor hen moesten betalen. Particulieren huren hun werkster via zo’n bedrijf in. Door fiscale aftrek zouden de prijzen concurrerend moeten zijn met die in de zwarte markt.

„Er was onvoldoende politieke wil”, zegt beleidsmedewerker Bert Doek van de RWI. „De vraag bleef waarom huishoudelijke hulp fiscaal aftrekbaar zou zijn en ander werk niet. Het belastingvoordeel zou vooral toekomen aan de hogere inkomens, die kunnen meer aftrekken.”

Dit argument is ook in Zweden niet onbekend. De sociaal-democraten, die nu in de oppositie in het Zweedse parlement zitten, blijven tegenstander van de belastingverlaging op huishoudelijke hulp omdat deze vooral ten goede komt aan welgestelde gezinnen. Bij schoonmaakbedrijf Hemfrid zijn bijvoorbeeld 5000 huishoudens aangesloten, met vooral tweeverdieners uit de bankensector, advocatuur of consultancy.

„De belastingverlaging stuit op weerstand”, zegt Monica Lindstedt „Dat komt ook omdat geld dat anders voor sociale voorzieningen zou zijn gebruikt, nu naar werk gaat dat mensen ook zelf kunnen doen. Als de sociaal-democraten aan de macht komen, ben ik bang dat ze de regeling weer zullen afschaffen. Ten onrechte. Want er zijn heel veel banen gecreëerd voor mensen met een zwakke positie op de arbeidsmarkt. Van de 800 mensen die alleen al bij Hemfrid werken, is de helft in het buitenland geboren. Zij spreken de taal niet perfect en hebben geen goede opleiding, maar kunnen toch werken. Ze kunnen de middenklasse ontlasten. Die kunnen daardoor meer gaan werken. De regeling betaalt zichzelf zo terug.”

Bert Doek betreurt het dat Nederlandse politici wel voor het argument gezwicht zijn dat de witte werkster er vooral voor de rijken is. „Het alternatief is dat zwartwerken nu de norm is.”

Volgens de laatste telling uit 2005 hebben 900.000 Nederlandse huishoudens een zwart betaalde werkster over de vloer. Soms zijn het illegaal in Nederland verblijvende vrouwen of mannen, vaak ook niet. Tweede Kamerlid Eddy van Hijum (CDA): „In Nederland berusten we erin dat er een zwarte markt ontstaat. En mochten burgers gewetenswroeging daarover hebben, dan heeft het kabinet hun dit ontnomen door die zwarte markt te legaliseren.”

Binnen de CDA-fractie in de Tweede Kamer is volgens Van Hijum over huishoudelijk werk „een van de meest verhitte discussie ooit gevoerd”. „Is er wel sprake van een probleem?, vroegen wij ons af. Wij hebben allemaal wel te maken met de situatie van een werkster. Veel zwarte werksters willen zelf graag zelfstandig zijn en snel en makkelijk geld verdienen. Voor die groep is er geen vuiltje aan de lucht. Maar voor de mensen die een pensioen of verzekering willen opbouwen in het schoonmaakwerk, is er geen beginnen aan. Zij prijzen zichzelf de markt uit als zij wit gaan werken. Dat noem ik een maatschappelijk probleem.”

Er zou al veel verbeteren, vindt Van Hijum, als de regeling Dienstverlening aan huis beter bekend zou zijn. „Veel mensen weten niet eens dat zij hun werkster minstens het minimumloon moeten betalen. Of dat ze vier weken vakantie moeten doorbetalen.”

De regeling Dienstverlening aan huis kwam in de plaats voor de afgeschafte witte-werksterregeling. In de praktijk houdt deze in dat werkgevers gewoon wat geld op tafel voor de werkster kunnen achterlaten, zonder dat aan de fiscus op te geven. Het is aan de werkster om belastingaangifte te doen, maar controle daarop ontbreekt. De werkster hoeft niets te betalen aan premies voor pensioen, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid. Maar op sociale voorzieningen kan zij dan ook geen aanspraak maken.

„En er zijn nog altijd mensen, ook in Nederland, die dat tegen de borst stuit”, zegt Tim Gunning van het Amsterdamse schoonmaakbedrijf Schoonmaakwoede dat 45 witte huishoudelijke hulpen uitzendt bij particulieren. „Wij krijgen geregeld mensen aan de telefoon die precies willen weten hoeveel wij voor de hulpen afdragen aan sociale premies. Klanten betalen bij ons, net als bij het Zweedse Hemfrid, 16,50 euro. Daarvan houden onze mensen 9,10 euro per uur bruto over. De pensioenbijdrage is dan al betaald, de ziektekosten gaan daar nog van af.”

Werksters die voor dat bedrag willen werken, blijken echter moeilijk te vinden. „Een huishoudelijke hulp die zwart werkt, verdient 10 euro”, zegt Gunning. „Maar krijgt geen sociale voorzieningen.”

Volgens Schoonmaakwoede is het probleem niet zozeer dat Nederlanders graag mensen zwart in dienst nemen, maar dat werksters niet wit willen werken. Gunning heeft meer moeite om personeel dan klanten te vinden. „Werksters staan er niet bij stil wat de voordelen van wit werken zijn.”

De enige manier om de zwarte werkstermarkt te witten, is om de witte markt net zo goedkoop te maken als de zwarte, denken zowel Gunning als politicus Van Hijum. Fiscale aftrek is volgens hen daarvoor de meest aangewezen weg. „Het prijsverschil tussen een witte en een zwarte markt zou eigenlijk weggesubsidieerd moeten worden”, zegt Van Hijum. Hij pleit er al langere tijd voor om de btw op huishoudelijk hulp af te schaffen.

Maar dat is volgens Gunning van Schoonmaakwoede niet genoeg om de markt voor de witte werkster vlot te trekken. „Zelf met 0 procent btw blijf je als witte werkster duurder. Je zou de btw die je betaalt moeten kunnen aftrekken van je inkomstenbelasting.”

Van Hijum is echter somber over de haalbaarheid van dat soort maatregelen: „Daar is nu in Den Haag echt geen geld voor over.”

mailIcon print |