*

 

Veroordeling Wilders staat nog niet vast

Rick Lawson − 24/01/09, 00:00

De grenzen van de vrijheid van meningsuiting staan ter discussie. Een uitdaging voor ras-debater Geert Wilders.

Je kan veel zeggen over het besluit van het Amsterdamse hof om de strafvervolging van Geert Wilders te bevelen, maar niet dat men over één nacht ijs is gegaan. Een beslissing van 25 pagina’s en 27 voetnoten, persberichten in het Nederlands én het Engels: het is duidelijk dat men er eens goed voor is gaan zitten. Er staat dan ook veel op het spel. De vervolging van een parlementariër is uitzonderlijk, de grenzen van de vrijheid van meningsuiting staan ter discussie, en de context is gevoelig. De eerste reacties lieten zich voorspellen: Wilders protesteert, sommigen vinden dat het integratiedebat in het parlement moet worden gevoerd, anderen juichen toe dat de rechter gaat bepalen of de grenzen van het aanvaardbare zijn overschreden.

Bij alle commotie gaat men al snel aan een paar punten voorbij. Allereerst: zó groot is het verschil van inzicht tussen het OM en het hof nu ook weer niet. Ook het OM was in juni 2008, toen het aankondigde van vervolging af te zien, van mening dat Wilders’ uitlatingen “kwetsend en grievend” en “beledigend” zijn voor “een groot aantal moslims”. Voor het OM woog de vrijheid van meningsuiting echter zwaarder. Onder verwijzing naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg benadrukte het OM dat een politicus bijzonder ver mag gaan als hij deelneemt aan het publieke debat. Het Amsterdamse hof volgt in grote lijnen dezelfde analyse, maar komt tot een andere waardering van de eisen die het EHRM stelt. Onder verwijzing naar een groot aantal Straatsburgse uitspraken (vandaar die 27 voetnoten) betoogt het hof dat een politicus zich natuurlijk vrij moet kunnen uiten, maar dat je tegelijkertijd van hem mag verwachten dat hij zich in het openbaar onthoudt van uitspraken die tot intolerantie aanzetten. Wie zich keert tegen het EHRM of de waarden die daaraan ten grondslag liggen, komt geen bescherming van de vrijheid van meningsuiting toe, is in het kort de boodschap. Die jurisprudentie werd door het OM genegeerd, maar is nu door het Amsterdamse hof naar voren geschoven.

Daarmee doet de Amsterdamse beslissing niet alleen meer recht aan de Straatsburgse jurisprudentie, ze komt ook de zuiverheid van de discussie ten goede. Het EHRM laat aanzienlijk meer ruimte voor vervolging dan het OM aanvankelijk had willen aannemen. Of je van die ruimte gebruik wilt maken, is een opportuniteitsoverweging. Het debat wordt dan ook pas werkelijk gevoerd als je die overweging centraal plaatst: is het wenselijk om de politicus Wilders te vervolgen?

Daar kan je uiteraard heel verschillend over denken, maar in zijn beslissing van afgelopen woensdag draagt het Amsterdamse hof in elk geval verschillende argumenten aan voor een positief antwoord.

Dat heeft geresulteerd in een stevig geformuleerde beslissing. Is het hof daarmee over de schreef gegaan en ligt de uitkomst van het strafproces bij voorbaat vast, zoals Wilders betoogt? Dat lijkt me niet.

Er komt nu een procedure op tegenspraak, waarin Wilders alle argumenten voor zijn standpunt kan aanvoeren die hij wil – en naar zijn zeggen zijn dat er vele. Daaraan zal de rechtbank niet zomaar voorbij kunnen gaan, op straffe van vernietiging van zijn vonnis in hoger beroep. En uiteindelijk heeft de Hoge Raad het laatste woord. Of zou de Hoge Raad per definitie zwichten voor de “dwangmatige oekaze” – aldus Wilders – van het Amsterdamse hof? Kom nou. De Hoge Raad is het wel vaker oneens met het oordeel van de lagere rechter, zelfs als het de Amsterdamse is. Zou het anders zijn, dan konden we de Hoge Raad ook wel missen.

Wilders beklaagt zich erover dat in zijn geval, anders dan in een normale artikel-12-procedure, een inhoudelijk oordeel is uitgesproken. Had het hof er dan beter aan gedaan zich te beperken tot een summiere uitspraak, een bevel tot vervolging met enige toelichting? Ach, in dat geval had het Hof ongetwijfeld het verwijt gekregen dat het lichtvaardig tot een besluit was gekomen, zonder zich rekenschap te geven van de gevoelige context. Een meer neutrale formulering was inderdaad wel mogelijk geweest, maar had aan de essentie niets veranderd: de grenzen van de vrijheid van meningsuiting zullen in de rechtszaal worden vastgesteld. Voor ras-debater Wilders is dat toch niet iets om van weg te lopen.

mailIcon print |