Nederland moet een besluit nemen over kernenergie, zegt het Internationale Energie Agentschap. Maar dat is het kabinet niet van plan.
Hak nu eens knopen door over de energievoorziening voor de toekomst, voor gepolder is geen tijd meer. Dat advies kreeg minister Van der Hoeven van economische zaken gisteren van het IEA, een internationale organisatie die overheden adviseert over energievraagstukken. De adviseurs doelen voornamelijk op het besluit om al of niet een nieuwe kerncentrale te bouwen.
Voor Van der Hoeven was het geen reden om iets anders te verkondigen dan zij de afgelopen twee jaar deed: Het CDA wil best meer kerncentrales, maar heeft in het regeerakkoord afgesproken dat die niet worden gebouwd zolang dit kabinet er zit. Coalitiepartner PvdA is namelijk mordicus tegen, zolang er nog geen voor die partij aanvaardbare oplossing is voor het kernafval.
Maar, liet de minister ook nu weten, achter de schermen ’staat het denken niet stil’. De nodige voorbereidingen worden getroffen, zodat een volgende regering meteen aan de slag kan met nieuwe wetgeving die het bouwen van een kerncentrale aantrekkelijker maakt voor investeerders.
„Als kernenergie een grotere bijdrage gaat leveren voor de energievoorzieningen in 2025, moet er vlak na 2010 een hard besluit worden genomen over het gebruik ervan”, menen de onderzoekers. Het IEA wijst erop dat het kabinet veel doelstellingen heeft: minder CO2-uitstoot, meer duurzame energie en energiebesparing. De bewindslieden kunnen beter mikken op een van de doelen, zoals CO2-reductie, en de andere streefcijfers daar als instrument bij gebruiken, aldus de onderzoekers.
Dit impliceert dat het terugdringen van kooldioxide niet kan worden behaald door meer duurzame energie en energiebesparing alleen. Oftewel: kernenergie moet volgens het IEA in de toekomst in Nederland meer worden ingezet, wil het de strijd tegen broeikasgassen met resultaat tegengaan.
Het agentschap is erg lovend over de ambities van het kabinet om de energiehuishouding schoner te maken. Maar, waarschuwen de adviseurs, dan moet de politiek wel een betrouwbare koers varen. Neem nu 2006. Toen was de subsidie voor duurzame energie plotseling op. Pas dik een jaar later kwam een nieuw programma waardoor plannen weer van start konden gaan. „Zo’n start-stoppolitiek ondermijnt de effectiviteit van de financiĆ«le ondersteuning vanuit de overheid drastisch en beschadigt de ontwikkeling van duurzame energie op de lange termijn.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.