*

 

Vogelaar-effect: Den Haag verandert in een schiettent

Hans Goslinga − 17/01/09, 00:00

opinie Nederland is te klein om zelfstandig ten oorlog te trekken; vermoedelijk daardoor worden we naar het woord van Piet de Visser altijd ’een oorlog in gerommeld’.

Het is goed het aforisme van dit voormalige PvdA-Kamerlid te bedenken, nu in Den Haag de vraag opkomt of ons land ook na 2010 bij de strijd in Afghanistan betrokken blijft. Dat wordt een lastige politieke kwestie, omdat het draagvlak in de samenleving met elke gedode Nederlandse militair lijkt af te brokkelen.

De politieke verdeeldheid ontlaadt zich vooralsnog op het hoofd van minister van defensie Van Middelkoop, die afgelopen week twijfel opriep over waar hij in deze discussie staat. Is het na 2010 over en uit met de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan, zoals hij eind december in de Telegraaf beweerde, of is er na beëindiging van de taken in Uruzgan ruimte voor een nieuwe missie, zoals premier Balkenende en minister van buitenlandse zaken Verhagen hebben aangegeven?

Het spoeddebat waarin Van Middelkoop zich komende dinsdag tegenover de Kamer moet verantwoorden, heeft met de inhoud van deze kwestie niet zoveel meer te maken. Dat zal vooral draaien om de vraag of hij zijn departement wel in de hand heeft. Kort nadat hij deze week in de Kamer had verklaard dat zijn citaten in de Telegraaf ’volkomen uit de lucht waren gegrepen’, moest zijn ministerie erkennen dat een ambtenaar die uitspraken had geautoriseerd.

Het is tamelijk onbegrijpelijk dat een ervaren politicus als Van Middelkoop de interne communicatie niet op orde heeft. Nu gaf hij door zijn onachtzaamheid ongewild voeding aan de nieuwe Haagse wetmatigheid dat regeren steeds meer een kwestie wordt van beeldvorming. In dat kader was het zelfs zijn grootste stommiteit dat hij op het ijs ten val kwam, waarbij hij zijn onderarm brak en een lelijke wond aan zijn gelaat opliep. Dat leverde foto’s op die de lichte politieke schade ineens een dramatisch aanzien gaven. De foto’s van de mitella-minister, schreef het rechtse Elsevier gretig, bevestigen het beeld van een brekebeen. De commentator van het liberale NRC Handelsblad, de laatste tijd ook snel opgewonden, ried Van Middelkoop zelfs aan vanwege zijn tanende gezag maar op te stappen.

Het is op zichzelf niet verbazingwekkend van de oppositiepers. Het aftreden van Ella Vogelaar toonde aan dat niet langer het politieke vertrouwen van de Tweede Kamer bepalend hoeft te zijn voor het aanblijven van een minister, maar de vraag of de bewindspersoon volgens de wetten van de mediacratie nog met voldoende gezag kan opereren. Op de vertrouwensvraag kan maar één orgaan een antwoord geven dat ook maar voor één uitleg vatbaar is. De beantwoording van de gezagsvraag is een zaak van enkelingen en naar haar aard altijd diffuus.

Naarmate de politieke vertrouwensvraag minder gewicht heeft, verliest het parlement dus substantieel aan invloed en raken ministers nog onzekerder over hun bestaan. Het PvdA-triumviraat Bos-Hamer-Ploumen kan met het heenzenden van Vogelaar dus een tendens in gang hebben gezet, die voor de politiek zelf desastreus kan uitpakken. Een van de directe effecten van het aftreden van Vogelaar was al dat iedereen begon te speculeren of Jacqueline Cramer de volgende zou zijn. Zo transformeert politiek Den Haag tot een schiettent.

Een ander effect kan zijn dat er steeds minder oog is voor het beleid van een minister, de ratio daarachter en de politieke haken en ogen. In deze kwestie, wel of geen nieuwe Afghanistanmissie, is het draagvlak zeer cruciaal. Volgens de onlangs overleden oud-minister van defensie Relus ter Beek moet bij zulke operaties het uitgangspunt zijn ’hoe groter het risico, hoe groter het draagvlak moet zijn’. De logica daarvan spreekt voor zichzelf en is in het hart van Den Haag zichtbaar iedere keer dat op het dak van het ministerie van defensie de vlag halfstok wordt gehesen – afgelopen maand voor de achttiende keer.

In dat licht is het draagvlak onder de huidige missie naar Uruzgan (een meerderheid van tweederde) politiek voldoende, maar daar is niet alles mee gezegd. Voor de direct verantwoordelijke minister van defensie betekent elke tegenstem dat de last op zijn schouders zwaarder wordt. Daarnaast moet hij scherp in de gaten houden of de troepen hun taken adequaat en binnen de financiële grenzen kunnen uitvoeren. Op dit punt is de spankracht van de krijgsmacht nu al tot het uiterste beproefd.

Van Middelkoop zit er dus wat anders in dan de premier en de minister van buitenlandse zaken, die in andere kaders opereren en Defensie in het ongunstigste geval slechts als de ’ijzerwinkel’ beschouwen. Zij hebben hoe dan ook wat gemakkelijker praten en zijn na de machtswisseling in de Verenigde Staten wellicht geneigd snel een wit voetje te halen bij de nieuwe president Obama, die de strijd in Afghanistan wil intensiveren. Dat is niet onlogisch. Ook het Nederlandse kabinet zei een- en andermaal dat de opbouw van dat arme en tribaal verdeelde land een kwestie van zeer lange adem is. Maar datzelfde kabinet deed, hoezeer ook in tegenspraak met die notie, de belofte dat eind 2010 de laatste Nederlandse soldaat uit Uruzgan is vertrokken.

Die belofte was ruim een jaar geleden nodig om de twijfelende VVD over de streep te trekken. Daar lag dan ook het volle accent op. De laatste tijd verschuift de nadruk naar de kleine lettertjes van het verlengingsbesluit, waarin staat dat Nederland in 2010 zijn rol ’als leidende natie’ in Uruzgan zal beëindigen. De ruimte voor andere of nieuwe bijdragen aan de NAVO-missie in Afghanistan zat er dus van meet af aan al in. Van Middelkoop wist dat ook wel, maar hij heeft, zoals wel duidelijk is, meer dan één reden om in deze fase op de rem te gaan staan.

mailIcon print |