Na drie wedstrijden om het kampioenschap ijshockey leiden de Tilburg Trappers met 2-1. Vanavond heeft HYS The Hague de laatste kans om de stand gelijk te trekken.
Die baard op de foto gaat er nog af, maar als het aan Tony Demelinne ligt niet vanavond. Want dan heeft HYS de best-of-five om de ijshockeytitel verloren. „We hebben allemaal onze baard laten staan. Nu afscheren brengt ongeluk. Dat doe ik dus pas als we kampioen zijn.”
Demelinne prijst zijn Haagse afkomst. „Veel Hagenaars beseffen niet wat we aan topsport hebben.” Hij somt op: „ADO speelt eredivisievoetbal, de handballers van Hellas zijn landskampioen en wij worden het hopelijk. Er is zat topsport; alleen promoot Den Haag dat te weinig.” Dus onderhouden sporters de connecties maar zelf. „De spelers van ADO komen ons vanavond aanmoedigen. Bob Kootwijk, de assistent-coach van ADO, was vroeger mijn gymleraar.”
„Dat het bij HYS dit jaar zo goed gaat, komt doordat het budget verhoogd is dankzij sponsors. Je ziet het aan de spelers, aan de opbouw van de lijnen. Toch letten ze er goed op of er voldoende spelers zijn met wie de supporters zich kunnen identificeren. Ik ben niet de enige Haagse jongen in het team; er zijn er minstens zes en verder komt er een aantal uit de Randstad. Dat geeft een band met het publiek.”
IJshockey leeft in Den Haag –75 jaar geleden de bakermat van deze sport in Nederland– en de spelers van HYS willen dat zo houden. Na een wedstrijd zoeken veel spelers de supporters op.
„In tegenstelling tot voetballers geven wij handtekeningen en lopen we niet door als iemand ons wat vraagt”, zegt Demelinne. „IJshockeyers zijn echt heel aardige mensen. Het beeld dat er alleen maar gevochten wordt is onjuist, al komt vechten nog wel voor. Kennelijk hoort het bij onze sportcultuur. Dat is niet goed te praten en gelukkig begint het te veranderen. In Nederland word je na een knokpartij nu meteen geschorst.”
Al op zijn vijfde zette Demelinne de eerste stappen op het ijs, geïnspireerd door zijn vijftien jaar oudere broer. „In Den Haag ben ik begonnen. Ik was zestien toen Amsterdam me uitnodigde. Dat was het topteam van Nederland. Ik had geen enkele twijfel, ook niet als Hagenaar. Ik wist meteen: dat doe ik, dit is een enorme kans.”
Het jaar daarop ging hij op uitnodiging naar Amerika. Er volgden meer uitstapjes, maar steeds keerde hij terug bij de club waar zijn Haagse wortels liggen. Toch heeft hij nog niet getekend voor volgend jaar. „De contractbesprekingen liggen nu stil. Eerst moeten we de finale spelen, en winnen. Daarbij past geen mentale afleiding. Wat ik volgend jaar ga doen is afhankelijk van wat me geboden wordt. Bij HYS zien ze een Haagse jongen best graag in het buitenland spelen. Ook omdat ze weten dat zo’n jongen altijd weer graag terugkomt, met veel ervaring in zijn bagage.”
Curieus is dat zijn vriendin Claudia ook bij HYS ijshockeyt. „Zij is keepster van het tweede team, en traint vaak met ons mee. Nederland kent geen aparte vrouwencompetitie, vandaar. In de training vervangt ze onze keepers vaak, die dan rust krijgen. Ze wordt op het ijs net zo behandeld als mannen. In die ijshockeykleding zie je toch niet dat ze een vrouw is. Alleen aan haar blonde staart is dat te zien.”
In de play-offs tegen Tilburg is Claudia niet actief. Het gaat nu immers om het ’echie’. Hoewel de belangen groot zijn, staat Demelinne niet strak van de stress. „Ik moet juist wat lol hebben in het spel”, relativeert hij. „Ik kan serieus zijn, maar ik zit lekkerder in mijn vel als ik af en toe een grapje kan maken.”
„Of we Tilburg kunnen hebben?” Demelinne lacht zelfverzekerd: „Zondag hebben we in eigen huis verloren. We waren sterker, schoten meer, maar ze gingen er niet in. Eigen schuld, zeg ik dan. Als je verliest, moet je de schuld altijd bij jezelf zoeken. Maar in de competitie hebben we van ze gewonnen en ook de eerste uitwedstrijd in de play-offs. Ik zie ons die titel nog wel halen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.