Het geloof in geesten is sterk in Afrika. Dit geloof is ook makkelijk te misbruiken, zoals de president van Gambia aantoont.
In Tanzania jagen criminelen op albino’s, in Congo worden kindheksen massaal op straat gezet, in Zuid-Afrika zijn er opvangkampen voor verjaagde heksen.
De nieuwste variant komt uit Gambia. Daar zou de president zijn eigen lijfwacht hebben ingezet om samen met politie, leger en uit Mali en Guinee ingehuurde traditionele genezers ’heksen te ontmaskeren’. Daarbij zijn volgens Amnesty International meer dan duizend mensen uit hun dorpen ontvoerd. Zij moesten een hallucinerend drankje drinken en bekennen dat ze heksen zijn.
Dictator Alhaji dr. Yahya Jammeh kwam als luitenant in 1994 met een coup aan de macht in het ministaatje langs de rivier de Gambia, dat geheel is omhuld door buur Senegal. Het is niet bekend hoeveel opleiding hij genoten heeft. Zijn eretitel, die hij prominent inzet, is hem verleend door een Canadese universiteit, waarschijnlijk omdat hij olieboringen had toegestaan.
Deze eeuw komt Jammeh, die pas 43 jaar is en dus nog even mee kan, steeds hardvochtiger én eigenaardiger over. Hij liet journalisten, studenten en migranten vermoorden. Eigenlijk hoort Gambia dankzij Jammeh als toeristenparadijs wel op de zwarte lijst.
Wereldberoemd werd hij in 2007 met zijn kruidendrank die aids geneest. De hoge VN-medewerker in Gambia die kritiek liet horen, werd acuut het land uitgezet. Vorig jaar kwam hij kortstondig in het nieuws met zijn dreigement lesbische vrouwen en homomannen in het land te onthoofden. Hij gaf ze 24 uur om het land te verlaten. En nu heeft Jammeh vermeende heksen als doelwit gekozen.
De dictator zou geloven dat de dood van zijn tante, eerder dit jaar, door hekserij is veroorzaakt. Het dorp in de buurt van zijn boerderij werd leeggehaald en driehonderd mensen zijn naar die boerderij gebracht. Velen werden ziek na het drinken van het hallucinerende mengsel dat hen tot bekentenis moest dwingen. Twee overleden. De klokkenluider van deze zaak, Halifa Sallah, was in 2006 nog presidentskandidaat, maar zit sindsdien vast vanwege spionage.
Religiehoogleraar Gerrie ter Haar van het Institute for Social Studies in Den Haag is blij dat Amnesty International het hekserijprobleem oppikt. Ter Haar bezocht onlangs een groep Afrikaanse juristen om hen te adviseren. Overal in Afrika is van hoog tot laag het geloof in spirituele krachten groot. Diverse presidenten dragen een beschermingsamulet en raadplegen marabouts, zieners. „Maar geloof in spirituele krachten is één ding, ernaar handelen een tweede.”
Ter Haar vindt de term hekserij geen goede term om het fenomeen te beschrijven. „Het gaat om het aanwenden van spirituele krachten om anderen schade te berokkenen. Maar het kan ook voor goede doelen worden ingezet. Zo kan spirit possession ofwel geestesbezetenheid, voor genezing zorgen.”
Wat vooral in het nieuws komt, is het misbruik van mystieke krachten voor eigen gewin. Zoals het doden van albino’s om hun kracht over te nemen. Of het uit huis gooien van ’kindheksen’ in Congo, omdat er in huis te weinig eten is.
„Hekserijgeloof is een machtig instrument”, zegt Ter Haar. „Je ziet vaak dat politici het aangrijpen om hun tegenstanders te pakken. Alleen een beschuldiging is vaak al genoeg om iemand uit te schakelen.”
In een herwaardering van tradities komen sommigen openlijker voor hun geloof in geesten uit. Dat is ook van toepassing op Jammeh, die graag met de Koran zwaait, nonsensuitspraken doet (’van alle 100 mensen die dagelijks sterven is 99 procent moslim’) en zich tegen het Westen afzet: „Vroeger kwamen ze koloniseren, nu komen ze met democratie”. Jammehs heksenjacht betekent dat behalve dissidenten nu ook gewone boeren niet meer veilig zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.