Behandeling van kankerpatiënten met protontherapie komt dichterbij. Dat betekent betere kans op genezing en minder bijwerkingen.
In navolging van omringende landen willen kankerspecialisten ook in Nederland zogeheten protonklinieken bouwen om patiënten gerichter te kunnen behandelen.
Deze wens stuitte tot nu toe op de hoge investeringskosten van 120 tot 150 miljoen euro per centrum. Die barrière is flink verlaagd dankzij een vandaag openbaar gemaakt rapport van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ). Standpunten van dit college zijn richtinggevend voor de zorg.
Protontherapie is een vrij nieuwe vorm van bestraling met positief geladen deeltjes die veel nauwkeuriger werken dan klassieke röntgenstralen. Ze pakken de tumor gerichter aan en sparen het omliggende weefsel. Daardoor zijn er minder bijwerkingen en hebben vooral jonge patiënten minder kans om door de bestraling later opnieuw ziek te worden.
De behandeling is veelbelovend, maar onderzoek bij patiënten is nog schaars, vooral omdat er weinig protonklinieken zijn gebouwd. Daarom stelt het CVZ voor de effectiviteit van protonbehandelingen anders te beoordelen dan gebruikelijk.
CVZ-bestuursvoorzitter Dik Hermans spreekt van een ’unicum’. „We hebben het principebesluit genomen dat je het verwachte nut van een behandeling ook kunt baseren op simulatiemodellen. Die berekenen hoeveel schade en winst je bij een bepaald type kanker kunt verwachten. Zo voorkom je dat patiënten onnodig lang moeten wachten op een nieuwe behandeling die grote gezondheidswinst kan opleveren.”
Hermans zal zo snel mogelijk een commissie van experts instellen. Zij moeten per type kanker afwegen of het beschikbare bewijs stevig genoeg is om protontherapie te vergoeden. Hermans verwacht nog dit najaar een besluit over de behandeling van relatief zeldzame tumoren – in de schedelbasis, het oog en het hoofd-halsgebied – en meer voorkomende typen, zoals long-, prostaat-, slokdarm- en borstkanker.
De bestuursvoorzitter weet nog niet hoeveel patiënten in aanmerking zullen komen voor de nieuwe behandeling, die anderhalf tot twee keer zo duur is als gewone bestraling. Buitenlandse studies houden het op 15 procent van de patiënten die nu met röntgenstralen worden behandeld. Voor Nederland zou dat in 2010 neerkomen op 6.700 tot 8.000 patiënten.
Zo’n aantal zou de bouw van drie protoncentra rechtvaardigen. Drie consortia, in Groningen, Maastricht en de Randstad, hebben al belangstelling. Binnenkort komt de Gezondheidsraad met een exactere raming van het aantal patiënten dat baat kan hebben bij deze therapie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.