*

 

Vijftiger dupe van crisis pensioenen

Jan Kleinnijenhuis − 20/03/09, 00:00

Vijftigers zijn de klos, nu pensioenfondsen in de financiƫle problemen zitten. Huidige pensioenklanten en jongeren ontspringen deels de dans, schrijven CPB-onderzoekers.

  • DEN HAAG - Onder toeziend oog van "vadertje" Willem Drees (kunstwerk rechts) zitten ouderen in Den Haag dinsdag te genieten van het weer en hun pensioen. ANP PHOTO EVERT-JAN DANIELS

De financiƫle problemen bij de pensioenfondsen komen hoofdzakelijk op het bordje terecht van oudere werknemers. Werknemers tussen de 50 en 60 jaar worden het hardst getroffen; van hen leveren 55-jarigen het meeste in. Zij moeten rekenen op een daling van het gemiddelde jaarlijkse pensioeninkomen van 10 procent.

Mensen die al pensioen ontvangen en jongere generaties worden veel minder hard getroffen, concluderen onderzoekers van het Centraal Planbureau vandaag in het vaktijdschrift Economisch Statistische Berichten.

Uit het onderzoek blijkt dat het voor de inkomenseffecten weinig uitmaakt of pensioenfondsen drie of vijf jaar de tijd krijgen om hun dekkingsgraad op orde te brengen. Ook de keuze tussen verhoging van de pensioenpremie, of verlaging van de pensioenuitkering heeft weinig gevolgen voor de inkomensachteruitgang van verschillende generaties. Vooral het niet laten meegroeien van de pensioenen met de inflatie (indexeren) weegt zwaar. Zolang pensioenfondsen met tekorten zitten, mogen zij wettelijk niet indexeren.

Afgezet tegen de situatie waarbij pensioenfondsen altijd volledig indexeren, loopt het verlies voor een werknemer van 55 jaar in totaal op tot 30.000 euro. De verliezen nemen af naarmate mensen eerder of juist later geboren zijn. Met andere woorden, mensen die al lange tijd pensioen ontvangen, en jongeren die net begonnen zijn met werken worden niet of nauwelijks getroffen. Oudere werknemers hebben al veel pensioenrechten opgebouwd, waardoor het achterblijven van indexatie veel zwaarder doorwerkt.

De onderzoekers concluderen dat met de huidige instrumenten pensioenfondsen aan de verdeling van de pijn weinig kunnen veranderen. Er zou dan specifiek ingegrepen moeten worden in de opgebouwde rechten en indexatie voor jongere en oudere deelnemers. Verschillende hoogleraren pleitten onlangs al voor meer differentiatie in bijvoorbeeld het beleggingsbeleid voor jongeren en ouderen.

De CPB-onderzoekers, waaronder onderdirecteur Casper van Ewijk, rekenen voor een gemiddeld pensioenfonds de inkomenseffecten uit van het herstel van de zogenoemde dekkingsgraad. Zij baseren zich op de gemiddelde dekkingsgraad van 95 procent die pensioenfondsen kenden op 31 december 2008. Inmiddels is de dekkingsgraad van de meeste pensioenfondsen nog verder weggezakt. Voor fondsen die ver beneden het gemiddelde liggen, en dus zwaarder in moeten zetten op premieverhoging of verlagen van de uitkering, kunnen de effecten voor de leeftijdsgroepen nog behoorlijk verschillen.

mailIcon print |