*

 

Jongeren zonder diploma niet altijd ’losers’

Hanne Obbink − 20/03/09, 16:18

Het is belangrijk dat elke jongere een goed diploma haalt. Maar jongeren voor wie dat niet is weggelegd, zijn niet per se ’losers’ .

Haar ouders scheidden toen ze tien was, een paar jaar later liep het spaak op school. Zittenblijven, geen zin meer. Wat kleine baantjes, maar vooral vaak niks doen. Veel ruzie thuis en dus maar op kamers gaan wonen. Nu volgt ze een opleiding op het laagste niveau van het mbo, mbo-1. „Ik hou het nu vol."

Denise Peperkamp (18) vertelde deze week haar verhaal in Trouw. Zij is een van die jongeren die de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid ’overbelast’ zou noemen: zozeer belast met een veelvoud aan problemen – armoede, drugs, criminaliteit, vaak ook psychische moeilijkheden – dat het voor hen een enorme opgave is om daarnaast ook nog een goed diploma te halen. Volgens de WRR haken per jaar zo’n 20.000 van deze jongeren voortijdig af in het onderwijs.

Toch eist het kabinet van alle jongeren dat zij een zogeheten startkwalificatie halen, een diploma op minstens niveau 2 van het mbo of een havo- of vwo-diploma. Wie dat niet haalt, komt te boek te staan als voortijdig schoolverlater. Waarom eigenlijk? Ligt de lat voor deze ’overbelasten’ daarmee niet te hoog en staat daardoor niet al bij voorbaat vast dat ze zullen falen?

Vooropgesteld: er zijn goede redenen voor het streven van de overheid. Wie zonder startkwalificatie van school gaat, is dubbel zo vaak werkloos en krijgt zo’n vijf keer zo vaak met de politie te maken.

Het is dan ook goed nieuws dat het overheidsbeleid vruchten lijkt af te werpen. In 2007 is de leerplicht met twee jaar verlengd. Jongeren moeten nu tot hun achttiende naar school, tenzij ze al een startkwalificatie op zak hebben. Deze week bleek dat dankzij die ’kwalificatieplicht’ duizenden 17-jarigen langer op school blijven. De kans dat zij minstens een mbo-2-diploma halen, neemt daardoor fors toe. En het aantal voortijdig schoolverlaters zal dan dalen – precies zoals het kabinet zich ten doel stelt.

Maar als het kabinet zijn succes louter en alleen afmeet aan deze cijfers, schiet het zijn doel voorbij. Want een harde kern van jongeren zoals Sabine laat zich ook door de kwalificatieplicht niet dwingen het vereiste diploma te halen. Niet per se omdat ze niet willen, maar ook omdat ze er niet toe in staat zijn.

Dat is niet altijd rampzalig. Er is in Nederland nog steeds genoeg werk voor laaggeschoolden, banen waarvoor een mbo-2-diploma niet nodig is. Als het lukt ’overbelaste’ jongeren zo ver te krijgen dat zij geschikt worden voor deze banen, dan is dat een groot succes. Misschien wel groter dan als iets kansrijker jongeren een startkwalificatie halen. Er is daarom weinig reden voor geschamper over de mbo-opleidingen die zich daarvoor inzetten en hun leerlingen basale zaken bijbrengen als op tijd komen en met twee woorden spreken.

Het kabinet ziet dit ook in. Een paar jaar geleden reageerde het als door een wesp gestoken op pleidooien om niet alle kaarten op de kwalificatieplicht te zetten. Maar een maand geleden erkende staatssecretaris Van Bijsterveldt: wie met het laagste mbo-diploma een baan vindt, krijgt ten onrechte het etiket ’voortijdig schoolverlater’.

mailIcon print |