*

 

O grut, een tjiftjaf

Koos Dijksterhuis − 20/03/09, 00:00

De grutto’s vliegen baltsend rond, in groepjes. Ze roepen: ’O grut, o grut!’. Dat vind ik één van de meest aangename vogelgeluiden. Een lentegeluid, maar ook een vakantiegeluid. Als kind hoorde ik ze altijd in de paasvakantie op Schiermonnikoog. Nu zijn ze daar nauwelijks meer, maar roepen ze boven ons huis. Kieviten en scholeksters vliegen ook roepend van hot naar her en afgelopen zaterdag hoorde ik de eerste tureluur.

  • (Foto Jeanette Essink)

Jeanette Essink zag en hoorde 18 maart een zingende tjiftjaf in haar tuin. Als één vogel zijn naam verkondigt, is het wel de tjiftjaf. Toen ik jaren geleden op basisscholen gastlessen gaf over vogeltrek, verbaasde het de kinderen vaak dat tjiftjafs echt bestaan. Velen kenden alleen de Toornige Tjiftjaf van Suske en Wiske. Mij verbaasde het dat die strip nog steeds gelezen werd.

Onze tjiftjaffen overwinteren in Spanje en Noordwest-Afrika. Dat blijkt uit Nederlandse pootringen van daar gevangen vogels. Tjiftjaffen zijn onopvallend groenbruine zangertjes. Ze scharrelen door boomkruinen en struiken en zitten nooit eens even stil. Behalve als ze hun naam rondbazuinen, uren achtereen soms. Die gezongen naam onderscheidt hen het duidelijkst van de vrijwel identiek uitziende fitis. Fitissen overwinteren zuidelijker en keren twee weken later terug, meestal rond deze tijd. Tjiftjaffen zijn laat dit jaar. De lente is laat en tjiftjaffen weten hun aankomsttijd als geen ander af te stemmen op de voorjaarstemperatuur. Ze broeden op of vlak boven de grond in bramen of dicht struikgewas. Door de toename van ondergroei in bossen en van bomen en bos op het platteland, zijn tjiftjaffen de laatste dertig jaar zeer algemeen geworden en hebben ze het hele land gekoloniseerd, tot Rottumerplaat aan toe.

mailIcon print |