Zes grote treinstations worden de komende jaren flink vernieuwd. Op Leiden Centraal krijgt het ’station van de toekomst’ al vorm.
Een kop koffie en een krantje was decennialang het enige wat treinreizigers konden kopen op het station. Vandaag de dag is dat wel anders. Een kleine variant van Albert Heijn is op elk groot station te vinden. Wie trek heeft in een tussendoortje kan z’n hart ophalen: luxe broodjes, sushi, muffins en pizzapunten liggen lonkend te wachten op treinreizigers. Ook voor andere boodschappen kunnen consumenten tegenwoordig op het station terecht. Winkels als Etos, Ako en Free Recordshop hebben er filialen. Voor wie dat allemaal nog niet genoeg is: binnen afzienbare tijd kan men op menig station echte Hema-rookworst kopen, een nieuwe jeans uitzoeken of parfum aanschaffen. Op station Leiden Centraal krijgt het station van de toekomst als eerste vorm (zie kader).
Alle verschillende winkels en eetgelegenheden schreeuwen om de aandacht van de reiziger, weet ook projectdirecteur Irma Luitse-Winkenius van NS Poort, de bedrijfstak die stations ontwikkelt en exploiteert, en onder meer verantwoordelijk is voor het project ’Proefstation Leiden’. „Het liefst zouden de winkels hun reclameborden middenin de stationshal zetten”, zegt ze. Op proefstation Leiden Centraal maakt Luitse korte metten met de al te uitbundige reclame-uitingen van de verschillende formules.
Wie straks de stationshal in zich opneemt, waant zich bijna op een luchthaven. Aan weerszijden van de hal domineren witte pilaren en grote glazen puien. In wit aangelichte roestvrijstalen letters staan de winkelnamen vermeld. Een groot contrast met de oude zaken op het station. „De oude Smullers (een snackbarketen - red.) zorgde voor veel visueel geweld, met felle kleuren en drukke motieven. Ook die zaak krijgt straks zo’n transparante gevel”, zegt Luitse. De vernieuwde stationssnackbar wordt, net als alle andere zaken op het station, ingedeeld in twee zones. Luitse: „De eerste anderhalve meter is van de wereld, met uniforme uitstraling. In de rest van de zaak kan de winkel ook weer z’n eigen vormgeving voeren.”
Winkels zoals de Ako worden ook inhoudelijk opgedeeld in twee zones. „De eerste anderhalve meter is to go, bedoeld voor haastige mensen die snel een krant of tijdschrift willen kopen. Verderop in de zaak is het to stay-gedeelte. Daar kunnen mensen boeken vinden en zelfs even rustig gaan zitten.”
Het creëren van overzicht en visuele rust is leidend volgens Luitse. „Zichtlijnen zijn enorm belangrijk voor reizigers. Jaren geleden hebben we op Utrecht Centraal midden in de hal een aantal winkelruimtes gemaakt. Die zijn mooi uitgevoerd met hout, maar ze verstoren het overzicht in de stationshal. Dat doen we voortaan anders.” Overal moet het duidelijk zijn dat je op het station bent en niet in een winkelcentrum, vindt Luitse. In de centrale ruimtes moeten de vertrektijden, looproutes en informatiebalies als eerste opvallen. „Maar ook in de winkels komen schermen te hangen met de vertrektijden. Zo zie je precies hoeveel tijd er is om pasta te eten of een broek te passen voordat je trein vertrekt.”
Een andere belangrijke keuze die de NS maken, is om alle winkels en eetgelegenheden te clusteren in thema’s, ook wel aangeduid als ’werelden’. Zo komen alle eet- en drinkgelegenheden samen in de food-wereld en delen zaken als Free Record Shop en Ako dezelfde ruimte in de media-wereld. Datzelfde geldt voor de thema’s health & beauty en mode. Deze beslissing zorgt voor een interne stoelendans: bijna iedere winkel wisselt van plaats. „We hebben de winkels er van moeten overtuigen dat ze straks beter zitten. Het is spannend om te zien of het gaat werken”
Zit de reiziger wel te wachten op meer winkels en nieuwe eetgelegenheden? De NS willen het voortdurend weten. Forenzen die steevast gebruikmaken van station Leiden, liepen de afgelopen tijd grote kans één van de enquêteurs tegen het lijf te lopen. Op de internetsite van Proefstation Leiden kun je bijna niet om de peilingen heen. Uit voorlopige uitslagen blijkt dat de reiziger tamelijk conservatief is. Bij de vraag welke nieuwe soorten winkels en horecaformules wenselijk zijn, kiezen de meeste mensen voor het antwoord: ’Geen van deze. Het station is een plaats waar treinen aankomen en vertrekken. Niet meer dan dat’. Irma Luitse: „Onze klanten reageren inderdaad heel behoudend. Je kunt ook eigenlijk niet verwachten dat ze nieuwe dingen bedenken. We gaan het dus gewoon proberen, en dan zien we of het aanslaat. Daar is dit ook een proefstation voor.”
Over de huidige omstandigheden op het station lijken reizigers beter in staat een mening te vormen. „Zo blijkt dat mensen deze vloer veel te glad vinden”, weet Luitse. „Daar doen we iets mee, de ruwere tegels die nu aan de zijkanten liggen, komen straks in de hele hal.”
Ook met een andere veelgehoorde klacht gaan de NS aan de slag. Nu zijn er, zeker in de Leidse stationshal, nagenoeg geen zitplaatsen te vinden. Straks komt midden in de hal een verblijfterras. Daar kunnen klanten van pastazaak Julia’s hun portie tortellini opeten, maar is ook plek voor reizigers die op hun gemak een zelf gesmeerde boterham kaas willen eten. Dat er nu beperkte zitplaatsen op stations zijn is geen toeval of zuinigheid. Zitplaatsen trekken ongewenste gasten en rommel aan. Luitse is zich daar van bewust. „Maar we willen nu uitgaan van datgene wat onze klant wil. Tegelijkertijd willen we onder de ruim honderd mensen die op Leiden Centraal werken een gemeenschapsgevoel creëren, zodat alle werknemers zich inspannen voor een schoon en veilig station.”
De horeca en winkels op stations zijn een goudmijntje voor de NS. Toch blijft het snel van A naar B reizen voorop staan, verzekert Luitse, ook al zijn langere overstaptijden mogelijk lucratiever voor de NS.
De NS mikken ook op toestroom van binnenstadbewoners, scholieren en personeel van bij het station gelegen kantoren. Daarbij doet zich straks wel een probleem voor. Als de ov-chipkaart ook op de NS-stations te gebruiken is, kunnen passanten maximaal een half uur gratis op het station blijven. Is dat geen drempel voor iemand die lekker wil lunchen bij de Broodzaak? „Ja, dat zou kunnen. Maar daar is het een proefstation voor.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.