Een wereldtitel moest de gewonnen strijd van Esther Schouten tegen kanker voorzien van een tastbare beloning. Een kopstoot vergalde het gedroomde feest.
Terwijl Ina Menzer nogmaals haar kampioensgordels toonde, nam Esther Schouten met een handkus afscheid van het publiek in Düsseldorf. In de kleedkamer zeeg ze ineen. Minutenlang zat de Noord-Hollandse op een bankje met haar handen voor het gezicht. Tranen sijpelden tussen de kiertjes van haar vingers. Het mislopen van de wereldtitel in sportarena Burg-Wüchter Castello viel rauw op haar dak.
Schouten leefde ter voorbereiding op het gevecht van zaterdagavond als een asceet. In een gymzaal in Maagdenburg werkte ze dagelijks met trainer Dirk Dzemski toe naar de verwezenlijking van een droom. Live voor de Duitse televisiezender ZDF kreeg de 31-jarige vrouw uit Hoorn de kans een mentaal en fysiek loodzware periode af te sluiten met een succesvol optreden in de ring.
Promotor Universum koppelde Schouten twee jaar geleden al aan Menzer. Tot een ontmoeting kwam het niet. Artsen constateerden lymfeklierkanker bij de Nederlandse. Haar carrière leek ten einde. Toen ze na vier chemokuren en vijftien bestralingen genezen werd verklaard, besloot ze te gaan trainen voor een rentree. Met de steun van het boksbolwerk, dat tijdens de ziekte achter haar bleef staan.
Schouten bewees het regime van een topsporter goed aan te kunnen. Ze koos voor een eenzaam bestaan in voormalig Oost-Duitsland, sterkte snel aan en boekte resultaat. De blondine won vier partijen in een hogere gewichtsklasse (vedergewicht) dan het superbantam, waarin ze tussen 2002 en 2005 wereldkampioene was. Deze overstap moest Schouten maken om via Universum uit te mogen komen tegen Menzer.
Ondanks de soepele aanloop op de wedstrijd tegen de geboren Kazachstaanse, voelde Schouten zich onzeker. Tot haar verbazing deed ze de laatste weken ’s nachts geen oog dicht. En als ze sliep, bokste de ranke dame in haar dromen tegen de tweevoudig wereldkampioene. De buitenwacht merkte hier weinig van. Haar belangrijkste gevecht, zo liet ze optekenen, had ze reeds geleverd in een naargeestig ziekenhuis.
Dat stress en emotie haar wel degelijk bij de keel grepen, toonde Schouten bij het betreden van de ring. Terwijl Menzer in opperste concentratie naar het canvas staarde, trilde haar bovenlip bij het spelen van het Wilhelmus. „Ik schrok van het boegeroep”, lichtte Schouten later toe. „Menzer is een kind van de streek. Iedereen stond achter haar. Dat wist ik van tevoren. Ik begaf me in het hol van de leeuw.”
Van een vijandige sfeer was op de tribunes van Burg-Wüchter Castello overigens niets te merken. Het boksgala trok geen stereotiep volk. Hoewel de bezoekers, 4000 duizend in totaal, geen maatpakken of galajurken droegen, waren de meeste sober gekleed. Strakke shirts, om biceps en torso’s te accentueren, vormden een minderheid van het aanbod in de zaal. Op de eerste rij ontbrak lokale penoze, die vechtgala’s vaak ontsiert door met elkaar op de vuist te gaan.
Zelfs de drie rondemissen, aangevuld met een gespierde jongen om het vrouwelijk deel van het publiek te behagen, bleven ingetogen. Na het klinken van de gong liepen ze heupwiegend met een bord door de ring, zonder platvloers over te komen. Dat ze onderwijl giechelend foto’s van elkaar maakten en duimen naar elkaar opstaken, gaf het tafereeltje iets aandoenlijks. Het publiek bedierf hun avond niet met gejoel, maar klapte beschaafd.
Hoewel Menzer duidelijk meer sympathie genoot, bleven kwaaie reacties bij de entree van Schouten uit. Pas toen haar eigen aanhang luidruchtig begon te zingen, klonk een voorzichtig fluitconcert. Respect overheerste voor de uitdaagster in de tweekamp, die was omgedoopt tot ’Model-duel’ vanwege het bevallige uiterlijk van beide boksters.
Schouten wierp tijdens het gevecht de schroom van zich af. Na een slordig begin, waarin ze hoofdzakelijk lucht raakte, beet ze zich vast in de bewegelijke Menzer die voor de twaalfde maal haar titels in de WBC en WIBF verdedigde. In de vierde van tien rondes verloor Schouten plotseling haar concentratie. Menzers zege kwam daarna niet meer in gevaar.
Het verval vond zijn oorsprong in een ordinaire kopstoot die een flinke zwelling op het voorhoofd van Schouten had achtergelaten. „Na die dreun verloor ik mijn ritme”, somberde ze in de persruimte. „Helaas, ik had echt het gevoel te kunnen winnen. Of Menzer het expres deed? Boksen is een gemene sport.” De nederlaag maakte geen onherroepelijke beslissingen los. Schouten blijft boksen. „Ik hoor weer bij de wereldtop. Bij die status hoort een titel. In het vedergewicht of het superbantam.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.