De toekomst van de kranten is onzeker. Nieuws is er genoeg, net als plekken om het te vinden. Maar is de krant het aangewezen medium om orde te scheppen in de informatiechaos, of is de lezer daar mans genoeg voor? „Kranten moeten een niche kiezen.”
Een redactie voor economie en sport, eigen verslaggevers in Den Haag en in het buitenland. Landelijke kwaliteitskranten willen volledig zijn en daar gaat het mis, voorspelt Bart Brouwers, hoofdredacteur van gratis krant Sp!ts.
Er moet iets gebeuren met de kranten: oplagecijfers kelderen jaar na jaar, lezers en adverteerders kiezen voor andere nieuwskanalen en uitgeverijen zitten dik in de schulden. PCM, dat onder meer Trouw, de Volkskrant en NRC Handelsblad uitgeeft, is in gesprek met de Belgische uitgeverij De Persgroep over mogelijke overname van het gehele concern of van titels. De topman van het Belgische bedrijf, Christian van Thillo, staat bekend om het keihard saneren van redacties. Gaat hij dat ook bij de PCM-kranten doen, dan rijst de vraag: hoe kunnen de kranten hun kwaliteit hooghouden met minder mensen en minder middelen?
De rijzige, jongensachtige Brouwers duikt overal op waar hij kan meedenken over de taak en toekomst van de journalistiek: hij is lid van de commissie die minister Plasterk instelde om na te denken over innovatie van de pers, zit in de Raad voor de Journalistiek en in de jury van de Zilveren Camera.
„Kranten moeten scherper kiezen”, is zijn adagium. In plaats van een massamedium, moeten ze een nicheproduct worden met een duidelijke identiteit voor een specifieke doelgroep. „Zijn haringen en oliebollen testen je ding, dan moet je niet tientallen verslaggevers in Den Haag neerzetten. Het Algemeen Dagblad, de naam suggereert het al, is veel te algemeen.”
Zijn betoog sluit aan bij de visie van Van Thillo, die in 2003 meehielp Het Parool overeind te houden door er een Amsterdamse krant van te maken ten koste van vele journalistieke banen. Volgens Brouwers kun je een prima kwaliteitsproduct afleveren door je met een kleine redactie te richten op onderwerpen die bij de kern van de krant passen. Maar is er met zo weinig mensen wel genoeg tijd en ruimte om feiten te checken en onderzoek te doen, dat verder gaat dan de stroom van het dagelijkse nieuws?
De Britse Nick Davies, onderzoeksjournalist bij The Guardian, meent van niet. Het continue saneren van redacties baart hem ernstig zorgen. De vorig jaar tot ’Europees journalist van het jaar’ gehuldigde schrijver trekt ten strijde tegen ’de vercommercialisering van de journalistiek’. Davies: „Waarom schrijven zoveel journalisten stukken die niet kloppen? Omdat ze geen tijd hebben om de waarheid te achterhalen”, zegt hij opgewonden.
Redacties moeten met minder journalisten meer doen, zoals filmpjes maken en websites bijhouden. Davies: „Redacteuren mogen de straat niet meer op om de waarheid te vinden, omdat ze tien producties per dag moeten leveren. Terwijl tijd vreselijk belangrijk is voor een journalist. Om contacten op te doen en informatie te controleren. Al die megalomane uitgeverijen die alleen maar winst willen maken, menen dat het krimpen van redacties de kwaliteit van de journalistiek niet aantast. Een misrekening: het streven naar winst tast kwaliteitsjournalistiek meer aan dan ideologische of politieke propaganda.”
Brouwers haalt er zijn schouders over op. „Burgers houden genoeg mogelijkheden over om geïnformeerd te worden”, voorziet hij. „Van onderuit ontstaan initiatieven met nieuwsweblogs als Sargasso. Die linken naar andere fora en dragen zo bij aan de informatievoorziening.” Brouwers schetst een scenario waarin mensen in de trein Sp!ts lezen, op het werk Nu.nl en weblogs en thuis de krant, NOS-Journaal en andere informatiebronnen combineren. „Ze stellen hun eigen pakket van kwaliteit samen.”
Maar kranten hebben duidelijke regels voor kwaliteit: feiten en meningen zijn gescheiden en de feiten zijn gecheckt. Zijn Sargasso en andere blogs net zo betrouwbaar? „Nee natuurlijk niet. Maar je moet ook De Telegraaf en Trouw nooit helemaal geloven. Alleen weten we de kranten al op waarde te schatten. Op internet moeten bezoekers nieuwe bakens zoeken. Dat doen ze via kanalen die ze wel al kennen, of via mensen die ze vertrouwen.” Brouwers noemt dit crowd sourcing: het publiek krijgt informatie van alle kanten en past er zelf de klassiek-journalistieke filters op toe. „Daar zijn mensen slim genoeg voor. De krantenwereld is niet meer het ijkpunt.”
Nick Davies’ ogen worden groter en fel. „Dat is gevaarlijke kletspraat in je eigen straatje”, spuwt hij. „Voor burgers ontstaat zo een informatiechaos. Er zijn honderden sites waarop staat dat de Israëliërs achter de aanslagen van 11 september zaten en dat de wereld vergaat in 2011. Is het daarom waar? Sites verwijzen foute informatie allemaal naar elkaar door.”
Iemand moet al die informatie checken, op waarde schatten en in een kader plaatsen, wil hij maar zeggen. Op journalisten, die precies dat doen, kun je niet blijven bezuinigen, vindt hij. „Voor mijn boek ’Flat earth news’ heb ik tweeduizend artikelen uit Engelse kwaliteitskranten onderzocht, om te zien of er aanwijzingen waren dat de feiten gecheckt waren. Dat zou natuurlijk in 100 procent van de stukken het geval moeten zijn, maar het was twaalf. Het gevolg: lezers vertrouwen ons niet meer. We moeten voor ons eigen beroep in de bres springen en zorgen dat we veranderen, maar niet sterven. In een wereld waarin vogelgriep in Vietnam directe gevolgen heeft voor ons hier in het westen, hebben we goede feitelijke informatie nodig. En die komt niet van Twitter.”
Twitter is een online platform waarop mensen elkaar onder meer tippen over nieuws. Brouwer en Davies zijn weliswaar enthousiast over de ruwe informatie die dat oplevert, maar Davies gelooft niet in het vermogen van gewone lezers om die te filteren, Brouwers wel. „Ik communiceer via Twitter met een mengelmoes van jong en oud, ik leer er veel van. Via mensen die ik vertrouw, vind ik mijn weg naar bijvoorbeeld heel interessante, Amerikaanse sites.”
Hij erkent het gevaar van informatiechaos, maar gelooft dat mensen daarin hun weg vinden. „Na een paar weken krijgt je zoekgedrag richting en na een paar maanden heb je wel een patroon gevonden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.