opinie Al weken verheugde ik me op de inaugurele rede die de 44ste president van de Verenigde Staten dinsdag zou uitspreken. Want hoewel we uiteraard het oordeel over ’s mans presidentiële talenten moeten opschorten, staan zijn retorische gaven buiten kijf.
Nu kan ik me niet herinneren dat ik ooit eerder naar zo’n gebeurtenis uitkeek. Laat staan dat ik eerder de neiging had om op het web oude redevoeringen te bekijken. Maar bij Barack Obama bleek dat een niet gering genoegen. Van de keynote speech in Boston, waarmee in 2004 zijn triomf begon, via de knappe toespraak in Philadelphia, tot de briljante overwinningsrede op 4 november in Chicago.
Bij al die filmpjes liet ik me, eerlijk is eerlijk, meer dan graag in de maling nemen. Daar was weer de treffende jeugdanekdote. Het passende citaat uit historische bron. De fraaie oneliner. De stilte op het juiste moment. De stem die warmer en luider wordt. En hup, daar gleed ik weer onderuit.
Het verging me zoals het me vergaat bij een bedenkelijke B-film. Of een aflevering van de eindeloze televisiereeks Spoorloos. Je wéét dat je schaamteloos wordt gemanipuleerd. En de precieze inhoud kun je nauwelijks navertellen. En toch worden de ogen langzaam wazig. Gênant, maar lekker. Het doet denken aan wat de schrijver Louis Couperus ooit zei: „Wij hebben zo heerlijk geweend.”
Menig wetenschapper heeft zich de afgelopen maanden ijverig verdiept in het geheim van Obama’s welsprekendheid. Zijn speeches, jubelde een van hen, zitten in elkaar als composities van Bach. „Obama is een meester in het gebruik van herhalingen en hij weet die heel goed op een muzikale manier uit te buiten.” In nrc.next beschreven twee deskundigen puntsgewijs zijn ’stijltrucs’: „Let ook eens op het uitgekiende stemgebruik en de subtiele handgebaren waarmee Obama zijn retorische vondsten extra kracht bijzet.”
En in HP/De Tijd van vorige week stond een aardig stuk over de opperschrijver van de nieuwe president, Jon Favreau. Deze jongeman, net zevenentwintig jaar oud, heeft een niet te onderschatten aandeel in diens redevoeringen. „Zijn stem zit altijd in mijn hoofd”, zegt hij. En Obama op zijn beurt noemt hem liefkozend ’mijn gedachtenlezer’. Bijna drie maanden, las ik, sleutelde de Director of Speechwriting met zijn team aan de redevoering die de nieuwe president bij de ambtsaanvaarding zou uitspreken.
Vol verwachting zette ik me dus dinsdagmiddag tegen half zes voor het televisiescherm. En ik was beslist niet de enige. Buiten op straat was het uitgestorven als betrof het hier een beslissende wedstrijd van het Nederlands elftal.
De opmaat was zonder meer veelbelovend, met die stralend blauwe lucht boven Washington, de enorme mensenmassa’s in dikke winterjassen, de roerende interviewtjes met bejaarde zwarte Amerikanen die stuk voor stuk nimmer hadden gedacht dat ze deze dag zouden meemaken. Maar de langverwachte rede zelf?
De retoriek van de nieuwe president was bijna ingetogen. Geen terugkerende oneliners, weinig subtiele handgebaren, en al helemaal geen zorgvuldig opgebouwde apotheose.
Een lichte teleurstelling liet zich aanvankelijk niet onderdrukken. Was dit het nu?
Pas toen ik de rede gisteren teruglas, drong de portee ervan tot me door. Dit waren geen holle, maar uiterst verstandige praatjes. Barack Obama heeft wel degelijk een niet mis te verstane boodschap voor zijn natie, haar vijanden, de rest van de wereld.
En dat hij me dit keer niet aan het wenen kreeg – het is hem bij deze vergeven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.