Hoe staat het met het arbeidsethos in Nederland? Deel 5 van een serie: Mieke Schonewille (44) is moeder van vier kinderen en heeft geen baan.
„Niemand zegt mij ooit: ’Wat goed dat jij thuisblijft voor kinderen’. Dat hoeft van mij ook niet, het is geen principekwestie. Het is niet eens een hele bewuste keuze. Het is gewoon zo gelopen.
Ik was ambitieus. Werkte me in 18 jaar op van typiste tot assistent-inkoper bij Philips. Elke week 40 uur, met een reistijd van een uur per dag tussen Heusden en Eindhoven. Na mijn eerste kind werkte ik halve dagen, maar ik ging mijn oude leven missen. Ik moest wennen aan het moederschap en aan een baby. Daarom besloot ik toch weer vier dagen per week aan de slag te gaan. Er waren nog carrièreperspectieven. Aan een groot gezin dacht ik helemaal niet.
Maar na de tweede zwangerschap begon ik ervan te genieten. Ik bleef twee dagen werken. Na de geboorte van de vierde ben ik niet meer teruggekeerd van zwangerschapsverlof. Zo moeilijk was die beslissing toen niet meer. Ik had het niet langer naar mijn zin op het werk. Er was elke keer strijd over het parttime werken. Ik wilde minder, mijn baas meer. Ik had het gevoel dat ik mijn werk niet goed meer kon uitvoeren. En ik kreeg de indruk dat mijn baas er ook niet meer tevreden over was.
Mijn man vindt het best dat ik het huishouden en de kinderen doe. Ik heb van hem nooit hoeven werken. Maar van huis uit kreeg ik dat arbeidsethos mee. Mijn moeder heeft haar hele leven in het tuindersbedrijf van mijn vader gewerkt. Ze moet het met drie kinderen heel druk hebben gehad. Als kind vond ik dat ze het slecht getroffen had. Huismoeders hadden het in mijn ogen veel makkelijker.
Maar ook als huismoeder heb je werk zat, merk ik nu. Mijn dag is helemaal gevuld. Vooral de ochtenden vind ik heel druk. Aankleden, ontbijten, gymspullen klaarleggen. Mijn jongste dochter van vijf breng ik naar school met de fiets, loop met haar de klas in en maak een praatje met de juf. Als ik thuiskom, is er rust. Een heerlijk moment, ik ga zitten met koffie en de krant.
Verder doe ik de boodschappen, het koken, het wassen en het schoonmaken. Ik heb geen hulp, al zou dat geen overbodige luxe zijn. Ik maak veel minder schoon dan vroeger, toen ik nog werkte. Als het een week niet gebeurd is, maak ik me er niet meer zo druk om.
Ondertussen gaat de telefoon vaak voor klusjes op school. Er ligt daar een lijst waarop ouders aangeven wanneer ze werken. Dan worden ze die dagen niet gestoord. Omdat ik thuis zit word ik vaak gevraagd om de kinderen uit de klas te rijden naar excursies of te helpen bij activiteiten. Verder ben ik brigadier, overblijfmoeder, luizenmoeder en biebmoeder. Het kost me al met al zeker een dag per week. Met mijn rustmomenten zit het ondertussen wel goed, hoor. Met de avonden meegerekend, zit ik een paar uur per dag achter internet. Ik moet zorgen dat dat geen verslaving wordt. Ik kijk op het web naar leuke uitstapjes met de kinderen, vakanties en koopjes.
Het mooiste aan een niet-werkende moeder zijn, is dat je je niet in allerlei bochten hoeft te wringen om er voor je kinderen te zijn. Ik mis mijn werk niet. Financieel redden we het makkelijk. En ik kan me niet indenken hoe ik mijn kinderen en een baan zou moeten combineren. Het enige bezwaar is dat ik me soms wel eens eenzaam voel. Het wordt van je verwacht dat je werkt. Ik denk wel eens dat pas als ik een baan heb, ik er echt bij hoor.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.