*

 

’We blijven achteruit kijken’

Janne Chaudron − 19/01/09, 00:00

Nederland loopt met de maatregelen om de economie te stimuleren achter de feiten aan. „Al die plannen blinken uit in hobbyisme.”

Een ’stimuleringspakket’ voor de Nederlandse economie is volgens hoogleraar economie Sweder van Wijnbergen, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, een veel te groot woord. De plannen die het kabinet afgelopen vrijdag presenteerde om de economie uit het slop te halen, richten zich niet op de werkelijke problemen, vindt hij.

Wat moet het kabinet dan wel doen?

„De plannen die nu gepresenteerd worden zijn kleine dingetjes. Dat de overheid inspringt bij bedrijven die geen exportkredietverzekering kunnen afsluiten, is mooi. Maar de overheid beperkt zich met zo’n maatregel maar tot een kleine groep van bedrijven. Hetzelfde geldt voor kredietfaciliteiten die de overheid biedt voor snel groeiende bedrijven. Onder de huidige omstandigheden maakt bijna geen enkel bedrijf snel groeiende winst. Ik mis een overkoepelend macro-economisch beleid. De recessie kan alleen verzacht worden door rechtstreekse uitgaven, liefst investeringen. Denk aan de aanleg van spoorwegen en wegen. Daar creëer je werkgelegenheid mee en het helpt toekomstige productiviteit. Maar doordat een vergunningaanvraag in Nederland lang duurt, komen die investeringen op de korte termijn niet van de grond. De enige maatregel die snel uitgevoerd kan worden betreft de woningcorporaties. Die kunnen nieuwbouwprojecten overnemen en de woningen verhuren. Dat is goed omdat in dit segment lange wachtlijsten bestaan.”

De branchevereniging voor de bouw Bouwend Nederland vindt dat de hypotheekgarantie verruimd moet worden en dat de overdrachtsbelasting verlaagd moet worden om mensen aan te sporen weer een huis te kopen. Denkt u dat lastenverlichting helpt om de economie weer op gang te brengen?

„Nee. Verschillende landen, denk aan Groot-Brittannië en Duitsland, voeren op dit moment lastenverlichtingen door. Maar consumenten zullen daardoor niet meer gaan uitgeven omdat ze, vanwege economische onzekerheid, hun geld liever op een spaarrekening zetten. In Nederland heeft het verlagen van belastingen sowieso geen zin als stimuleringsmaatregel. Twee derde van het geld dat Nederlanders uitgeven, lekt weg naar het buitenland.”

U vindt de Nederlandse maatregelen niet afdoende. Handelen andere Europese landen – Duitsland presenteerde vorige week het grootste Europese stimuleringspakket ter waarde van 50 miljard euro – wel adequaat?

„Al die stimuleringspakketten blinken uit in hobbyisme. Wat er wel en niet in zo’n pakket moet komen, is nu een puur politiek spel. Iedere partij heeft wel een eigen ’hobby’ en die moet vertegenwoordigd zijn in het pakket. De Duitse bondskanselier Merkel bijvoorbeeld heeft altijd gezegd geen lastenverlichting te willen doorvoeren. Uiteindelijk heeft ze toch een compromis gesloten en wordt de belasting alsnog verlaagd. In Nederland is het niet veel anders. Ik mis een integrale visie op de problematiek. We blijven achteruit kijken. Een voorbeeld is de garantieregeling van minister Bos (financiën) voor de banken. Eindelijk hebben de banken gezegd gebruik te maken van de 200 miljard van Bos. Maar het is te laat, wederzijds wantrouwen is al lang het probleem niet meer. Aanvankelijk leek Barack Obama in de VS de enige met een economische visie. Zijn beleid was vrij consistent en concentreerde zich op investeringen. Maar ook dat beleid wordt steeds meer gefragmenteerd. Ook hij gaat, onder druk van de Republikeinen om zijn economisch plan door het Congres te krijgen, akkoord met een belastingverlaging in plaats van rechtstreekse investeringen.”

In NRC Handelsblad schreef u twee maanden geleden dat Europa de crisis, die zich toen voornamelijk afspeelde op de financiële markten, goed gezamenlijk te lijf ging. Hoe denkt u daar nu over?

„Die Europese samenwerking lijkt compleet verdwenen. Nu de Franse president Sarkozy geen voorzitter van de Europese Unie meer is, is de coördinatie weg. Iedere lidstaat neemt nu individuele maatregelen om de eigen economie te stimuleren. Dat kan protectionisme in de hand werken. Eén gezamenlijk Europees stimuleringspakket, waarin afgesproken wordt hoe het geld te besteden, kan die protectionistische neiging wegnemen. Zeker omdat Europese lidstaten onderling het meest met elkaar handel drijven. Maar er mist op dit moment Europees leiderschap.”

mailIcon print |