Een goede 500 meter schaatsen is voor veel Nederlandse schaatsers niet weggelegd. Een enkeling behoort op die afstand tot de wereldtop.
Als het schaatsen een dans zou zijn, is een tien kilometer een wals; de lange, de machtige cadans van de stayer met zijn krachtige slagen. Nee, dan de 500 meter. Volgens Jan Ykema is dat veel meer een pittige jive. Kort, hevig en vol passie.
Ykema glimlacht zelf om zijn vergelijking. Hij wil er maar mee zeggen dat het niet meevalt een goede 500 meter te schaatsen. Daarvoor moet je goed zijn op de eerste honderd meter om vervolgens met een snel rondje tot een fatsoenlijke tijd te komen. De Fries was zelf een specialist. Hij kwam uit het korte baanschaatsen, hij wist wel hoe snelheid te maken. Het leidde hem naar het zilver op de Spelen van 1988 in Calgary.
De Nederlandse man is, kortom, niet echte een specialist op de 500 meter. In het wereldbekercircuit is eigenlijk alleen Jan Smeekens van topniveau, al komt ook hij (nog) tekort voor de echte wereldtop. Bovendien slaagt hij er weer niet in om een fatsoenlijke 1000 meter af te werken. Tijdens het WK sprint in Moskou ontbreekt hij dit weekeinde dan ook. De Nederlandse afvaardiging bestaat uit Stefan Groothuis, Mark Tuitert, Erben Wennemars en Simon Kuipers, allemaal schaatsers die excelleren op de 1000 meter.
„Nederlanders hebben altijd heel veel moeite om snel te starten”, zegt Simon Kuipers. „In de jeugd is daar weinig aandacht voor. In Nederland worden van oudsher allrounders opgeleid. Pas toen ik bij Jac Orie ging schaatsen, heb ik leren openen en pas sinds twee jaar gaat het echt goed. Als er in de jeugd meer aandacht zou worden besteed gaat het vanzelf beter met het sprinten. Ik ben er een voorstander van om er vroeger aandacht aan te besteden.”
De statistieken vertellen eigenlijk het hele verhaal van de Nederlandse 500 meter. Ons land leverde in het verleden drie keer een wereldkampioen sprint (vierkamp over twee 500 meters en twee 1000 meters). Jan Bos was in 1998 de snelste schaatser ter wereld, Wennemars in 2004 en 2005. Alleen Bos won tijdens een WK sprint een keer een 500 meter (op de eerste dag), de tweede 500 van het toernooi eindigde hij als vierde. De hoogste klassering van Wennemars tijdens een WK sprint was een derde plaats. Op de overige 500 meters werd hij negende, zevende (2004) en vierde (2005).
Op de 1000 meter is dat anders; Wennemars en Bos wonnen die afstand in totaal vijf keer. Wennemars werd in 2005 op de eerste 1000 meter vierde. Alle andere 1000 meters werden door Bos en Wennemars gewonnen. Die afstand geldt dan ook als het fundament onder hun titels. Waarschijnlijk zal ook de Nederlandse afvaardiging in Moskou het dit weekeinde van de langste sprintafstand moeten hebben. Ykema: „De 1000 meter hangt qua dicht tegen de 1500 meter aan, een traditionele afstand voor allrounders.”
Nog een statistiek. De toptien van snelste 500 meters wordt gedomineerd door Wotherspoon en de Zuid-Koreaan Lee Kang-seok. Het wereldrecord staat op naam van de Canadees Wotherspoon met 34,03. De inmiddels gestopte Gerard van Velde bezit het Nederlands record (34,59), een verschil van meer dan een halve seconde. Op de 1000 staan Nijenhuis en Van Velde in de toptien. Het verschil met de snelste tijd (1.07.00) is respectievelijk zeven en achttien honderdste van een seconde.
Tijd voor wanhoop? Ykema vindt van niet: „De specifieke specialisten hebben we nu niet in Nederland. Andere landen hebben die wel, omdat ze de tradities van ons land niet hebben. Maar ik weet zeker dat Nederlanders het ook kunnen. Kijk naar DSB, de sprinters die daar trainen zijn stuk voor stuk vooruit gegaan. Alles moet kloppen, maar dan kan een Nederlandse man ook een 500 meter schaatsen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.