*

 

Putten uit katholieke tradities

Monic Slingerland − 21/01/09, 00:00

De identiteit van een katholieke school omschrijven is lastig. Volgens theoloog Borgman biedt de katholieke traditie ’een brede visie op het goede leven’.

Geheel vrijwillig brengt Rob (bijna 18) het weekend door in een koud huisje, dat hij omschrijft als „crappy, de bedden kraken als de ziekte en er zijn allerlei vage mensen mee”. Hij is mee met het themaweekend van zijn school, het Sint Bonifatiuscollege in Utrecht. Zojuist heeft hij met ruim dertig jongeren twee uur lang geconcentreerd in de kring gezeten. Ieder houdt steeds een licht vast en vertelt iets over zichzelf. Verhalen om stil van te worden. Door de ramen van het Boshuis is de saamhorigheid te zien, de aandacht voor elkaar. „Ik heb heel, heel veel respect voor jullie dat jullie dit wilden vertellen”, verklaart menigeen na afloop.

Het themaweekend, het 45ste alweer voor leraar Nederlands Ton Jansen, op school verantwoordelijk voor de invulling van de katholieke identiteit, is nog geen 24 uur bezig.

„We zijn best veel stil en dat is belangrijk”, zegt de op school immer drukke en springerige Carla (15). Vanochtend onder de douche nog moest iemand tegen haar roepen: ’bek dicht’, want ze was even vergeten dat het tot het ontbijt stil moest zijn. Die stilte is fijn, vindt ze. Ze is voor de derde keer mee.

Deelname is principieel vrijwillig, net als de jaarlijkse reis naar Taizé, het oecumenische centrum in Bourgondië. Ton Jansen: „Bij godsdienstonderwijs is het belangrijk dat leerlingen het gevoel hebben dat ze vrij zijn.” Rob: „Als het verplicht zou zijn, liep iedereen hier met een nors hoofd rond. Dat werkt niet.”

Deelname aan het themaweekend schept wel verplichtingen: wie meegaat, moet eerst iets schrijven over verwachtingen. En 25 euro betalen.

Vrijdagavond begon met een uur stilte om alle bijdragen te lezen. Wouter (15) is voor de eerste keer mee. Hij is een van de weinige leerlingen die belijdend protestant is. „Ik ben ook bijna de enige die voor zijn geloof uitkomt. Maar veel mensen gaan met me in gesprek, over evolutieleer bijvoorbeeld. Op deze school kan ik gewoon over mijn geloof praten. Niemand probeert het me af te nemen. Wat ook niet kan.”

Carla: „Tijdens het themaweekend word je nooit uitgelachen.”

Marie-Christine (22) is allang van het Bonifatiuscollege af, maar toch mee. Ze wordt, net als Robyn (23), niet gezien als oud-leerlingen, maar als themaweekendgangers die de traditie van thee op bed brengen en een sfeer van vertrouwen doorgeven. Marie-Christine: „School had nooit invloed op het themaweekend, maar het themaweekend wel op school.” Anderen knikken. Als ze maandag weer door de gangen lopen, zal het anders zijn.

„Voor ons is de katholieke identiteit een basis”, zegt rector Tiny Uijttewaal van het Bonifatiuscollege. „Die geeft ons als schoolgemeenschap stevigheid en verbondenheid.” Het ’Boni’ is al 85 jaar een katholieke school. Maar de tijd dat de meeste leerlingen en leraren katholiek zijn, is allang voorbij. De school heeft, naast een enkel overleg met de bisschoppelijk gedelegeerde, nauwelijks een band met de kerk, of het moet de nabijgelegen rk Aloysiuskerk zijn, waar om praktische redenen wel eens van het gebouw gebruikgemaakt wordt. De enige verplichte katholieke activiteit voor een leerling is het bijwonen van de kerstviering in de brugklas. Voor het overige zijn alle identiteitsgevoelige activiteiten vrijwillig, voor docenten en voor leerlingen. De school staat niet bekend als zo erg katholiek.

En toch is het Boni gehecht aan de katholieke signatuur. Wat dat dan precies inhoudt? „Het heeft te maken met onze traditie. Daar hoort bij een bepaalde manier van omgaan met elkaar. We willen graag een goede school zijn, maar daar horen niet alleen cijfers bij, of prestaties. We willen leerlingen opvoeden die evenwichtig in de samenleving staan, die goede keuzes leren maken, die oog hebben voor hun medemens. En dan moet je ook het goede voorbeeld geven”, zegt rector Tiny Uijttewaal. Maar moet niet elke school dit doen? „Ja, maar wij gaan uit van onze traditie als houvast om dit concreet toe te passen.” Een dagelijks onderwerp van gesprek is het niet. „We praten er als team niet heel veel over, wel in kleiner verband in een identiteitscommissie.”

Zo gemakkelijk is het ook niet, precies de identiteit te omschrijven. Een commissie van de katholieke scholenraad NKSR en de bisschoppenconferentie, onder voorzitterschap van Wim van de Donk, bekend van de WRR, is erop vastgelopen. En dat terwijl er inhoudelijk overeenstemming is. Een kwestie van gebrek aan onderling vertrouwen, constateert de commissie Van de Donk zelf.

Het gaat niet om geld, voor de duidelijkheid. Katholieke scholen krijgen dat niet van de kerk maar van de overheid. Maar scholen zijn op hun hoede voor een te bemoeizuchtige kerk. De kerk is bezorgd dat ook in het onderwijs het geloof verdwijnt.

Rooms-katholiek theoloog Erik Borgman, die vaak vertegenwoordigers uit het onderwijsveld adviseert over een vernieuwende invulling van hun identiteit: „Rk scholen willen zelf graag bepalen wat hun identiteit is en daarvoor niet afhankelijk zijn van de kerk. Meer zelfvertrouwen van de scholen op dit terrein is belangrijk voor de voortgang van het gesprek. Door groter zelfvertrouwen vermindert het onderlinge wantrouwen. Scholen voelen zich speelbal van politiek en samenleving. Als dan ook de bisschoppen met wensen en eisen komen, welt er weerstand op en stokt het gesprek. Terwijl toch bisschoppen en schoolbesturen dezelfde bezorgdheid hebben.”

Op zoek naar een nieuwe invulling van hun katholieke identiteit kunnen scholen gewoon putten uit hun eigen traditie, houdt Erik Borgman de besturen voor. „Die biedt een brede visie op het goede leven, waarop het onderwijs moet voorbereiden. Op het Brabantse platteland waren er scholen, geleid door religieuzen, die vanuit hun katholieke visie kinderen met minder kansen, vooruit hielpen. Ook dat is katholiek, niet alleen gebed of de godsdienstles.”

Borgman reikt van alles aan. „Voor wat voor samenleving leiden we leerlingen op? Zo’n vraag zou een school zich kunnen stellen. Of: wat voor soort mensen moeten we zijn?”

Borgman merkt dat scholen zich ongelukkig voelen met de eisen die de overheid aan hen stelt. „Daarbij gaat het alleen om output. Scholen willen geen uitvoeringsorgaan van overheidsbeleid zijn. Er is een generatie jonge bestuurders op scholen die dit gesprek graag wil voeren, die ook nieuwsgierig is naar wat we uit onze traditie kunnen halen.”

Katholieke identiteit blijkt ook, zegt Nico Dullemans van de KBVO, de Bond van katholieke schoolbesturen, uit een andere visie op onderwijs dan de overheid heeft. De Nederlandse overheid vraagt van scholen meetbare resultaten. Cijfers, slagingspercentages, zittenblijvers. Ook Trouw’s schoolprestaties laat die meetbare resultaten zien. Maar voor katholiek onderwijs telt minstens zo zwaar dat leerlingen leren dat ze deel uitmaken van een gemeenschap en zich daarnaar gedragen. Kinderen horen op een school het gevoel te hebben dat de docent in hen geïnteresseerd is en met hen meeleeft. „Door alleen op de meetbare resultaten te hameren, haalt de overheid de ziel uit het onderwijs” zegt Dullemans. „We moeten niet de kant op van onderwijs als louter technische aangelegenheid.”

Ook volgens Erik Borgman hangt de katholieke identiteit van een school niet per se af van het geloof van leraren of leerlingen. Wel moet de school zelf een helder beeld ervan hebben. „Als je niet in staat bent om helder voor ogen te hebben wat een katholieke identiteit is, dan kun je die beter achter je laten. Dat kan een goede keuze zijn, maar dan ben je een voormalig katholieke school.”

Scholen die zich wel katholiek willen blijven noemen, kunnen niet heen om een agenda met daarop vragen als het omgaan met religieuze pluriformiteit en de opdracht, kinderen mondig te maken in levensbeschouwelijke zaken. En ook de kerk moet op de een of andere manier gesprekspartner zijn, vindt Borgman. Het Bonifatiuscollege geeft zelf vorm aan de katholieke identiteit. In oktober 2007 trokken ouders, leerlingen en docenten naar Dokkum, om daar bij de Bonifatiusbron gewijd water te halen. Dat stroomt nu, in de hal, door een waterkunstwerk, dat naast een beeld van Bonifatius staat. Op Allerzielen, vertelt rector Uijttewaal, houdt de school bij het beeld van Bonifatius een kleine plechtigheid. „Dat doen we terwijl de school verder gewoon doorgaat. Dus leerlingen komen langs die bijeenkomst en kunnen zich aansluiten, of verder lopen. We vinden het belangrijk dat er hier in school ruimte is om zo’n bijeenkomst te houden zonder dat dat raar gevonden wordt. En ook zonder dat het verplicht is.”

In de kelder hebben leerlingen een crypte ingericht als stiltecentrum. Het idee was opgekomen tijdens een van de vele Taizé-reizen. Docent Ton Jansen gaf leerlingen de ruimte om een kamer in de kelder zelf in te richten. Hij laat zien hoe het er nu uitziet: een icoon, een boek waarin leerlingen hun zieleroerselen schrijven, een breiwerk waaraan ieder die wil verder mag breien. Die sjaal is nu tweeënhalve meter lang.

Hangt de katholieke identiteit vooral van de moderator af? Nee, zegt rector Uijttewaal. „We hebben een aantal docenten die andere vakken dan godsdienst geven en die de katholieke traditie uitdragen en doorgeven. Het is niet nodig dat de meerderheid van de docenten katholiek is. Maar je hebt wel een kleine groep nodig die het verder uitdraagt. En de rest moet daar ruimte voor maken en er respect voor opbrengen. Zo blijft er bezieling.”

mailIcon print |