Het weekeinde begon in Bunnik en eindigde in Washington en toen ik Washington zag werd ik aan Bunnik herinnerd.
Dat kwam door een korte toespraak van Samuel L. Jackson, de acteur die beroemd werd door zijn rol in Tarantino’s ’Pulp Fiction’.
Hij zei, staand op de trappen van het Lincoln Memorial, iets over de roering die je kan overvallen als een volk opstaat tegen onrecht. Hij zei het tijdens het concert dat het begin vormde van de festiviteiten rond Obama’s inauguratie, later vandaag. De NPS zond dat concert zondagavond uit, het Amerikaans patriottisme wapperde weer fier in elk vaandel, resoneerde mee in elke vocale uithaal, stond gebeiteld in zuilen, koepels en kapitelen – geen volk kan zo trots en toegewijd de liefde voor het eigen land vieren als de Amerikanen. En Obama sprak weer, moeiteloos de onbetaalde rekeningen op de keukentafel verbindend met het oprijzen van een hele natie, from coast to coast, from sea to shining sea.
We are one, was het motto van het concert. One people, one nation. Dat hebben de Amerikanen ook, dat gemak van grote woorden, woorden die bij ons doorgaan voor versleten clichés of die ronduit verdacht zijn. We krommen onze tenen. Grote woorden verdragen we niet.
Het mooie van de Amerikanen is dat ze die grote woorden koesteren, maar ook in staat zijn er de draak mee te steken. Zoals een andere acteur, Jamie Foxx, zondag bij diezelfde gelegenheid deed: hij persifleerde een speech van Obama.
Terug naar Samuel Jackson. Die roering, waarover Jackson sprak, die roering herinnerde mij aan Bunnik, een dag eerder. Daar in Bunnik, op de rand van het landgoed Rhijnauwen om precies te zijn, hadden zich die middag ruim tweeduizend mensen verzameld. Ze waren een oproep gevolgd van een actiecomité uit de buurt dat wilde protesteren tegen het voorstel van Rijkswaterstaat om hier, over dit landgoed, een nieuwe snelweg aan te leggen, een verbinding tussen de A12 en de A28. Er stond gisteren een verslag over in deze krant, met een mooie foto van Rob Huibers. De organisatie van vrijwilligers had een roodwit lint laten spannen, dwars door de velden, en over de Kromme Rijn, een lint dat het tracé van de voorgestelde snelweg volgde. Langs dit lint stelden de mensen zich op, niet afgeschrikt door het dreigende weer. Ik stond te kijken naar dat lint, dat langer was dan het oog reikte, en er ging iets roerends uit van die verzameling van mensen, jong en oud, verenigd in die ene zorg om een stukje groen, een groen dat eigenlijk al geschonden was door de nabijheid van de A12, die er zijn lawaaideken over heen heeft gelegd. Het landgoed biedt iets voor het oog, de illusie van een idylle. Veel meer dan een soort stadspark is het niet, maar ook niet minder. Het is in ieder geval een gekoesterde illusie, niet alleen door de inwoners van Bunnik, maar ook door die van Utrecht.
Obama zou zeggen: kom op voor je land, kom op voor je dromen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.