Zes jaar lang heeft de Tweede Kamer de lezing onderstreept dat Nederland, als enige land ter wereld, een eigen, legitieme afweging heeft gemaakt om in maart 2003 politieke steun te verlenen aan de inval in Irak. Tot dit weekeinde onomstotelijk kwam vast te staan dat die lezing grotendeels op drijfzand is gebaseerd. Dit kan maar één betekenen: een zichzelf respecterend parlement moet die werkelijkheid onder ogen zien en dient alsnog een onderzoek in te stellen.
In deze kwestie draait het om de rechtvaardiging van een oorlog. Mogen individuele landen zomaar een ander land binnenvallen? Nee, dat mogen ze niet. Tenzij de VN-Veiligheidsraad hen daartoe mandateert, of er sprake is van onmiddellijk gevaar en de inval dus als een daad van zelfverdediging moet worden opgevat.
In dit geval ontbrak een mandaat van de Veiligheidsraad. Toch meenden Groot-Brittannië en de Verenigde Staten dat een inval gerechtvaardigd was: er zou sprake zijn van een onmiddellijke dreiging van massavernietigingswapens in Irak.
We weten inmiddels dat die wapens niet zijn gevonden. Groot-Brittannië en de VS zijn daarom diep door het stof gegaan, daarmee impliciet erkennend dat ze met een beroep op de verkeerde grond een oorlog zijn begonnen. Alleen Nederland houdt dapper het fiere hoofd overeind, want, zo redeneert het kabinet met steun van het parlement: voor ons gold als criterium dat Saddam Hoessein sinds 1991 (de eerste Golfoorlog) systematisch VN-resoluties naast zich heeft neergelegd.
De kernvraag is daarmee of dit ook een geldig criterium is om buiten de Veiligheidsraad om politieke steun te verlenen aan een inval in een ander land. Daarover is ernstige twijfel mogelijk. En in de loop der jaren is die ook van vele kanten naar buiten gebracht, onder meer door twee oud-CDA-ministers van buitenlandse zaken, Peter Kooijmans en Ben Bot. Desondanks hielden het CDA, en tot voor kort ook de VVD, vol dat destijds een legitieme afweging is gemaakt en nader onderzoek dus overbodig is.
Die stelling valt in het licht van de onthullingen van NRC Handelsblad niet langer vol te houden. Daaruit blijkt zonneklaar dat ook de ambtelijke top van buitenlandse zaken de eigen afweging van Nederland in strijd achtte met het volkenrecht.
De politieke leiding hield zich echter blind en doof voor deze kant van de zaak. Dat roept ernstige vragen op die een onderzoek noodzakelijk maken. De Kamer mag zich nu niet meer verschuilen achter het veto van Balkenende.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.