*

 

Sollicitatie van een moordenaar

Hans Nauta − 22/01/09, 00:00

Het Heartland-festival in Eindhoven wordt vanavond in de Catharinakerk afgesloten door een wel zeer bijzondere groep: het Amerikaanse gitaartrio Low onder leiding van de mormoonse zanger Alan Sparhawk.

’Je voelt dat deze ruimte al enkele eeuwen betreden wordt door mensen die het moeilijk hebben en steun zoeken. Dat geeft de ruimte meer zwaartekracht, alsof die geschiedenis op je neerdrukt”, zegt zanger Alan Sparhawk van de Amerikaanse band Low terwijl hij in de Catharinakerk in Eindhoven rondkijkt alsof al die zorgen uit het verleden zichtbaar zijn.

Ook vandaag staan de deuren wijdopen, de ingehuurde veiligheidsdienst mag bezoekers niet weigeren. Maar wie geknield in gebed gaat, wordt hevig gestoord door de repetities op een podium bij het altaar.

Het zijn de voorbereidingen op het afsluitende concert van het Heartland-festival, een project van Muziekcentrum Frits Philips en het Van Abbemuseum, waarin de Midwest van de VS, de staten die zich uitstrekken aan weerszijden van de Mississippi-rivier, in kaart wordt gebracht.

Het driekoppige Low is door artistiek leider David Dramm aangevuld met vijf zangers van productiehuis Vocaal Lab, de in lang zwart leer geklede Dominik Blum, die zich uitleeft op Hammond en kerkorgel, en twee percussionisten met onder meer Thaise gongs en buisklokken.

De kern van Low is een echtpaar uit Minnesota. Zanger-gitarist Alan Sparhawk groeide op in Leonard, waar hij door het inwoneraantal van vijftig ondanks zijn tengere postuur probleemloos bij de American football-selectie kwam. Zangeres-percussionist Mimi Parker komt uit het nabijgelegen Clearbrook, waar Alan naar school ging. Voordat in 1994 hun eerste cd ’I Could Live in Hope’ verscheen, werkte Parker bij de belangrijkste verkooppunten in het gehucht: benzinepomp en slijterij.

Sparhawk: „Geografisch is de Midwest het hart van de VS, ver weg van de meer kosmopolitische oost- en westkust. Van generatie op generatie hebben de bewoners er hun eigen samenleving gecreëerd.”

Parker: „Ik ken veel mensen die de grens van de staat nog nooit zijn overgestoken. Dat is in deze tijd haast niet meer voor te stellen.”

Isolement leidt tot puurheid, of tot een onnozele blik op de buitenwereld. Sparhawk houdt het op een combinatie van beide.

„Velen voelen de drang om de Midwest te verlaten. Je hebt de mensen die weggaan en de mensen die blijven”, zegt Dramm, die in Nederland werkt maar oorspronkelijk uit Chicago komt. Wie van de twee beter af is, de avonturier of de achterblijver, kan Sparhawk niet zeggen. „Het is voor beiden een gevecht.”

De zanger is lid van de mormonenkerk, de kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, en draagt een tiende van zijn inkomen af aan de gemeenschap. Elke mormoonse jongen van negentien jaar trekt de wereld in om op de deuren te kloppen. Sparhawk ging niet. Hij was ’spiritueel nog niet op orde’, door een eigenwijs karakter en door drugs. Nog altijd voeren de gebruiker en de vrome mormoon een innerlijk gevecht in hem, zei hij tegen VPRO-documentairemaker David Kleijwegt. Maar elk lid van de kerkgemeenschap worstelt wel ergens mee. ’De kerk is niet voor volmaakte mensen, maar voor mensen die worstelen en dezelfde hoop hebben.’

Waar religie in de muziek aan bod komt, is er geen blijde boodschap.

Neem ’Murderer’, de slotsong van het concert vanavond, een opvallend nummer van de cd ’Drums and Guns’ (2007). Heeft u niet iemand nodig om het vuile werk op te knappen?, vraagt de ik-persoon aan zijn God. Een moordenaar misschien? ’Doe niet zo onschuldig / Ik heb gezien hoe uw vuist op de aarde neerdreunde / en ik heb uw boek gelezen’ (..) Nou, ik ben wreed.’ Een kalme, zelfverzekerde open sollicitatie.

Die neerbeukende vuist ligt een paar honderd meter verderop in het Van Abbe-museum boven op een ingedeukt autodak. De hand is van glimmend metaal, de arm eindigt bij de elleboog in een scherp gepunt houten botbeen. Dit werk van Matthew Day Jackson op de tentoonstelling ’Heartland’ gaat over een godsdienstmoord, het bloedbad van Jonestown in 1978, waarbij de volgelingen van dominee Jesse Jones gedwongen zelfmoord pleegden.

Progressieve mede-mormonen waren geschokt door Sparhawks songtekst. Ze dachten dat hij het perspectief van Satan verwoordde. Dat was niet zo, legde Sparhawk uit in die documentaire ’You may need a murderer’. Het is een extreem gelovige Christen die hier zijn diensten aanbiedt. Wat het nummer voor buitenstaanders juist schokkender maakt.

Je gezin en je werk achterlaten en ver van huis sterven voor het geloof? Ja, zegt Sparhawk. Iemand doden voor je geloof? Mogelijk. ’Het enige dat je tegenhoudt als de stem je opdraagt iemand te vermoorden, is de twijfel of het werkelijk God is die tegen je praat. Wie beweert dat zeker te weten, is een leugenaar’.

’Pretty People’, het openingsnummer van dezelfde cd, is een slepend memento mori. Alle soldaten, alle kleine baby’s, alle dichters, alle leugenaars en alle ’mooie mensen’, jullie gaan allemaal dood. Het is traag gezongen, maar eerder berustend en alwetend dan tergend of dreigend. Ook zonder bombast komt de boodschap over. „Van begin af aan was minimalisme het uitgangspunt van de zang en muziek van Low. Met een gitaar, wat trommels, ruis, heb je evenveel zeggingskracht als een heel symfonieorkest.”

Soms zelfs meer, zegt Dramm die zich gewoonlijk vooral met klassieke muziek bezighoudt. „Het is lastig om met een orkest vanuit de grootsheid af te dalen naar één geconcentreerd, intiem contactpunt met het publiek. Met popsongs lukt dat wel. De muziek van Low heeft dat in zich. Die bevat een openheid waarmee je aan de slag kunt.”

Toen de band maandag binnenkwam hadden ze nog niets gehoord van de arrangementen en de door Dramm gecomponeerde prelude. Een kwestie van vertrouwen, en dat werd niet beschaamd. Het mooist vindt Sparhawk dat hij in de prelude, een werk voor orgel en zangers, de sfeer van zijn muziek herkent.

„Een gemiddelde arrangeur zou voor dit project wat strijkers uit de kast trekken. Maar David heeft dat niet gedaan. De instrumenten die hij heeft gekozen bevatten dezelfde minimale esthetiek als ons werk.”

Repeteren bekent vooral ’luisteren naar de ruimte’, zegt Dramm. Want al is de studio van Low in woonplaats Duluth een voormalige katholieke kerk, de lichte vertraging waarmee de noten in de Catharinakerk weerklinken is toch flink wennen. „Op een zeker moment kaatst het geluid via het plafond terug als vervorming, als een vreemde boventoon.” „Het gebouw implodeert”, zegt Dramm.

„Hier geldt de wet van de afnemende meeropbrengsten”, zegt Parker alsof akoestiek een economische wetenschap is. „Op een zeker punt begint het gebouw terug te vechten.”

Of zoals Sparhawk het stelt: „De kerk is de baas, en je hebt je maar te onderwerpen.”

mailIcon print |