weblog Zo'n drieënhalf jaar geleden kwam Naima bij ons. Sindsdien bewoont ze de bovenkamer. Ze had maanden een kamer in Tel Aviv gezocht. Telkens als ze telefonisch op een advertentie reageerde was de kamer nog vrij. Zodra ze langskwam was de kamer net bezet.
Naima komt uit een Palestijns-Arabisch dorpje in Israël, amper een uur met de trein van Tel Aviv. ze studeert en verdient wat bij als serveerster. Al de eerste week kwam de familie kennismaken, of beter gezegd de zaak inspecteren. Moeder, zussen, zwagers en kinderen keurden ons goed, zeer goed zelfs. Het was toch beter dat Naima bij volwassenen, en dan nog 'Hollandim', in huis was dan in een studentenflat het verdorven Tel Aviv.
De deal was een lage huur en in ruil zou zij ons helpen bij onze pogingen het Arabisch onder de knie te krijgen. Dat laatste blijkt een opgave voor het leven, maar in die drieënhalf jaar krijgen we wel haast dagelijks les in wat die afstand van nauwelijks een uur met de trein betekent. In het begin reisde Naima wekelijks naar huis om volbeladen terug te keren met lekkernijen. Soms miste ze haar trein, omdat de bewaker bij de ingang nu eenmaal de tassen van 'de minderheden' grondiger inspecteert. Aanvankelijk kleedde ze zich om voor elke reis. De Telavivse kleding werd verwisseld voor voor langere rokken en hoofddoek. Enige tijd terug ging het mis. Naima was naar een feestje geweest, in een nog altijd keurige blouse en rok tot op de knie. Er was iemand van een populaire Palestijnse site die het feestje op video vastlegde en op het web zette. Nog diezelfde dag hing Naima's moeder huilend aan de telefoon. Het hele dorp sprak er schande van dat ze zich 'zo naakt' in het openbaar vertoond had, ze had de eer van de familie aangetast en moest onmiddellijk naar huis komen, niks geen studie meer in Tel Aviv.
Naima hield voet bij stuk en won - als ze maar naar het dorp zou terugkeren zodra haar studie af was. De door thuis aangedragen huwelijkskandidaten, neven en verre neven, heeft ze tot nu toe afgeslagen. Ze wil niet terug naar het dorp. Maar dan komt ze telkens vertwijfeld terug als ze naar een bruiloft van een van haar vriendinnen is geweest. Haar klasgenotes zijn al allemaal getrouwd. ‘Ik zal wel nooit trouwen’, verzucht ze dan.
De laatste tijd lijkt ze wat lakser met het omkleden. Verleden week vroeg ze ons of dat truitje, met een ietsje lage hals van achteren, wel kon. Wij dachten van wel. Fout dus. Thuis kreeg ze de wind van voren. Dit keer schreeuwde ze terug tegen haar moeder: 'Je kwetst me, je respecteert me niet.' Het was nog dagen huilen aan de telefoon. Gisteren ging ze naar huis, zedig, met gebak van de patisserie uit Tel Aviv als zoenoffer voor haar moeder.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.