den haag –- Spoeddebatten in de Tweede Kamer moeten zinvoller worden en de kwaliteit van de wetgeving beter. Ook mag de eigen positie van de Kamer tegenover het kabinet beter tot uiting komen. Dan kan de volksvertegenwoordiging zijn eigen agenda bepalen.
Hoe mooi deze wensen voor een beter functionerende Tweede Kamer mogen klinken, toch lieten de geachte afgevaardigden zich ook gisteren weer de agenda opdringen door het kabinet. De bezinningsbijeenkomst over de Tweede Kamer werd overschaduwd door de regeringsverklaring over het vernieuwde regeerakkoord. Een feest voor het monisme en een slechte dag voor de Kamer, vond oud-Kamervoorzitter Frans Weisglas. Vijftig Kamerleden, vooral van de coalitiefracties, probeerden desondanks zichzelf een spiegel voor te houden. Drie terugkerende thema’s waren de verhouding tussen het kabinet en de Tweede Kamer, de vele spoeddebatten en de kwaliteit van de wetgeving. Vooral de aanwezige oudgedienden en deskundige buitenstaanders uitten kritiek.
Ed van Thijn sprak als oud-senator over de Eerste Kamer als een ’afwerkplek voor wetgeving in Nederland’ waar de wetsvoorstellen uit de Tweede Kamer arriveren.
Weisglas verdedigde zijn besluit uit 2006 om een spoeddebat mogelijk te maken als dertig Kamerleden er om vragen. „Het gaat er om dat de meerderheid van de Kamer niet verhindert dat de minderheid spreekt”, zei hij. Toch willen veel Kamerleden nieuwe regels tegen hijgerige spoeddebatten waarbij de aanvrager alleen een politiek puntje wil scoren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.