*

 

Kuyper in het Witte Huis

Lodewijk Dros − 25/03/09, 10:45

Barack Obama benut ideeën die ontleend zijn aan Abraham Kuyper. Dat stelt Albertine Bloemendal. Met haar scriptie ’Abraham Kuyper’s Road to the White House’ won Bloemendal afgelopen weekeinde de Theodore Roosevelt American History Award. „Kuyper is nog steeds actueel.”

De Haagse Albertine Bloemendal kende wel wat verhalen over Kuyper uit de tijd dat ze in Barneveld op school zat. Maar pas tijdens haar studie amerikanistiek in de Verenigde Staten ontdekte ze het werk van de Nederlandse theoloog en premier van een eeuw geleden – een verre voorganger van premier Balkenende. „In Amerika vroegen mensen van alles over hem. Ik gaf zo goed en zo kwaad als het ging antwoord, maar dacht wel: dat moet ik eens goed uitzoeken.”

Dat deed ze, maar terugvallen op wetenschappelijke literatuur in Nederland kon ze nauwelijks. „Het viel me tegen hoe weinig er hier is geschreven over de Amerikaanse doorwerking van Abraham Kuyper.”

Republikein George W. Bush verraste in 2005 zijn gehoor in Calvin College, Michigan, door Abraham Kuyper ten voorbeeld te stellen van zijn compassionate conservatism. Maar de faith based initiatives, de religieuze maatschappelijke activiteiten die in de VS alomtegenwoordig zijn, kregen niet alleen van ’rechts’ steun, ook de Democratische president Bill Clinton stond er tien jaar eerder achter – en ook toen signaleerde een Amerikaanse krant dat de gedachte erachter uit laat-19de-eeuws Nederland kwam.

Bloemendal: „Kuyper heeft in 1898 in de VS lezingen gegeven, de Stone Lectures. Die worden daar nog steeds gedrukt. Maar Kuypers invloed bleef tot diep in de 20ste eeuw beperkt tot Nederlandse immigranten in de VS.”

Via onder meer Calvin College, dat een generatie invloedrijke academici afscheidde, en de denktank Center for Public Justice, verspreidde Kuypers denken over ’soevereiniteit in eigen kring’ zich langzaam over de VS. Ze zagen er, zegt Bloemendal, vanaf de jaren zestig een probaat middel in om de progressieven én opkomend religieus rechts hun plaats te wijzen. „Die wilden beide absolute zeggenschap. Kuyper ’hielp’ door ze naast elkaar te plaatsen. Nederland had zijn verzuiling, Amerika kreeg zijn levensbeschouwelijk pluralisme.”

Uitgangspunt is de erkenning dat religies alle gebieden van het leven raken. Daarom zouden ze niet uit de publieke sfeer gebannen moeten worden. De overheid streeft daarom niet naar het Franse model van laïcité (alles zo seculier mogelijk), maar stelt gelovige én ongelovige organisaties in staat om werk te maken van hun missie. In de jaren negentig sloeg dat aan bij de herziening van de Amerikaanse verzorgingsstaat. Dat moest geen overheidstaak zijn, maar gedragen worden door op godsdienst gestoelde initiatieven. In 1996 tekende president Clinton een wet die op dat denken gestoeld was – op Kuypers pluralistische ideeën, om precies te zijn.

Bloemendal sloot haar scriptie af net voordat de Amerikaanse verkiezingen waren. Ze voorspelde dat, mocht Republikein John McCain winnen, alles bij het oude zou blijven. Een meerderheid voor Democraat Barack Obama zou zowel steun voor faith based initiatives opleveren, als een beknotting ervan. „Obama kondigde aan het recht te schrappen om alleen personeel in te huren dat er dezelfde levensovertuiging op nahield. Maar nu hij president is, heb ik hem er niet meer over gehoord. Hij heeft er geen grondwettelijke mogelijkheden toe.”

Het Kuyperiaanse denken krijgt nu onder Obama steun, meer nog dan verwacht. Maar of dat echt geïnspireerd is door de Nederlander, betwijfelt Bloemendal. „Obama heeft ooit als buurtwerker in Chicago gewerkt voor een door kerken opgezet project. En dat werkte. Die ervaring lijkt mij zijn drijfveer te zijn.”

Daarin onderscheidt Obama zich niet echt van Bush, vermoedt Bloemendal. „George W. had ooit een drankprobleem, daar hielp een christelijke organisatie hem van af. Zulk werk wilde Bush stimuleren, niet omdat hij de ideologie van Abraham Kuyper wilde promoten, maar doordat hij goede ervaringen had opgedaan binnen die organisatie.”

Kan Kuyper in Nederland nog zijn diensten bewijzen, bijvoorbeeld in discussies over levensbeschouwelijk geïnspireerd jongerenwerk? Bloemendal: „Ja, ik vind het goed dat mensen in de problemen kunnen aankloppen bij een club die er een wereldvisie op nahoudt die ook de hunne is. Maar dan moet er wel, zoals de Amerikanen het noemen, een charitable choice zijn. En daarvoor heb je wel verschillende organisaties nodig, anders valt er niets te kiezen.”

mailIcon print |