*

 

Amerika’s voortuin ademt historie

Frank Kools − 17/01/09, 00:00

In Washington zijn veel plaatsen verbonden met de zwarte geschiedenis. Met Barack Obama als nieuwe president krijgen die een extra dimensie.

Het Decatur-huis in Washington DC werd aan het begin van de 19de eeuw bewust aan het Lafayetteplein pal achter het Witte Huis gebouwd. De eerste eigenaar wou duidelijk maken dat hij erop rekende snel naar het Witte Huis door te schuiven. Hij overleed voordat hij zijn ambitie waar kon maken.

De patriciërswoning is nu een huismuseum, dat op weinig bezoekerslijstjes staat. Dat is ten onrechte, zeker in het jaar dat Barack Obama de eerste zwarte Amerikaanse president is én groots wordt herdacht dat president Abraham Lincoln, die de slavernij officieel afschafte, tweehonderd jaar geleden werd geboren. Het Decatur-huis heeft namelijk als een van zeer weinige huizen in de hoofdstad nog zijn slavenkwartier.

Op de bovenverdieping van het gebouwtje achter het huis leefden vijftien slaven. In die ruimte huist nu een tentoonstelling over het slavernijverleden van de buurt. Die vertelt dat Obama’s Witte Huis voor een deel is gebouwd door slaven. Ook verhaalt die dat first lady Dolley Madison na haar Witte-Huistijd zo berooid was dat een van haar oud-slaven, die zich had weten vrij te kopen, haar soms wat geld toe kwam stoppen.

Op Lafayetteplein speelden meer gebouwen een rol in de zwarte geschiedenis. In de episcopale St-Johns-kerk werden soms slaven gedoopt. Een plaquette op de hoek met Pennsylvania Avenue herinnert eraan dat daar de beroemde Freedmans Bank stond. Die beheerde geld van zwarte soldaten uit de Burgeroorlog en van vrijgelaten slaven. De bank ging ten onder in een financiële crisis.

Voor wie meer bekende en onbekende historische zwarte plaatsen in de stad wil bezoeken, heeft het Bureau voor Toerisme per buurt een databank opgezet op www.culturaltourismdc.org. Een onvermijdelijke attractie op dat gebied is dit jaar het Lincoln-monument.

Morgen zal een reeks topartiesten de komende beëdiging van Obama op de plaats bij het gedenkteken vieren, waar in 1963 dominee Martin Luther King zijn beroemde ’ik heb een droom’-rede hield. Voor veel zwarten in de VS komt die droom uit met het presidentschap van Obama. Daarnaast is 2009 het gedenkjaar van Lincoln, de president waar Obama zich het meest aan spiegelt.

Rond de viering van zijn tweehonderdste geboortejaar is een hele reeks festiviteiten georganiseerd, die op www.washington.org/lincolnindc te vinden zijn. Het Ford Theater, waar de president op 14 april 1865 tijdens een voorstelling werd neergeschoten, gaat volgende maand na een restauratie weer open. De bezoekers krijgen de plek des onheils te zien en worden getrakteerd op een historische éénakter.

Direct tegenover het theater ligt het Pedersen-huis, waar de zwaargewonde Lincoln binnengedragen werd. De kamer waar hij stierf, is gratis te bezichtigen. Hoewel het bed dat daar staat niet het originele is, wordt Lincoln nog altijd zo vereerd, dat het uit veiligheid is omhuld door een grote doos van hard plastic.

De National Mall heeft toeristen veel meer te bieden, zoals een hele rij nationale musea, die allemaal gratis toegankelijk zijn. Verder zijn er beeldentuinen en monumenten voor vier presidenten en drie oorlogen. Niet voor niets wordt de National Mall vaak ’Amerika’s Voortuin’ genoemd. Daar stellen de VS hun voor zijn burgers en de wereld zijn democratie, geschiedenis en cultuur tentoon. Elk jaar komen er 25 miljoen mensen op bezoek.

Voor dat democratische bestel is het bezoekerscentrum van het Capitol een prachtig beginpunt (zie kader). Het heeft een expositie over geschiedenis en functioneren van het Congres, de volksvertegenwoordiging van de VS, die in het gebouw zetelt. Daar valt de baar te zien waarop de presidenten Lincoln, Kennedy en Reagan na hun overlijden lagen toen het publiek afscheid nam. Iedereen kan daar een rondleiding regelen door het Congres zelf.

Tegelijkertijd vertelt het Centrum, geheel onbedoeld, ook over de tekortkomingen van het Amerikaanse staatsbestel van de afgelopen acht jaar. Het is een goed voorbeeld van de compleet uit de hand gelopen uitgavenzucht van het Congres, waardoor het begrotingstekort tot historische hoogte is gestegen.

Toen de bouw in 2000 begon, werd het Centrum begroot op 265 miljoen dollar. Het zou binnen vier jaar klaar zijn. Dat werden er acht, terwijl de kosten opliepen tot 621 miljoen dollar. Het extra geld ging zitten in de zeer luxe aankleding, de extra vergaderzalen en kantoren die het Congres voor zichzelf in het project onderbracht, een theater en een tunnel naar de Library of Congress, de nationale bibliotheek.

Aan jezelf besteed, is goed besteed, redeneerde het Congres. Tegelijkertijd beknibbelt het, samen met de president, al jaren op wegen, bruggen, dijken en openbare voorzieningen in het land. Washington DC kan daarover meepraten. Het openbare schoolsysteem lijkt in een vrije val te verkeren. Ook de Mall krijgt van de politiek lang niet het geld dat het nodig heeft.

Vier jaar geleden werd op de Mall een monument voor de Tweede Wereldoorlog onthuld. Maar er is geen geld voor onderhoud of om iemand het afval te laten opruimen. Van de grasmat is weinig over. De helft is afgezet en opnieuw ingezaaid, maar na de beëdiging van Obama kan dat vast opnieuw gedaan worden.

Er zitten gaten in de wandelpaden. De grote vijvers zijn ernstig vervuild. In de zomer stinken ze zo, dat bezoekers uit de buurt blijven. Bloembedden zijn weggehaald, omdat er geen geld was voor het onderhoud. De ingang van het Jefferson-monument moet dringend vernieuwd worden. Om het gebied weer op te knappen, is een half miljard dollar nodig.

De National Mall en al zijn attracties blijven niettemin indrukwekkend. Toch is te hopen dat als Obama binnenkort nieuwe publieke werken aankondigt, als onderdeel van zijn economisch stimuleringsplan, hij zijn eigen voortuin en die van Amerika daarin meeneemt.

mailIcon print |