De ontwikkelingen op internet zijn soms nauwelijks bij te houden. Een spoedcursus twitteren en modern netwerken.
Dacht je net helemaal bij te zijn met een eigen Hyves en regelmatige filmpjes op YouTube? Helaas, internet is al weer tig stappen verder.
Tegenwoordig slaat de echte internetter aan het twitteren, terwijl hij zijn professionele netwerk uitbreidt via LinkedIn, videogesprekken voert via Skype en contact met vrienden houdt via Facebook. Zijn internetprofielen zet hij vervolgens op een Poken, om zo nog meer mensen aan zijn netwerk toe te kunnen voegen.
En al die zaken bij elkaar, is dat dan weer web 2.0? Of wordt het toch web 3.0? De belangrijkste internettrends in het kort.
De minister van buitenlandse zaken is er dol op: twitteren.
Via www.twitter.com kan iedereen een mini-weblog bijhouden over wat hij of zij aan het doen is – bloggen doe je vervolgens via internet of via je mobiele telefoon.
Zo twitterde Maxime Verhagen deze week over zijn werkreis naar onder meer Indonesië. Echt diepgaand is het getwitter niet, maar dat kan ook niet in één zin. „Even buiten op het hotelterras gelukkig zonder koude airco”, schrijft Verhagen op 13 januari. Een dag later: „Ontmoeting met Indonesische mensenrechtenverdedigers op onze ambassade.” En weer later: „Na tien uur besprekingen achter elkaar meer dood dan levend in het restaurant van het hotel.”
Eindelijk kun je een beetje op de hoogte blijven van wat een minister nou doet de hele dag, en dat geldt natuurlijk voor nog veel meer mensen.
Zo wisten twitteraars een dag eerder dan de Amerikaanse roddelkoning Perez Hilton dat zangeres Britney Spears haar kinderen voor de eerste keer had meegenomen naar haar nieuwe woning. „Ik kan niet wachten om te verhuizen!”
Twitter is zeker niet alleen voor bekende mensen bedoeld. Juist onbekenden geven al twitterend een inkijkje in hun leven. Zoals een in Canada geboren Griek die over Grieks eten schrijft. Kalofagas heet hij, en hij heeft 279 volgers op Twitter, zelf volgt hij er 247.
Dat is dan ook het aardige van Twitter: iedereen kan er een beetje beroemd worden, en als je al beroemd bent, kun je laten zien hoe gewoon je eigenlijk bent.
Hyves, MySpace of toch maar Facebook?
Hyves is natuurlijk al wat langer bekend. Politici gebruikten de sociale netwerksite bijvoorbeeld enthousiast om jongeren te bereiken tijdens de laatste Tweede Kamerverkiezingen. Iedereen kan op de site een profiel aanmaken, foto’s plaatsen en gezellig wat krabbelen met andere Hyvers – een bericht aan iemand schrijven op Hyves heet een krabbel.
Hyves doet het nog steeds leuk met meer dan 5 miljoen leden, maar haalt het niet bij MySpace, zeg maar de internationale Hyves. MySpace telt meer dan 100 miljoen leden.
Zowel Hyves als MySpace ziet er nogal rommelig uit, wat heel anders is bij Facebook. Dat is de sociale netwerksite voor hogeropgeleiden, althans, daarvoor werd de site ooit gebouwd.
Een student aan de Amerikaanse Harvard-universiteit begon de site in 2004. Inmiddels mag iedereen een profiel aanmaken op Facebook. In augustus telde Facebook 100 miljoen leden, begin deze maand kon de site melden dat daar nog eens 50 miljoen leden bij waren gekomen.
Er zitten nog niet zo veel Nederlanders op Facebook, maar voor de echte wereldburgers onder ons lijkt het wel de sociale netwerksite van de toekomst. Immers: als je een beetje internationale contacten hebt, is Hyves onhandig – want alleen voor Nederlanders. MySpace richt zich vooral op jongeren, die onder meer muziek uitwisselen. Ook veel artiesten zijn op MySpace te vinden. Naast deze sociale netwerksites zijn er nog een aantal wat minder bekenden, zoals Netlog en Plaxo.
Dan onderhoud je dus fijn je sociale leven via Hyves, Facebook of MySpace, maar netwerken is eigenlijk uitgevonden voor het zakelijke leven.
En dus is er LinkedIn. Ook dat is een netwerksite, maar dan eentje waar je je cv op zet en op zoek gaat naar mensen die je graag in je netwerk wilt hebben. Vervolgens nodig je mensen uit om een van jouw connections te worden, en als ze die uitnodiging aannemen, kun je zien wie die persoon nog meer als connection heeft. En er daar weer een paar van uitnodigen om ook jouw connection te worden. Zo breid je dus je netwerk uit.
Inmiddels zit LinkedIn op bijna een miljoen gebruikers die in Nederland wonen of werken, en daarmee biedt de site voor iedereen kansen genoeg om flink te netwerken.
Poken
Het lijkt voor de hand liggen om vanuit huis of kantoor al die netwerken te onderhouden en uit te breiden via internet. Maar nee, internetprofielen neem je tegenwoordig ook gewoon met je mee in zakformaat als je de deur uit gaat.
En dan wordt niet een mobiele telefoon bedoeld, maar een Poken. Dat is een poppetje met een ingebouwde usb-stick, waarop je alle links naar je digitale profielen zet: LinkedIn, Hyves en natuurlijk Facebook.
Als je jouw Poken tegen die van een ander houdt, nemen ze elkaars informatie over. Thuis stop je de Poken in je computer, en kun je het net gemaakte contact aan je eigen profielen toevoegen. Poken is dus eigenlijk een digitaal visitekaartje, al is het de vraag of mensen nou echt massaal met zo’n ding over straat gaan lopen.
De Pokens zijn nog niet in de winkel te koop, maar online te bestellen via www.letspoken.com .
‘My name is E’ is net zoiets, maar dan directer. De toekomst van sociaal netwerken noemt ‘My name is E’ zich, een dienst waarmee je op je mobiele telefoon je E-ID creëert, met daarop al je netwerkprofielen.
Het moet wel een telefoon zijn waarmee je kunt internetten, zoals een iPhone of een Blackberry. Voor wie dat niet heeft, is er een zogenoemde Connector ontwikkeld, waar je ook een E-ID op kunt zetten. Zowel via een mobiele telefoon met internetverbinding als de Connector kun je direct profielen uitwisselen met andere E-ID’ers die je tegenkomt.
'My name is E' zorgt ervoor dat die ander aan je online-netwerken wordt toegevoegd, dat hoef je niet nog eens handmatig zelf te doen, wat bij de Poken wel het geval is. Bovendien kun je meer netwerksites, zoals Twitter, aan je E-ID toevoegen. De Poken werkt alleen met de bekendste netwerksites, en daar hoort Twitter niet bij.
Nadeel van ‘My name is E’ is dat het nog in de testfase zit, maar via www.hellomynameise.com kun je je wel opgeven als tester.
Web 2.0
Een vaste definitie van web 2.0 is er niet, maar in het algemeen beslaat de term de nieuwe manieren waarop internet gebruikt wordt. De sociale en professionele netwerksites dus, en het minibloggen zoals Twitter.
Maar ook bijvoorbeeld het uitwisselen van videofilmpjes op YouTube en informatie met elkaar delen via Wikipedia. Dus niet internet als alleen maar een verzameling informatie, maar internet als iets van mensen die er op alle mogelijke manieren informatie uitwisselen.
Inmiddels wordt ook gesproken van web 3.0, waar bijvoorbeeld virtuele werelden als Second Life onder zouden vallen – al zou dat volgens internetkenners ook bij web 2.0 kunnen horen.
Kortom: zolang men het niet eens is over wat web 2.0 nou eigenlijk betekent, blijft web 3.0 in ieder geval iets voor de verre toekomst.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.