In Doha spraken een groep van driehonderd jonge moslims uit 75 landen over de toekomst. Ze vinden dat moslims meer initiatief moeten tonen en niet steeds de schuld buiten zichzelf moeten zoeken.
Na een reis van ruim twaalf uur land ik vrijdag 16 januari in Doha, de hoofdstad van Katar, om deel te nemen aan de tweedaagse wereldconferentie van ’Moslimleiders van de toekomst’, een groep van driehonderd jonge moslimleiders uit 75 landen. Ik ben één van hen. Ons doel is een open brief te schrijven aan de wereldleiders. Maar eerst staat ons nog een weekend te wachten vol paneldiscussies, verdiepingssessies en workshops.
In Doha is de Amerikaanse droom realiteit geworden. Uit dit onbeduidend plaatsje in de woestijn is een replica van New York verrezen. Ik sprak een Marokkaanse gastarbeider. „Het leven is hier een walhalla voor mensen met geld”, zei hij. Verschil tussen rijk en arm zie je overal, maar in veel moslimlanden is de kloof pas echt enorm. Gastarbeiders die auto’s van superrijken voor een hongerloontje staan te poetsen. Als moslimleiders niet snel kennis en welvaart eerlijk delen zal de islamitische wereld nog verder achter raken. Achterstand voedt weer onwetendheid en radicalisme.
De conferentie van jonge moslimleiders is een initiatief van imam Feisal en zijn vrouw Daisy Khan, die vandaag het programma openen. Feisal vertelt het verhaal over engelen die in verzet kwamen tegen God toen Hij met zijn adem leven inblies in de eerste mens. Zij wisten immers dat de mens een ondankbaar schepsel is. Gods reactie? „Ik weet wat jullie niet weten”. Het betekent dat vernieuwing altijd gepaard gaat met weerstand.
De bijeenkomst vond plaats aan de vooravond van de inauguratie van Obama. Nieuwe hoop is ook ons doel. Moslims hebben door extremisten een slechte naam gekregen en hebben hun trots verloren. Het vertrouwen in de moslimleiders is op een dieptepunt. Om het tij te keren moeten we zorgen dat moslims niet bang zijn om vrij te denken. Daarna volgt vanzelf echte democratie, vrijheid van meningsuiting en scheiding van politiek en religie.
De belangrijkste conclusie van de eerste paneldiscussie is dat wij, moslims, niet steeds de schuld van onze misère buiten onszelf moeten zoeken. Voor de meeste participanten is ’rechtvaardigheid’ de oplossing om uit de impasse te komen. Er is vandaag ook een stevige paneldiscussie over de stelling of westerse waarden conflicteren met islamitische waarden. ’Ja!’, zegt bijna twee op de drie.
Deze uitslag irriteert mij. Ik sta op om te vertellen waarom er géén conflict van waarden is. Het bestaan van cultuurverschillen betekent niet dat westerse waarden en islamitische waarden fundamenteel van elkaar verschillen. Geen enkele beschaving heeft het monopolie op universele waarden zoals vrijheid. Wel bestaat in de moslimwereld een overdreven respect voor autoriteit. Daarom lopen moslims achter. Er is geen kritisch denken.
Omdat de conferentie vanaf het begin overschaduwd wordt door de oorlog in Gaza wordt er een extra paneldiscussie ingelast. De deelnemers trekken samen de conclusie dat deze oorlog geen religieus conflict is tussen joden en moslims, zoals radicale predikers ons willen doen geloven, maar een politiek conflict.
De vraag of gewelddadig extremisme onze verantwoordelijkheid is, roept heftige reacties op. Het merendeel van de deelnemers voelt zich wel medeverantwoordelijk. Op de vraag wie het probleem van het extremisme als eerste moet aanpakken, legt de helft van de jonge moslimleiders de oplossing bij moslimorganisaties en moslimleiders. Zelf vind ik het een taak van de familie om aan de bel te trekken als een familielid extremistisch gedrag vertoont.
Na het debat volgt een lezing over hoe moslims in het Westen worden geportretteerd en hoe westerlingen in het Oosten worden afgebeeld. De stereotiepe beelden domineren.
Hierna volg ik een workshop over hoe je, net als Obama, een boodschap van verandering –Change– voor het voetlicht kunt brengen. Jezelf verdedigen met de uitspraak dat je als moslim beslist geen terrorist bent schijnt averechts te werken.
Tot slot wordt de open brief aan de wereldleiders gepresenteerd. In de brief staat hoe deze jonge moslimleiders uit 75 landen het gezicht van de wereld positief kunnen veranderen. Alle deelnemers zetten hun handtekening. De mededeling dat de brief op de dag van de inauguratie van Obama in The Washington Post staat, wordt met luid applaus begroet.
De conferentie was ontzettend inspirerend, maar debatteren is niet het sterkste punt van moslims. Onder elkaar blijft men heel beleefd. Veel meer scherpte in debatten tussen moslims, met inbegrip van de taboes, en pas daarna een eerlijke dialoog voeren is waar ik jaren voor pleit. Met deze gedachte neem ik dezelfde nacht nog afscheid van Doha.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.