*

 

Wat te doen met een mand vol baby’s uit Westerbork?

Door: redactie − 26/03/09, 00:00

21.30 uur, Nederland 2

De Duitse bezetters probeerden tijdens de Tweede Wereldoorlog volledige greep te krijgen op de Nederlandse samenleving, dus ook op de medische stand. Zo werden artsen verplicht zich aan te sluiten bij de door de Duitsers in het leven geroepen Artsenkamer. Maar de Nederlandse artsen bleken een beroepsgroep te vormen die moeilijk te bedwingen was; een groot deel van de 7000 doktoren plakte eenvoudigweg de titel af op het naambordje bij de voordeur en deed zo symbolisch afstand van de artsentitel. De patiënten bleven komen en het werk ging gewoon door. ,,Als ik als arts lid moet zijn van de Artsenkamer, dan ben ik toch géén arts. Klaar!” roept Jan Buiskool, tijdens de oorlog waarnemer in een huisartsenpraktijk in Zuidlaren, nog altijd fel.

De zogenaamde ’bordjesactie’ was op touw gezet door Medisch Contact, een netwerk van doktoren dat ontstond tijdens de oorlog. Het was een informele club van collega’s die elkaar met raad steunden bij de vele dilemma’s die tijdens de oorlog zoal op het pad van de artsen kwamen.

Want moest je bijvoorbeeld een Duitse soldaat oplappen? En wat te doen met een mand vol baby’s uit Westerbork? Doktoren schipperden in dit soort gevallen waar mogelijk. De één stelde expres verkeerde diagnoses om mensen uit de ’Arbeitseinsatz’ te houden, de ander smokkelde wapens.

In ’Andere Tijden’ komen drie artsen en een verpleegster aan het woord over hun tijd onder het juk van de Duitse bezetter.

mailIcon print |