*

 

’Er bestaat een wereldwijde angst voor protectionisme’

Maaike Veen − 19/03/09, 00:00

Ook Nederland trekt zich terug in zijn schulp, zegt werkgeversvoorzitter Wientjes. Hij roept de politiek op snel met maatregelen te komen.

Werkgevers in de G20-landen verwachten ’keiharde, contractuele afspraken’ waarin landen zich binden om geen nieuwe protectionistische maatregelen door te voeren. Dat zei VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes gisteren na afloop van een overleg van de G20-landen in Londen, ter voorbereiding op de top op 2 april. „Op de top in Washington zijn mooie woorden gesproken, maar volgens het IMF (Internationale Monetaire Fonds) hebben toch zeventien van de twintig landen protectionistische maatregelen doorgevoerd. Daar ben ik me rot van geschrokken”, zegt Wientjes.

Alle landen maken zich er volgens hem schuldig aan, ook Nederland. Denk aan de eis dat ING in ruil voor de miljarden staatssteun Nederlandse bedrijven voorrang moet verlening in de kredietverlening. Of de staatssecretaris die landgenoten opriep in eigen land vakantie te vieren. En met protectionisme snijdt Nederland, dat zo afhankelijk is van zijn export, zich behoorlijk in de vingers, zegt Wientjes.

„Als we iets van de crisis in de jaren dertig hebben geleerd, dan is het dat protectionisme de grootste ellende veroorzaakt, omdat het de wereldhandel verstoort. Er bestaat een wereldwijde angst voor protectionisme. Dus hebben we collectief gepleit voor keiharde afspraken om geen nieuwe protectionistische maatregelen door te voeren. De G20 is goed voor 90 procent van de wereld, dan kun je goede afspraken maken.”

Maar wie handhaaft zulke afspraken? „Er moet een task force komen met daarin de Wereldhandelsorganisatie, IMF en Wereldbank, die goede definities geeft van protectionisme, die controleert en waar klachten kunnen worden ingediend.” Importtarieven moeten worden bevroren, Rusland moet lid worden van de Wereldhandelsorganisatie en de Doha-ronde moet zo snel mogelijk worden hervat en afgerond om handelsbarrières zoveel mogelijk af te bouwen.

Nederland is in zijn ogen ’erg naar binnen gekeerd’. „De discussie in het kabinet (over de stimuleringsmaatregelen) wordt overschaduwd door partijpolitieke belangen. We willen alles in één keer regelen, het stimuleringsplan en de bezuinigingen op korte en lange termijn. Dat steunen wij, maar dat is wel moeilijk. Wij zijn zo’n beetje het laatste land dat nog geen stimuleringspakket naar buiten heeft gebracht.”

De liquiditeitsproblemen van bedrijven waren ook een belangrijk gespreksonderwerp. De internationale handel is vooral sterk gedaald door het gebrek aan handelskredieten, zegt Wientjes. Het IMF en de Wereldbank moeten daarom versterkt worden en meer middelen krijgen. „Zolang financiële stabiliteit nog niet zeker is, is dat natuurlijk de grootste prioriteit”, zegt Wientjes. De werkgevers willen dat er een internationale toezichthouder op de financiële sector komt, die toezicht houdt op de financiële producten die op de markt gebracht worden. „Een internationaal keurmerk kan sterk bijdragen aan het herstel van het vertrouwen. Dit moet niet leiden tot overdreven regels, maar tot betere andere regels.”

Wientjes verwierp de opmerkingen van CPB-directeur Teulings over loonmatiging. „Het CPB is aangesteld om de cijfers aan te leveren. Teulings is niet van het beleid, daar gaat de politiek over.” Hij zegt dat het akkoord in Nederland tussen werkgevers en bonden voor loonmatiging ’uniek’ is in de wereld.

mailIcon print |